CBb 17 december 2015, ECLI:NL:CBB:2015:439
Accountantstuchtrecht. Ontvankelijkheid hoger beroep. De termijn voor het instellen van hoger beroep is aangevangen de dag na de dag waarop de mondelinge uitspraak van de accountantskamer is bekendgemaakt. Als zodanige bekendmaking merkt het College niet, zoals de voorzitter van de accountantskamer aan partijen heeft meegedeeld, aan het mondeling uitspreken van de beslissing als bedoeld in artikel 38, vijfde lid, van de Wtra maar - overeenkomstig de Awb waaraan de regeling in de Wtra blijkens de wetsgeschiedenis is ontleend - de verzending van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak. Klacht is niet ingediend binnen de driejaarstermijn van artikel 22, eerste lid, Wtra (nieuw). Appellanten waren op het moment van indienen van de klacht al langer dan drie jaar op de hoogte van het (vermeende) verwijtbare karakter van de gedragingen van betrokkene.
De uitspraak op rechtspraak.nl