Gerecht EU 10 juni 2026, T-321/25, ECLI:EU:T:2026:381

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

ARREST VAN HET GERECHT (Vijfde kamer, zitting hebbend met vijf rechters)

10 juni 2026 ( *1 )

„Prejudiciële verwijzing – Douane-unie – Gemeenschappelijk douanetarief – Gecombineerde nomenclatuur – Post 8427 – Vorkheftrucks; andere transportwagentjes met hef- of hanteerinrichting – Post 8428 – Andere hef-, hijs-, laad- en losmachines en -toestellen, alsmede andere machines en toestellen voor het hanteren van goederen (bijvoorbeeld liften, roltrappen, transportbanden, kabelbanen) – Niet op een truck gemonteerde hoogwerkers, schaarliften, hoogwerkers met knikarm, telescopische hoogwerkers, verplaatsbare verticale liften – Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1610 – Geldigheid”

In zaak T‑321/25,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel (België) bij tussenvonnis van 21 maart 2025, ingekomen bij het Hof op 6 mei 2025, in de procedure

JLG EMEA BV

tegen

Belgische Staat,

wijst

HET GERECHT (Vijfde kamer, zitting hebbend met vijf rechters),

samengesteld als volgt: M. Sampol Pucurull, president, T. Pynnä, J. Laitenberger, M. Stancu en W. Valasidis (rapporteur), rechters,

advocaat-generaal: J. Martín y Pérez de Nanclares,

griffier: V. Di Bucci,

gelet op de doorzending door het Hof van het verzoek om een prejudiciële beslissing aan het Gerecht op 23 mei 2025 overeenkomstig artikel 50 ter, derde alinea, van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie,

gelet op de in artikel 50 ter, eerste alinea, onder d), van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie genoemde materie en het ontbreken van een opzichzelfstaande uitleggingsvraag in de zin van artikel 50 ter, tweede alinea, van dat Statuut,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

– JLG EMEA, vertegenwoordigd door J. A. Delanote en G. Milos, advocaten,

– de Belgische regering, vertegenwoordigd door S. Baeyens, M. Jacobs en C. Pochet als gemachtigden,

– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door A. Baeckelmans en A. Demeneix als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft, ten eerste, de uitlegging van de posten 8427 en 8428 van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: „GN”) die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1987, L 256, blz. 1), zoals gewijzigd bij uitvoeringsverordening (EU) 2021/1832 van de Commissie van 12 oktober 2021 (PB 2021, L 385, blz. 1) en, ten tweede, de geldigheid van uitvoeringsverordening (EU) 2022/1610 van de Commissie van 13 september 2022 tot wijziging van verordening (EG) nr. 738/2000 wat betreft de indeling in de gecombineerde nomenclatuur van een voertuig met een hydraulische hefinrichting die is uitgerust met een werkplatform (PB 2022, L 241, blz. 3).

2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen JLG EMEA BV en de Belgische Staat over de tariefindeling van schaarliften, hoogwerkers met knikarm, hoogwerkers met telescopische arm en verplaatsbare verticale liften.

Toepasselijke bepalingen

Internationaal recht

GS

3 Het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: „GS”) is opgesteld door de Internationale Douaneraad, thans de Werelddouaneorganisatie (WDO), die is opgericht bij het op 15 december 1950 te Brussel gesloten Verdrag houdende oprichting van een Internationale Douaneraad. Het GS is ingevoerd bij het op 14 juni 1983 te Brussel gesloten Internationaal Verdrag betreffende het [GS] inzake de omschrijving en de codering van goederen (PB 1987, L 198, blz. 3) (hierna: „GS-verdrag”) dat samen met het daarbij behorende protocol van wijziging van 24 juni 1986 namens de Europese Economische Gemeenschap is goedgekeurd bij besluit 87/369/EEG van de Raad van 7 april 1987 (PB 1987, L 198, blz. 1).

4 De WDO keurt, onder de voorwaarden van artikel 8 van het GS-verdrag, de toelichtingen en de indelingsadviezen goed die door het bij artikel 6 van dat verdrag ingestelde comité voor het GS worden vastgesteld.

5 Volgens artikel 3, lid 1, onder a), van het GS-verdrag verbindt elke verdragsluitende partij zich ertoe haar tariefnomenclatuur en haar statistieknomenclaturen in overeenstemming te doen zijn met het GS, door ten eerste alle posten en onderverdelingen van het GS zonder enige toevoeging of wijziging, alsmede de daarop betrekking hebbende numerieke codes te gebruiken, ten tweede de algemene regels voor de interpretatie van het GS, alsmede alle aantekeningen op de afdelingen, de hoofdstukken en de onderverdelingen toe te passen en de draagwijdte daarvan niet te wijzigen, en ten derde de volgorde van nummering van het GS in acht te nemen.

GS-toelichtingen

6 De GS-toelichting op post 8427 luidt als volgt: „[...] De onder deze post vallende transportwagens omvatten onder meer de navolgende voertuigen: A. - Vorkheftrucks [...] B. - Andere transportwagentjes met hef- of hanteerinrichting Deze groep omvat onder meer: 1. Trucks met mechanische hefplatforms voor het onderhoud van elektrische leidingen, openbare verlichting, enzovoort [...]. 2. Andere transportwagentjes met hef- of hanteerinrichtingen met inbegrip van die, speciaal ingericht voor bepaalde industrieën (textielindustrie, keramische industrie, zuivelindustrie, enzovoort).”

7 In de GS-toelichting op post 8428 staat het volgende te lezen: „Met uitzondering van de hef- en hijsmachines en -toestellen en de machines en toestellen voor het hanteren van goederen, bedoeld bij een der posten 8425 tot en met 8427, omvat deze post een grote verscheidenheid van machines en toestellen voor het mechanisch hanteren (heffen, hijsen, verplaatsen, laden, lossen, enzovoort) van materialen of van andere goederen, met inbegrip van soortgelijke machines en toestellen die voor een speciale bedrijfstak (landbouw, metaalnijverheid, enzovoort) of voor het verplaatsen van personen bestemd zijn.”

8 De GS-toelichting op post 8709 luidt: „[...] De transportwagens met eigen beweegkracht zijn bijvoorbeeld voorzien van een draagplatform of een laadbak, waarop of waarin de goederen worden geladen. [...]”

Indelingsadviezen vastgesteld door het comité voor het GS

9 Indelingsadvies 8427.10/1, dat door het comité voor het GS is vastgesteld tijdens de 68e zitting in september 2021, luidt als volgt: „autohoogwerker met knikarm, dat wil zeggen een elektrisch aangedreven transportwagen op wielen met een hydraulische telescooparm waarop een werkplatform (kooi of werkkorf) is gemonteerd. Deze hoogwerker heeft een maximumsnelheid van 5,2 km/u (ingeschoven) en 0,8 km/u (uitgeschoven), een maximale werkhoogte van 15,7 m, een maximaal brutogewicht van 6500 kg en een hefvermogen van 227 kg voor het platform. Hij is ontworpen om een werknemer in staat te stellen op hoogte te werken.”

Unierecht

GN

10 De tariefindeling van goederen die in de Europese Unie worden ingevoerd, wordt geregeld door de GN, die gebaseerd is op het GS. De GN neemt de posten en onderverdelingen van het GS tot zes cijfers over, en alleen het zevende en het achtste cijfer vormen eigen onderverdelingen van de GN.

11 Krachtens artikel 12, lid 1, van verordening nr. 2658/87 stelt de Europese Commissie jaarlijks bij verordening een volledige versie vast van de GN met het daarbij behorende tarief van de douanerechten, zoals die uit de door de Raad van de Europese Unie of door haarzelf vastgestelde bepalingen voortvloeit. Deze verordening is van toepassing met ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar.

12 Op de feiten van het hoofdgeding zijn verschillende versies van de GN van toepassing, namelijk voor het jaar 2022 de versie die voortvloeit uit uitvoeringsverordening 2021/1832 en voor het jaar 2023 de versie die voortvloeit uit uitvoeringsverordening (EU) 2022/1998 van de Commissie van 20 september 2022 tot wijziging van bijlage I bij [verordening nr. 2658/87] (PB 2022, L 282, blz. 1).

13 De bewoordingen van de algemene regels voor de interpretatie van de GN, die zijn opgenomen in het eerste deel, titel I, punt A, van verordening nr. 2658/87, alsook de posten en onderverdelingen 8427, 842710, 8428 en 84289090 van de GN, waarnaar de verwijzende rechter verwijst, verschillen niet naargelang van die verschillende versies.

14 De algemene regels voor de interpretatie van de GN luiden als volgt: „Voor de indeling van goederen in de [GN] gelden de volgende bepalingen: 1. De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en – voor zover [deze] niet in strijd [zijn] met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – de navolgende regels. [...] 6. Voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen, alsmede ‚mutatis mutandis’ de vorenstaande regels, met dien verstande dat uitsluitend onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken. Voor de toepassing van deze regel en voor zover niet anders is bepaald, zijn de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken eveneens van toepassing.”

15 Het tweede deel („Tabel van de rechten”) van bijlage I bij verordening nr. 2658/87 bevat een afdeling XVI („Machines, toestellen en elektrotechnisch materieel, alsmede delen daarvan; toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid, voor het opnemen of het weergeven van beelden en geluid voor televisie, alsmede delen en toebehoren van deze toestellen”), waarin hoofdstuk 84 („Kernreactoren, stoomketels, machines, toestellen en mechanische werktuigen, alsmede delen daarvan”) is opgenomen.

16 Hoofdstuk 84 van afdeling XVI van verordening nr. 2658/87 bevat de volgende posten en onderverdelingen: „[...] GN-code Omschrijving [...] [...] 8427 Vorkheftrucks; andere transportwagentjes met hef- of hanteerinrichting 8427 10 – transportwagens met eigen beweegkracht, aangedreven door een elektromotor: 8427 10 10 – – met een hefvermogen van 1 m of meer 8427 10 90 – – andere 8427 20 – andere transportwagens met eigen beweegkracht: – – met een hefvermogen van 1 m of meer [...] [...] 8428 Andere hef-, hijs-, laad- en losmachines en -toestellen, alsmede andere machines en toestellen voor het hanteren van goederen (bijvoorbeeld liften, roltrappen, transportbanden, kabelbanen): [...] [...] 8428 90 – andere machines, apparaten en toestellen: – – laadtoestellen speciaal vervaardigd om te worden gebruikt in de landbouw: 8428 90 71 – – – vervaardigd om te worden gemonteerd op een landbouw-tractor 8428 90 79 – – – andere 8428 90 90 – – andere [...]”

17 Afdeling XVII („Vervoermaterieel”) van het tweede deel van verordening nr. 2658/87 bevat hoofdstuk 87 („Automobielen, tractors, rijwielen, motorrijwielen en andere voertuigen voor vervoer over land, alsmede delen en toebehoren daarvan”).

18 GN-post 8709, die valt onder hoofdstuk 87 van afdeling XVII van verordening nr. 2658/87, betreft met name de „[t]ransportwagens met eigen beweegkracht, niet voorzien van een hefsysteem, van de soort gebruikt in fabrieken, in opslagplaatsen, op haventerreinen of op vliegvelden, voor het vervoer van goederen over korte afstanden; trekkers van de soort gebruikt voor het trekken van perronwagentjes; delen daarvan”.

Verordening nr. 738/2000

19 De bijlage bij verordening (EG) nr. 738/2000 van de Commissie van 7 april 2000 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (PB 2000, L 87, blz. 10) bevatte een tabel met drie kolommen, waarvan de eerste een omschrijving gaf van ieder betrokken goed, de tweede de eraan toegekende indeling in de GN, en de derde de motivering voor deze indeling.

20 Het in punt 5 van de bijlage bij verordening nr. 738/2000 bedoelde product werd omschreven als volgt: „Een voertuig uitgerust met een hydraulische hefinrichting en werkplatform Het voertuig bestaat uit een platte onderbouw waarop zijn gemonteerd een elektromotor, voor de aandrijving en de voortbeweging, en een hefinrichting. De organen voor de bediening van de hefinrichting zijn gemonteerd op het werkplatform. Het voertuig heeft vier grote wielen (12,5 x 16 inch). Het voertuig heeft een stijgvermogen van 25 % en een maximumsnelheid van 4,3 km/uur. Het voertuig is niet geschikt om op de openbare weg te rijden zonder dat het wordt gesleept door een ander voertuig. De hefinrichting is blijvend aangebracht op het voertuig. De hefinrichting bestaat uit een telescopische zwenkarm die horizontale en verticale bewegingen kan maken. Het werkplatform heeft de afmeting van 0,66 x 1,5 m en is voorzien van een [veiligheidsreling]. De hefinrichting heeft een maximumwerkhoogte van 15,5 m en een hefvermogen van 227 kg.”

21 Overeenkomstig de bijlage bij verordening nr. 738/2000 werd het in punt 20 hierboven vermelde voertuig onder postonderverdeling 84289098 ingedeeld om de volgende redenen: „De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, alsmede de tekst van de GN-codes 8428, 842890 en 84289098. Dit voertuig met eigen voortbeweging is niet geschikt voor het vervoer van goederen. Het is ontworpen enkel voor het heffen van goederen en personen.”

22 De bijlage bij verordening nr. 738/2000 bevatte ook een illustratie C van het in punt 20 hierboven vermelde voertuig, die hieronder is weergegeven:

Uitvoeringsverordening 2022/1610

23 Uitvoeringsverordening 2022/1610 is overeenkomstig artikel 2 ervan op 9 oktober 2022 in werking getreden.

24 Overwegingen 2 tot en met 4 van uitvoeringsverordening 2022/1610 luiden als volgt: „(2) De hefinrichting werd uitgesloten van indeling onder post 8427 omdat zij niet geschikt was voor het vervoer van goederen, aangezien ze enkel is ontworpen voor het heffen van goederen en personen. Artikelen die niet voor het vervoer van goederen zijn ontworpen, zijn evenwel niet uitgesloten van post 8427. Bovendien omvat post 8427 volgens de GS-toelichting op post 8427, deel B, punt 1), trucks met mechanische hefplatforms voor het onderhoud van elektrische leidingen, openbare verlichting enz. (3) Tijdens zijn 68e zitting in september 2021 heeft het Comité voor het [GS] (HSC) van de Werelddouaneorganisatie (WDO) indelingsadvies 8427.10/1 goedgekeurd met de indeling van een zogenaamde ‚autohoogwerker met knikarm’, dat wil zeggen een elektrisch aangedreven transportwagen op wielen met een hydraulische telescooparm waarop een werkplatform (kooi of werkkorf) is gemonteerd. Deze hoogwerker heeft een maximumsnelheid van 5,2 km/u (ingeschoven) en 0,8 km/u (uitgeschoven), een maximale werkhoogte van 15,7 m, een maximaal brutogewicht van 6500 kg en een hefvermogen van 227 kg voor het platform. Hij is ontworpen om een werknemer in staat te stellen op hoogte te werken. Hij is ingedeeld onder onderverdeling 842710 van het [GS] en komt, gelet op de objectieve kenmerken ervan, overeen met GN-code 84271010, als transportwagen met eigen beweegkracht, aangedreven door een elektromotor, met een hefhoogte van 1 m of meer. (4) Aangezien de kenmerken van dit product dezelfde zijn als of zeer vergelijkbaar zijn met die van het in punt 5 van de bijlage bij verordening (EG) nr. 738/2000 beschreven artikel, is de in de bijlage bij die verordening vastgestelde tariefindeling van dit artikel niet in overeenstemming met indelingsadvies 8427.10/1.”

25 Artikel 1 van uitvoeringsverordening 2022/1610 bepaalt: „In de bijlage bij verordening (EG) nr. 738/2000 worden de rij voor punt 5 van de tabel en illustratie C geschrapt.”

Hoofdgeding en prejudiciële vragen

26 Verzoekster in het hoofdgeding, JLG EMEA, heeft tussen boekjaar 2000 en 20 oktober 2023 douaneaangiften ingediend voor schaarliften, hoogwerkers met knikarm, hoogwerkers met telescopische arm en verplaatsbare verticale liften (hierna: „betrokken goederen”). De Belgische douaneautoriteiten hebben bindende tariefinlichtingen (hierna: „BTI’s”) verstrekt, waarbij de betrokken goederen werden ingedeeld onder postonderverdeling 84289090 van de GN, waarvoor overeenkomstig verordening nr. 738/2000 en de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de GN een douanerecht van 0 % gold.

27 Overeenkomstig indelingsadvies 8427.10/1, waarnaar wordt verwezen in de mededeling van de Commissie krachtens artikel 34, lid 7, onder a), iii), van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende door de douaneautoriteiten van de lidstaten genomen beschikkingen inzake bindende inlichtingen over de indeling van goederen in de douanenomenclatuur (PB 2022, C 404, blz. 1), heeft de WDO besloten om de artikelen die als „autohoogwerkers met knikarm” worden aangeduid onder GS-onderverdeling 842710 in te delen als „transportwagens met eigen beweegkracht, aangedreven door een elektromotor, met een hefvermogen van 1 m of meer”. Daarop heeft de Commissie de indeling van het in punt 5 van de bijlage bij verordening nr. 738/2000 bedoelde artikel in GN-postonderverdeling 84289090 geschrapt bij uitvoeringsverordening 2022/1610.

28 Na deze wijzigingen in de regelgeving zijn de BTI’s op basis waarvan JLG EMEA de betrokken goederen invoerde, op 3 februari 2023 ingetrokken.

29 Op 5 mei 2023 heeft JLG EMEA administratief beroep ingesteld tegen elk van de beschikkingen tot intrekking van de BTI’s, waarbij zij heeft aangevoerd dat indelingsadvies 8427.10/1 niet kon worden gevolgd, aangezien de betrokken goederen volgens de algemene regels voor de interpretatie van de GN nog steeds onder GN-post 8428 vielen. De administratieve beroepen werden bij beslissingen van 29 februari 2024 (hoogwerkers met knikarm), 4 maart 2024 (hoogwerkers met telescopische arm en verplaatsbare verticale liften), en 5 maart 2024 (schaarliften) niet-ontvankelijk verklaard omdat de in punt 28 hierboven genoemde beschikkingen van 3 februari 2023 niet door een adviseur-generaal, maar door een adviseur werden ondertekend, terwijl het recht van administratief beroep naar Belgisch recht slechts kan worden uitgeoefend tegen de beschikkingen van een adviseur-generaal.

30 Op 29 mei 2024 heeft JLG EMEA bij de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel (België), de verwijzende rechter, een tegensprekelijk verzoekschrift ingediend tegen de beslissingen waarbij de administratieve beroepen niet-ontvankelijk waren verklaard.

31 De verwijzende rechter twijfelt of de betrokken goederen juist zijn ingedeeld en benadrukt dat de Belgische Staat van mening is dat het feit dat een machine voor vervoersdoeleinden kan worden gebruikt, geen relevant criterium is om te bepalen of die machine onder GN-post 8427 dan wel onder GN-post 8428 moet worden ingedeeld. De verwijzende rechter merkt eveneens op dat de eigenschappen van de autohoogwerker met knikarm, zoals omschreven in indelingsadvies 8427.10/1, niet overeenstemmen met de eigenschappen van „transportwagens”, zoals omschreven in de GS-toelichting bij post 8709. Hij vraagt zich bovendien af of uitvoeringsverordening 2022/1610 geldig is omdat de motivering ervan in strijd lijkt te zijn met de bewoordingen van GN-posten 8425, 8426 en 8427, alsook met de bewoordingen van de onderverdelingen van die posten, die betrekking hebben op producten die bestemd zijn voor het vervoer van goederen over korte afstanden, in tegenstelling tot GN-post 8428, die betrekking heeft op producten die hoofdzakelijk alleen voor heffen of hijsen zijn ontworpen.

32 In die omstandigheden heeft de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen: „1) Moet de [GN] aldus worden uitgelegd dat de niet op een truck gemonteerde hoogwerkers zoals vermeld in punt 5 van de bijlage van [verordening nr. 738/2000], moeten worden ingedeeld onder GN-post 8427 dan wel veeleer op grond van de algemene interpretatieregels, moeten worden ingedeeld onder GN-post 8428? 2) Dient [uitvoeringsverordening 2022/1610] ongeldig te worden verklaard, dan wel dienen dan niet minstens de daarin opgenomen overwegingen ongeldig te worden verklaard? 3) Moet de [GN] aldus worden uitgelegd dat de zoals in dit verzoek omschreven schaarliften, hoogwerkers met knikarm, hoogwerkers met telescopische arm en verplaatsbare verticale liften, met de volgende objectieve eigenschappen: – die speciaal ontworpen zijn om personen, instrumenten en gereedschap (dus ook goederen) naar een bepaalde hoogte te tillen, – om hen niet te transporteren over zelfs korte afstanden, gelet op de zeer beperkte en bijkomstige mogelijkheid tot voortbeweging, – die niet over een versnellingsbak beschikken, en – die het niet is toegestaan om op openbare wegen te rijden, en – waarvan de voortbeweging minimaal is, en, louter een hulpfunctie uitmaakt, moeten worden ingedeeld onder GN-post 8427 dan wel veeleer op grond van de algemene interpretatieregels moeten worden ingedeeld onder GN-post 8428?”

Beantwoording van de prejudiciële vragen

Eerste en derde prejudiciële vraag

33 Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat het bij de betrokken goederen en het in punt 5 van de bijlage bij verordening nr. 738/2000 bedoelde artikel telkens gaat om machines met eigen beweegkracht, aangedreven door een eigen elektromotor, en uitgerust met een hefinrichting die blijvend is aangebracht op een onderstel met wielen of een platte onderbouw. Hun hefinrichting is niet gemonteerd op een echt auto- of vrachtwagenchassis, waardoor zij niet geschikt zijn om zelfstandig op de openbare weg te rijden. Voorts staat vast dat deze machines bestemd zijn om personen en goederen te heffen, maar niet geschikt zijn voor het vervoer daarvan.

34 Met zijn eerste en zijn derde prejudiciële vraag, die samen moeten worden onderzocht, wenst de verwijzende rechter in essentie te vernemen of de GN aldus moet worden uitgelegd dat een machine met eigen beweegkracht, aangedreven door een elektromotor, die is uitgerust met een hefinrichting met aan het uiteinde een werkplatform voorzien van een veiligheidsreling, en die enkel bestemd is om goederen en personen te heffen en niet geschikt is voor het vervoer daarvan, zelfs over korte afstanden, gelet op de zeer beperkte mogelijkheid tot voortbeweging, onder GN-post 8427 dan wel onder GN-post 8428 valt.

35 Vooraf zij eraan herinnerd dat, volgens vaste rechtspraak, wanneer de Unierechter wordt verzocht om een prejudiciële beslissing over een vraag op het gebied van de tariefindeling, hij tot taak heeft om de nationale rechter de criteria aan te reiken aan de hand waarvan laatstgenoemde de betrokken producten correct in de GN kan indelen, en niet zozeer om zelf deze producten in te delen. Deze indeling is het resultaat van een louter feitelijke beoordeling en het staat niet aan het Gerecht om deze beoordeling te verrichten in het kader van een prejudiciële verwijzing (zie arrest van 20 oktober 2022, Mikrotīkls, C‑542/21, EU:C:2022:814, punt 21 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

36 Tevens zij eraan herinnerd dat volgens algemene regel 1 voor de interpretatie van de GN de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken bepalend zijn voor de indeling van goederen, en de tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden. Het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen moet in het belang van de rechtszekerheid en van het gemak van de douanecontroles in de regel worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de bewoordingen van de post van de GN en in de aantekeningen op de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven. De bestemming van het product kan een objectief indelingscriterium zijn voor zover zij inherent is aan dit product, wat aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan kan worden beoordeeld (zie arrest van 20 oktober 2022, Mikrotīkls, C‑542/21, EU:C:2022:814, punt 22 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

37 Bovendien heeft het Hof herhaaldelijk geoordeeld dat de toelichtingen op het GS en de GN weliswaar niet bindend zijn, maar toch belangrijke instrumenten vormen ter verzekering van de uniforme toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief, die als zodanig nuttige gegevens bevatten voor de interpretatie daarvan (zie arrest van 20 oktober 2022, Mikrotīkls, C‑542/21, EU:C:2022:814, punt 23 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

38 In casu vallen de relevante GN-posten onder hoofdstuk 84 van deze nomenclatuur. Het betreft, ten eerste, post 8427, met als omschrijving „Vorkheftrucks; andere transportwagentjes met hef- of hanteerinrichting”, en ten tweede, post 8428, met als omschrijving „Andere hef-, hijs-, laad- en losmachines en -toestellen, alsmede andere machines en toestellen voor het hanteren van goederen (bijvoorbeeld liften, roltrappen, transportbanden, kabelbanen)”.

39 Zoals blijkt uit de bewoordingen van GN-post 8428, is deze post een restpost die betrekking heeft op „andere hef-, hijs-, laad- en losmachines en -toestellen, alsmede andere machines en toestellen voor het hanteren van goederen” die niet onder de GN-posten 8425 tot en met 8427 vallen. GN-post 8428 kan dus alleen worden toegepast wanneer een product niet onder een van de GN-posten 8425 tot en met 8427 kan worden ingedeeld.

40 Het residuele karakter van post 8428 wordt overigens bevestigd door de GS-toelichtingen op die post, volgens welke deze een grote verscheidenheid omvat van machines en toestellen voor het mechanisch hanteren van materialen of goederen, met inbegrip van soortgelijke machines en toestellen die voor een speciale bedrijfstak of voor het verplaatsen van personen bestemd zijn, doch „[m]et uitzondering van de hef- en hijsmachines en -toestellen en de machines en toestellen voor het hanteren van goederen, bedoeld bij een der posten 8425 tot en met 8427”.

41 Bijgevolg moet om te beginnen worden onderzocht of een machine met eigen beweegkracht, aangedreven door een elektromotor, die is uitgerust met een hefinrichting met aan het uiteinde een werkplatform voorzien van een veiligheidsreling, en die enkel bestemd is om goederen en personen te heffen en niet geschikt is voor het vervoer daarvan, zelfs over korte afstanden, gelet op de zeer beperkte mogelijkheid tot voortbeweging, onder GN-post 8427 valt, aangezien de GN-posten 8425 en 8426 in casu niet relevant zijn.

42 GN-post 8427 omvat enerzijds vorkheftrucks en anderzijds andere transportwagentjes met een hef- of hanteerinrichting.

43 Uit een vergelijking van de verschillende taalversies van GN-post 8427 blijkt dat in de Engelse versie de termen „other works trucks fitted with lifting or handling equipment” worden gebruikt. Deze bewoordingen verwijzen naar transportvoertuigen met een hef- of hanteerinrichting, die meer in het bijzonder kunnen overeenkomen met verschillende vrachtwagenmodellen met een hef- of hanteerinrichting. In de Duitse, Griekse, Spaanse, Franse, Italiaanse, Roemeense en Finse taalversie worden respectievelijk de termen „andere mit Hebevorrichtung ausgerüstete Karren zum Fördern und für das Hantieren”, „Alla trochofora foreia gia ti metakinisi pou einai efodiasmena me diataxi anipsoseos”, „las demás carretillas de manipulación con dispositivo de elevación incorporado”, „autres chariots de manutention munis d’un dispositif de levage”, „altri carrelli di movimentazione muniti di un dispositivo di sollevamento”, „alte cărucioare de manevrare echipate cu un dispozitiv de ridicat” en „muut trukit, joissa on nosto- tai käsittelylaitteet” gebruikt. Deze termen verwijzen in ruime zin naar verschillende soorten transportwagentjes met een hef- of hanteerinrichting.

44 In deze context zij eraan herinnerd dat de formulering die in een van de taalversies van een Unierechtelijke bepaling wordt gebruikt volgens vaste rechtspraak niet als enige grondslag voor de uitlegging van die bepaling kan dienen of voorrang kan hebben boven de andere taalversies. Unierechtelijke bepalingen moeten immers uniform worden uitgelegd en toegepast tegen de achtergrond van de tekst in alle talen van de Unie. Wanneer er verschillen zijn tussen de taalversies van een Unierechtelijke bepaling, moet bij de uitlegging van de betrokken bepaling worden gelet op de context en de doelstelling van de regeling waarvan zij een onderdeel vormt [zie arrest van 25 februari 2026, A GMBH (Capsulesysteem dat twee componenten bevat),T‑69/25, EU:T:2026:151, punt 45 en aldaar aangehaalde rechtspraak].

45 Volgens de toelichting op GS-post 8427, die overeenkomt met GN-post 8427, verschillen de in punt 42 hierboven genoemde categorieën van transportwagentjes naargelang van het gebruik ervan. Vorkheftrucks worden gebruikt om lasten te tillen teneinde deze in een magazijn te stapelen (stacking) of om ze op een voertuig te plaatsen, waarbij de last tijdens de verplaatsing over korte afstanden wordt gedragen. Andere transportwagentjes met een hef- of hanteerinrichting zijn daarentegen bestemd om goederen of personen te tillen teneinde de uitvoering van werkzaamheden op een bepaalde hoogte mogelijk te maken. In dit verband wordt in de GS-toelichtingen verduidelijkt dat deze tweede categorie onder meer trucks omvat met mechanische hefplatforms voor het onderhoud van elektrische leidingen en openbare verlichting of voor soortgelijk gebruik, alsmede andere transportwagentjes met een hef- of hanteerinrichting, met inbegrip van die welke speciaal zijn ingericht voor bepaalde industrieën, zoals de textielindustrie, de keramische industrie en de zuivelindustrie.

46 In dit verband zij opgemerkt dat de GN weliswaar geen definitie geeft van het begrip „transportwagentjes met hef- of hanteerinrichting” in de zin van GN-post 8427, maar uit de op die post betrekking hebbende GS-toelichtingen kan worden afgeleid dat dit begrip ziet op machines bestaande uit een transportwagen op wielen met een hef- of hanteerinrichting.

47 Gelet op de verschillen tussen de Engelse versie van GN-post 8427 en de in punt 43 hierboven aangehaalde taalversies, en in het licht van de in punt 44 hierboven aangehaalde rechtspraak, moet bovendien worden opgemerkt dat het in die post bedoelde begrip „transportwagentjes met hef- of hanteerinrichting” niet kan worden herleid tot verschillende soorten vrachtwagens met een dergelijke inrichting.

48 Met betrekking tot de vergelijking van het begrip „transportwagentjes met hef- of hanteerinrichting” in de zin van GN-post 8427 met het begrip „transportwagens met eigen beweegkracht” in de zin van GN-post 8709, dient te worden opgemerkt, zoals het Hof reeds heeft gepreciseerd in punt 51 van het arrest van 15 september 2005, Intermodal Transports (C‑495/03, EU:C:2005:552), dat de „transportwagens met eigen beweegkracht” die onder GN-post 8709 vallen voertuigen zijn die in fabrieken, in opslagplaatsen, op haventerreinen of op vliegvelden worden gebruikt, die niet voorzien zijn van een hefsysteem en die dienen voor het vervoer van goederen. In de GS-toelichting op post 8709 staat in dit verband te lezen dat deze transportwagens met eigen beweegkracht „bijvoorbeeld voorzien [zijn] van een draagplatform of een laadbak, waarop of waarin de goederen worden geladen”.

49 Hieruit volgt dat de tekst van GN-post 8709 een doorslaggevend belang hecht aan de vervoersfunctie, en tegelijkertijd voertuigen met hef- of hanteerinrichting uitdrukkelijk uitsluit, in tegenstelling tot GN-post 8427, die betrekking heeft op transportwagentjes die met een dergelijke inrichting zijn uitgerust. Zoals de Commissie heeft benadrukt, verschilt het in GN-post 8427 genoemde begrip „transportwagentjes” van het in GN-post 8709 genoemde begrip „transportwagens met eigen beweegkracht”, aangezien het eerste begrip valt onder afdeling XVI van de GN, dat met name betrekking heeft op machines en mechanische toestellen, terwijl het tweede begrip valt onder afdeling XVII van de GN, dat betrekking heeft op vervoermaterieel.

50 Wat de vraag betreft, of de vervoersfunctie een relevant criterium is voor de toepassing van GN-post 8427, moet, gelet op de bewoordingen van deze post en de GS-toelichtingen bij deze post, worden vastgesteld dat deze post ook machines met een hef- of hanteerinrichting omvat die niet bestemd zijn voor goederen- of personenvervoer als zodanig, maar die ontworpen zijn om te heffen en te hijsen, zoals trucks met mechanische hefplatforms die de uitvoering van werkzaamheden op een bepaalde hoogte mogelijk maken. GN-post 8427 ziet dus niet alleen op machines met twee autonome functies, namelijk heffen en hijsen enerzijds en transporteren anderzijds, maar ook op machines waarvan de verplaatsingsfunctie bijkomstig en ondergeschikt is aan de hoofdfunctie, namelijk heffen en hijsen.

51 Deze uitlegging vindt overigens steun in indelingsadvies 8427.10/1, waarin een zogenoemde „autohoogwerker met knikarm”, bestemd om een werknemer werken op hoogte te laten uitvoeren, onder GS-onderverdeling 842710 wordt ingedeeld als „transportwagen met eigen beweegkracht, aangedreven door een elektromotor, met een hefvermogen van 1 m of meer”.

52 Hieruit volgt dat het enkele feit dat machines als die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, niet ontworpen zijn voor goederen- of personenvervoer en dat hun verplaatsingsfunctie louter bijkomstig is en bedoeld is om het heffen en hijsen mogelijk te maken, op zich niet volstaat om uit te sluiten dat die machines onder GN-post 8427 worden ingedeeld.

53 Gelet op een en ander moet op de eerste en de derde vraag worden geantwoord dat een machine met eigen beweegkracht, aangedreven door een elektromotor, die is uitgerust met een hefinrichting met aan het uiteinde een werkplatform voorzien van een veiligheidsreling, en die enkel bestemd is om goederen en personen te heffen en niet geschikt is voor het vervoer daarvan, zelfs over korte afstanden, gelet op de zeer beperkte mogelijkheid tot voortbeweging, onder GN-post 8427 valt.

Tweede vraag

54 Met zijn tweede vraag verzoekt de verwijzende rechter het Hof zich uit te spreken over de geldigheid van uitvoeringsverordening 2022/1610.

55 Vooraf moet in herinnering worden gebracht dat het Hof herhaaldelijk heeft geoordeeld dat de Commissie, die handelt in samenwerking met de douanedeskundigen van de lidstaten, beschikt over een ruime beoordelingsbevoegdheid om de inhoud te verduidelijken van de posten die voor de indeling van een bepaald goed in aanmerking komen. De Commissie is op grond van haar bevoegdheid om de maatregelen vast te stellen die worden bedoeld in artikel 57, lid 4, en artikel 58, lid 2, van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB 2013, L 269, blz. 1) evenwel niet gemachtigd om de inhoud of de draagwijdte te wijzigen van de tariefposten die zijn vastgesteld op basis van het GS, ten aanzien waarvan de Unie zich bij artikel 3 van het GS-verdrag heeft verbonden om de draagwijdte ervan niet te wijzigen [zie arrest van 4 februari 2021, JCM Europe (UK), C‑760/19, EU:C:2021:96, punt 34 en aldaar aangehaalde rechtspraak].

56 Bovendien zijn de adviezen van de WCO waarbij een goed in het GS wordt ingedeeld weliswaar rechtens niet bindend, maar zijn zij, wat de indeling van die goederen in de GN betreft, van belang voor de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende GN-posten (zie arrest van 16 november 2023, Viterra Hungary, C‑366/22, EU:C:2023:876, punt 35 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

57 In casu moet worden vastgesteld dat de Commissie de schrapping van punt 5 van de bijlage bij verordening nr. 738/2000 en van de bijbehorende illustratie heeft gemotiveerd op basis van indelingsadvies 8427.10/1. Uit overweging 6 van uitvoeringsverordening 2022/1610 blijkt dat deze schrapping noodzakelijk was om een uniforme uitlegging van het GS op internationaal niveau te verzekeren. Verder blijkt uit overweging 4 van die uitvoeringsverordening dat, gelet op de zeer vergelijkbare kenmerken van het in dat indelingsadvies beschreven product en het in punt 5 van de bijlage bij verordening nr. 738/2000 bedoelde artikel, de oorspronkelijke indeling van dit artikel in laatstgenoemde verordening niet met dat advies in overeenstemming was.

58 In dit verband moet worden vastgesteld dat de in indelingsadvies 8427.10/1 bedoelde „autohoogwerker met knikarm” objectieve kenmerken vertoont die vergelijkbaar zijn met die van het artikel bedoeld in punt 5 van de bijlage bij verordening nr. 738/2000. In beide gevallen gaat het om machines met eigen beweegkracht, aangedreven door een elektromotor, met een hefinrichting en een werkplatform, waarvan de verplaatsingssnelheid beperkt is en waarop personen kunnen plaatsnemen om werken op hoogte uit te voeren. De illustraties bij verordening nr. 738/2000 en indelingsadvies 8427.10/1 geven overigens machines weer die er nagenoeg identiek uitzien (zie de punten 9 en 22 hierboven).

59 Gelet op het antwoord op de eerste en de derde vraag is de motivering van uitvoeringsverordening 2022/1610, zoals met name blijkt uit overweging 2 daarvan, in overeenstemming met de uitlegging die moet worden gegeven aan GN-post 8427, volgens welke producten die hoofdzakelijk ontworpen zijn om te heffen en te hijsen en die niet bestemd zijn voor goederen- of personenvervoer, maar die een louter bijkomstige verplaatsingsfunctie hebben, niet van deze post zijn uitgesloten. Indelingsadvies 8427.10/1, waarop die uitvoeringsverordening is gebaseerd is dus in overeenstemming met de bewoordingen van deze GN-post.

60 Hieruit volgt dat de Commissie, door punt 5 van de bijlage bij verordening nr. 738/2000 en de bijbehorende illustratie te schrappen, noch de inhoud noch de draagwijdte heeft gewijzigd van GN-post 8427, die is vastgesteld op basis van het GS, en dat zij derhalve haar bevoegdheden niet heeft overschreden.

61 Bijgevolg dient op de tweede vraag te worden geantwoord dat bij het onderzoek van de prejudiciële vragen niet is gebleken van feiten of omstandigheden die afbreuk kunnen doen aan de geldigheid van uitvoeringsverordening 2022/1610.

Kosten

62 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Gerecht gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

HET GERECHT (Vijfde kamer, zitting hebbend met vijf rechters) verklaart voor recht:

1) De gecombineerde nomenclatuur, die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij uitvoeringsverordening (EU) 2021/1832 van de Commissie van 12 oktober 2021, moet aldus worden uitgelegd dat een machine met eigen beweegkracht, aangedreven door een elektromotor, die is uitgerust met een hefinrichting met aan het uiteinde een werkplatform voorzien van een veiligheidsreling, en die enkel bestemd is om goederen en personen te heffen en niet geschikt is voor het vervoer daarvan, zelfs over korte afstanden, gelet op de zeer beperkte mogelijkheid tot voortbeweging, onder GN-post 8427 valt.

2) Bij het onderzoek van de prejudiciële vragen is niet gebleken van feiten of omstandigheden die afbreuk kunnen doen aan de geldigheid van uitvoeringsverordening (EU) 2022/1610 van de Commissie van 13 september 2022 tot wijziging van verordening (EG) nr. 738/2000 wat betreft de indeling in de gecombineerde nomenclatuur van een voertuig met een hydraulische hefinrichting die is uitgerust met een werkplatform.

Sampol Pucurull Pynnä Laitenberger Stancu Valasidis Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op 10 juni 2026. De griffier V. Di Bucci De president S. Kingston

( *1 ) Procestaal: Nederlands.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken