CBb 6 oktober 2016, ECLI:NL:CBB:2016:272

Eerstejaars plantuienkartel. ACM heeft terecht vastgesteld dat tussen 18 mei 2009 en 9 juni 2009 sprake was van een onderling afgestemde feitelijke gedraging. Ook heeft ACM terecht vastgesteld dat de op 9 juni 2009 door de betrokken ondernemingen gesloten overeenkomst betrekking had op alle rassen eerstejaars plantuien en niet slechts op het ras Stuttgarter. ACM mocht de boete baseren op de omzet behaald binnen de EU. Het betoog van de ondernemingen dat bepaalde vormen van omzet buiten beschouwing zouden moeten worden gelaten, zoals de omzet behaald met de levering van plantuien aan andere deelnemers in het kartel, wordt niet door het College gevolgd. Wel is het College van oordeel dat de door ACM gehanteerde ernstfactor van 2 gezien de beperkte gevolgen van de overtreding te hoog is. Het College verlaagt de ernstfactor naar 1,5.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken