HvJ EU 4 februari 2021, C-760/19, ECLI:EU:C:2021:96

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

ARREST VAN HET HOF (Negende kamer)

4 februari 2021 ( *1 )

„Prejudiciële verwijzing – Douane-unie – Gemeenschappelijk douanetarief – Gecombineerde nomenclatuur – Tariefindeling – Posten 8472 en 9031 – Validator voor bankbiljetten en geldlades – Apparaat dat wordt ingebouwd in een hosttoestel en aangesloten op een externe hostcontroller – Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1760 – Geldigheid”

In zaak C‑760/19,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de First-tier Tribunal (Tax Chamber) (belastingrechter in eerste aanleg, Verenigd Koninkrijk) bij beslissing van 8 oktober 2019, ingekomen bij het Hof op 16 oktober 2019, in de procedure

JCM Europe (UK) Ltd

tegen

Commissioners for Her Majesty’s Revenue and Customs,

wijst

HET HOF (Negende kamer),

samengesteld als volgt: N. Piçarra (rapporteur), kamerpresident, D. Šváby en S. Rodin, rechters,

advocaat-generaal: E. Tanchev,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

– JCM Europe (UK) Ltd, vertegenwoordigd door S. Cock, bijgestaan door V. Sloane, QC,

– de regering van het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door S. Brandon als gemachtigde, bijgestaan door B. McGurk, barrister,

– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door J. Hradil en M. Salyková als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de geldigheid van uitvoeringsverordening (EU) 2016/1760 van de Commissie van 28 september 2016 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (PB 2016, L 269, blz. 6).

2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen JCM Europe (UK) Ltd en de Commissioners for Her Majesty’s Revenue and Customs (belasting- en douanedienst van het Verenigd Koninkrijk) over de tariefindeling van een door deze vennootschap ingevoerd product, namelijk de iPRO‑RC, een apparaat dat bestaat uit een validator voor bankbiljetten en geldlades.

Toepasselijke bepalingen

Gecombineerde nomenclatuur

3 De tariefindeling van goederen die in de Europese Unie worden ingevoerd, wordt geregeld door de gecombineerde nomenclatuur, die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1987, L 256, blz. 1).

4 De gecombineerde nomenclatuur is gebaseerd op het geharmoniseerde systeem (hierna: „GS”) inzake de omschrijving en de codering van goederen, dat is opgesteld door de Internationale Douaneraad, thans de Werelddouaneorganisatie (WCO), en is ingevoerd bij het op 14 juni 1983 te Brussel gesloten Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen. Dit verdrag is samen met het daarbij behorende protocol van wijziging van 24 juni 1986 namens de Europese Economische Gemeenschap goedgekeurd bij besluit 87/369/EEG van de Raad van 7 april 1987 (PB 1987, L 198, blz. 1). Overeenkomstig artikel 3, lid 1, van verordening nr. 2658/87 neemt de gecombineerde nomenclatuur de uit zes cijfers bestaande posten en onderverdelingen van het GS over. Alleen het zevende en achtste cijfer vormen eigen onderverdelingen van de gecombineerde nomenclatuur.

5 De op het hoofdgeding toepasselijke versie van de gecombineerde nomenclatuur is die voor het jaar 2016, zoals die voortvloeit uit uitvoeringsverordening (EU) 2015/1754 van de Commissie van 6 oktober 2015 tot wijziging van bijlage I bij verordening nr. 2658/87 (PB 2015, L 285, blz. 1; hierna: „GN”).

6 De algemene regels voor de interpretatie van de GN staan in het eerste deel, titel I, onder A ervan, en bepalen: „Voor de indeling van goederen in de [GN] gelden de volgende bepalingen. 1. De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en – voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – de navolgende regels. [...] 6. Voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen, alsmede ‚mutatis mutandis’ de vorenstaande regels, met dien verstande dat uitsluitend onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken. Voor de toepassing van deze regel en voor zover niet anders is bepaald, zijn de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken eveneens van toepassing.”

7 Het tweede deel van de GN, met als opschrift „Tabel van de rechten”, omvat onder meer afdeling XVI, met het opschrift „Machines, toestellen en elektrotechnisch materieel, alsmede delen daarvan; toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid, voor het opnemen of het weergeven van beelden en geluid voor televisie, alsmede delen en toebehoren van deze toestellen”. De GN‑aantekeningen op deze afdeling luiden als volgt: „1. Deze afdeling omvat niet: [...] m) artikelen bedoeld bij hoofdstuk 90; [...] 3. Voor zover niet anders is bepaald, worden combinaties van machines van verschillende soorten, die bestemd zijn om gezamenlijk te functioneren en die een geheel vormen, alsmede machines met twee of meer verschillende (afwisselende of aanvullende) functies, ingedeeld naar de hoofdfunctie die kenmerkend is voor het complex. 4. Indien een machine of een combinatie van machines uit individuele elementen bestaat (ook indien afzonderlijk opgesteld of onderling verbonden door elektrische of andere leidingen, overbrengingsmechanismen of andere voorzieningen), bestemd om gezamenlijk een welbepaalde functie te verrichten, zoals bedoeld bij een der posten van hoofdstuk 84 of 85, wordt het geheel ingedeeld onder de post die in verband met die functie van toepassing is. [...]”

8 In voornoemde afdeling XVI is onder meer hoofdstuk 84 opgenomen, met het opschrift „Kernreactoren, stoomketels, machines, toestellen en mechanische werktuigen, alsmede delen daarvan”. Dit hoofdstuk bevat onder meer post 8472, die luidt als volgt: „Andere kantoormachines en ‑toestellen (bijvoorbeeld hectografen en stencilmachines, adresseermachines, machines voor het automatisch afleveren van bankbiljetten, machines voor het sorteren, het tellen of het verpakken van geld, potloodslijpmachines, perforeermachines en hechtmachines)”.

9 GN‑post 8472 heeft de volgende structuur: 8472 10 00 – duplicators 8472 30 00 – machines voor het sorteren, het vouwen, het in een enveloppe steken of het van een adresband voorzien van poststukken, machines voor het openen, het sluiten of het verzegelen van correspondentie en machines voor het aanbrengen of het stempelen van postzegels 8472 90 – andere: 8472 90 10 – – geldsorteer-, geldtel- en geldinpakmachines 8472 90 30 – – automatisch bankloket 8472 90 70 – – andere

10 Bij uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821 van de Commissie van 6 oktober 2016 tot wijziging van bijlage I bij verordening nr. 2658/87 (PB 2016, L 294, blz. 1) is de code van de postonderverdeling „andere” van GN‑post 8472 vanaf 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 gewijzigd van 84729070 in 84729090.

11 GN‑afdeling XVIII heeft als opschrift „Optische instrumenten, apparaten en toestellen; instrumenten, apparaten en toestellen, voor de fotografie en de cinematografie; meet-, verificatie-, controle- en precisie-instrumenten, ‑apparaten en ‑toestellen; medische en chirurgische instrumenten, apparaten en toestellen; uurwerken; muziekinstrumenten; delen en toebehoren van deze instrumenten, apparaten en toestellen”. Deze afdeling omvat onder meer hoofdstuk 90, met het opschrift „Optische instrumenten, apparaten en toestellen; instrumenten, apparaten en toestellen, voor de fotografie en de cinematografie; meet-, verificatie-, controle- en precisie-instrumenten, ‑apparaten en ‑toestellen; medische en chirurgische instrumenten, apparaten en toestellen; delen en toebehoren van deze instrumenten, apparaten en toestellen”.

12 De GN‑aantekeningen op hoofdstuk 90 luiden: „1. Dit hoofdstuk omvat niet: [...] g) distributiepompen met meettoestel bedoeld bij post 8413; bascules en balansen, voor het tellen en controleren van werkstukken, alsmede afzonderlijk aangeboden gewichten (post 8423); heftoestellen en toestellen voor het hanteren van goederen (posten 8425 tot en met 8428); papier- en kartonsnijmachines van alle soorten (post 8441); speciale toestellen voor het instellen van werkstukken of van gereedschap op gereedschapswerktuigen, ook indien voorzien van optische apparatuur voor het aflezen van een schaalverdeling (bijvoorbeeld optische verdeelkoppen), bedoeld bij post 8466, met uitzondering echter van specifiek optische toestellen (bijvoorbeeld centreringsmicroscopen); rekenmachines (post 8470); reduceerventielen, kranen en andere artikelen bedoeld bij post 8481; machines en toestellen (apparaten voor het projecteren of het tekenen van schakelingspatronen op gevoelig halfgeleidermateriaal daaronder begrepen) bedoeld bij post 8486; [...] 3. Het bepaalde in de aantekeningen 3 en 4 op afdeling XVI is eveneens van toepassing op dit hoofdstuk. [...]”

13 Hoofdstuk 90 bevat onder meer post 9031, die luidt als volgt: „Meet- of verificatie-instrumenten, ‑apparaten, ‑toestellen en ‑machines, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk; profielprojectietoestellen”.

14 GN‑post 9031 heeft de volgende structuur: [...] [...] – andere optische instrumenten, apparaten en toestellen 9031 41 00 – – voor het verifiëren van halfgeleiderschijven of van halfgeleiderschakelingen of voor het verifiëren van fotomaskers gebruikt in de fabricage van halfgeleiderschakelingen 9031 49 – – andere: 9031 49 10 – – – profielprojectietoestellen 9031 49 90 – – – andere [...] [...]

Verordening nr. 952/2013

15 Artikel 57 van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB 2013, L 269, blz. 1) heeft als opschrift „Tariefindeling van goederen” en bepaalt in de leden 1 en 4: „1. Voor de toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief betekent ‚tariefindeling’ van goederen het vaststellen van een van de onderverdelingen of verdere indelingen van de [GN] waaronder die goederen moeten worden ingedeeld. [...] 4. De Commissie kan overeenkomstig de leden 1 en 2 maatregelen aannemen tot vaststelling van de tariefindeling van goederen.”

16 Artikel 58 van deze verordening, met het opschrift „Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden”, bepaalt in lid 2: „De Commissie stelt de in artikel 57, lid 4, bedoelde maatregelen door middel van uitvoeringshandelingen vast. [...]”

17 Artikel 285, lid 1, van deze verordening bepaalt dat de Commissie bij de uitoefening van deze bevoegdheid wordt bijgestaan door het Comité douanewetboek.

Uitvoeringsverordening 2016/1760

18 Uitvoeringsverordening 2016/1760 is door de Commissie vastgesteld op basis van artikel 57, lid 4, en artikel 58, lid 2, eerste alinea, van verordening nr. 952/2013.

19 In artikel 1 van deze uitvoeringsverordening is het volgende bepaald: „De in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen worden in de [GN] ingedeeld onder de in kolom 2 van die tabel vermelde GN‑code.”

20 Deze uitvoeringsverordening is overeenkomstig artikel 3 ervan op 24 oktober 2016 in werking getreden.

21 De bijlage bij uitvoeringsverordening 2016/1760 ziet er als volgt uit: „Omschrijving Indeling (GN‑code) Motivering (1) (2) (3) Een apparaat bestaande uit een validator voor bankbiljetten en geldlades (een zogenoemde ‚note float unit’) met afmetingen van ongeveer 10 bij 24 bij 44 cm. De validator voor bankbiljetten maakt gebruik van optische scantechnologie om de echtheid van de bankbiljetten te verifiëren volgens vooraf vastgestelde specificaties. De door de validator goedgekeurde bankbiljetten komen terecht in een geldlade. Wanneer deze geldlade vol is (meestal is er plaats voor 30 bankbiljetten), worden de bankbiljetten automatisch gesorteerd en verdeeld over andere geldlades met een capaciteit van doorgaans 300 bankbiljetten. Het apparaat wordt bijvoorbeeld in speel-, verkoop- en parkeerautomaten gebruikt om te betalen voor de geboden dienst of het verkregen product. Het apparaat kan ook bankbiljetten afleveren. Het apparaat is altijd verbonden met een zogenoemde ‚hostcontroller’ (niet aanwezig bij de aanbieding) die de vooraf vastgestelde specificaties regelt, alsook de verplaatsing van de bankbiljetten naar de verschillende geldlades. Zie afbeelding (*) 8472 90 70 De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de GN en de tekst van de GN‑codes 8472, 8472 90 en 8472 90 70. Indeling onder post 9031 als meet- of verificatie-instrumenten is uitgesloten, aangezien het apparaat meer is dan een zoals bij die post bedoeld verificatie-instrument. Naast het verifiëren van de echtheid van bankbiljetten vervult het ook andere functies, zoals het sorteren en verdelen van bankbiljetten tussen verschillende geldlades en het afleveren van bankbiljetten. Alle door het apparaat vervulde functies vallen onder post 8472. Daarom moet het toestel worden ingedeeld onder GN‑code 8472 90 70 als andere kantoormachines en ‑toestellen. (*) De afbeelding is louter ter informatie. ”

Hoofdgeding en prejudiciële vragen

22 Verzoekster in het hoofdgeding is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde vennootschap die de iPRO‑RC invoert.

23 De verwijzende rechter beschrijft dit product als een validator voor bankbiljetten met een recirculatiemechanisme die moet worden ingebouwd in een hostapparaat, zoals zelfbedieningssystemen, verkoopautomaten, ticketautomaten of speelautomaten, en stelt vast dat het niet geschikt is voor gebruik in geldautomaten.

24 Deze rechter merkt op dat de iPRO‑RC uit drie hoofdonderdelen bestaat, die alle drie in één behuizing zijn ondergebracht, namelijk de verificatie-eenheid, de recirculatie-eenheid en de geldlade. Het hele apparaat wordt vervolgens in het hostapparaat geplaatst en daar met stroomkabels mee verbonden. De „mond” van de verificatie-eenheid is het enige deel van de iPRO‑RC dat zichtbaar is voor de gebruikers van het hostapparaat. De iPRO‑RC kan niet onafhankelijk van dat hostapparaat functioneren, ook al heeft hijenkele autonome functies.

25 Om de echtheid van de binnenkomende bankbiljetten te verifiëren, maakt de iPRO‑RC gebruik van een optische en magnetische scantechnologie en een microcontroller. Het apparaat vergelijkt de van het binnengekomen biljet afkomstige gegevens met alle gegevens die in het geheugen van de microcontroller zijn opgeslagen. Wanneer de van het binnengekomen biljet afkomstige gegevens overeenstemmen met de parameters die in de microcontroller zijn opgeslagen, wordt de echtheid van het bankbiljet doorgegeven aan de hostcontroller, die dan bevestigt dat het bankbiljet is goedgekeurd. In het tegenovergestelde geval wordt het afgekeurde biljet daarentegen geweigerd en aan de klant teruggegeven.

26 De belasting- en douanedienst heeft dit product aanvankelijk onder GN‑postonderverdeling 90314990 ingedeeld.

27 In januari 2012 heeft de bevoegde Duitse autoriteit een bindende tariefinlichting (hierna: „BTI”) verstrekt op grond waarvan een „validator voor bankbiljetten” werd ingedeeld onder GN‑postonderverdeling 847290. In februari 2012 heeft de belasting- en douanedienst een BTI verstrekt voor de indeling van een „validator voor bankbiljetten met een recirculatiemechanisme” onder GN‑postonderverdeling 90314990. Gelet op deze verschillende tariefindelingen heeft de Bondsrepubliek Duitsland de zaak voorgelegd aan het in artikel 285 van verordening nr. 952/2013 bedoelde Comité douanewetboek. Op 10 augustus 2016 heeft dit comité een gunstig advies uitgebracht over de ontwerpuitvoeringsverordening van de Commissie inzake de indeling van het betrokken product onder GN‑postonderverdeling 84729070. Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland heeft als enige niet voor deze indeling gestemd.

28 Op 28 september 2016 heeft de Commissie uitvoeringsverordening 2016/1760 vastgesteld.

29 Na een verzoek van verzoekster in het hoofdgeding van 22 november 2017, heeft de belasting‑ en douanedienst op 3 januari 2018 een BTI verstrekt op grond waarvan de iPRO‑RC overeenkomstig uitvoeringsverordening 2016/1760 werd heringedeeld onder postonderverdeling 84729090 van de GN in de versie die voortvloeit uit uitvoeringsverordening 2016/1821.

30 Daarop heeft verzoekster in het hoofdgeding deze BTI bij de verwijzende rechter bestreden.

31 Na te hebben vastgesteld dat uitvoeringsverordening 2016/1760 van toepassing is op de iPRO‑RC, uit de verwijzende rechter twijfels aan de geldigheid van deze uitvoeringsverordening. Ten eerste volgt volgens deze rechter uit de notulen van het Comité douanewetboek niet duidelijk dat de indeling van het in deze uitvoeringsverordening bedoelde goed in hoofdstuk 90 van de GN in overweging is genomen alvorens zich op hoofdstuk 84 hiervan te richten, aangezien nergens wordt verwezen naar aantekening 1, onder m), op afdeling XVI van het GS of de GN. Ten tweede volgt uit deze notulen evenmin dat het Comité douanewetboek de hoofdfunctie van dit goed heeft vastgesteld overeenkomstig de aantekeningen 3 en 4 op afdeling XVI en aantekening 3 op hoofdstuk 90 van het GS of de GN. Volgens deze rechter bestaat de hoofdfunctie van de iPRO‑RC erin bankbiljetten te valideren teneinde deze op aanwijzing van de hostcontroller veilig op te slaan of uit te keren; alle andere functies zijn grotendeels irrelevant of hooguit van ondergeschikt belang.

32 Daarop heeft de First-tier Tribunal (Tax Chamber) (belastingrechter in eerste aanleg, Verenigd Koninkrijk) de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen: „1) Is [uitvoeringsverordening 2016/1760] ongeldig voor zover het in die verordening beschreven apparaat bestaande uit een validator voor bankbiljetten en geldlades daarbij wordt ingedeeld onder GN‑code 84729070 en niet onder GN‑code 90314990? 2) In het bijzonder: is [uitvoeringsverordening 2016/1760] ongeldig voor zover daarin: a) de werkingssfeer van GN‑post 9031 onrechtmatig wordt beperkt; b) de werkingssfeer van GN‑post 8472 onrechtmatig wordt verruimd; c) rekening wordt gehouden met ontoelaatbare factoren; d) bij de indeling van het product zoals beschreven in die uitvoeringsverordening niet naar behoren rekening wordt gehouden met de toelichtingen, de GN‑posten en/of de algemene regels voor de interpretatie?”

Beantwoording van de prejudiciële vragen

33 Met zijn vragen, die samen moeten worden onderzocht, verzoekt de verwijzende rechter het Hof om uitspraak te doen over de geldigheid van uitvoeringsverordening 2016/1760, voor zover daarbij een apparaat bestaande uit een validator voor bankbiljetten en geldlades, zoals beschreven in kolom 1 van de tabel in de bijlage bij die uitvoeringsverordening, wordt ingedeeld onder GN‑postonderverdeling 84729070 en niet onder GN‑postonderverdeling 90314990, hetgeen volgens hem in strijd is met de draagwijdte van de GN‑posten 8472 en 9031, de GS‑ en de GN‑toelichtingen bij deze posten alsook de algemene regels voor de interpretatie van de GN.

34 Vooraf moet in herinnering worden gebracht dat het Hof herhaaldelijk heeft geoordeeld dat de Commissie, die handelt in samenwerking met de douanedeskundigen van de lidstaten, beschikt over een ruime beoordelingsbevoegdheid om de inhoud te verduidelijken van de posten die voor de indeling van een bepaald goed in aanmerking komen. De Commissie is op grond van haar bevoegdheid om de maatregelen vast te stellen die worden bedoeld in artikel 57, lid 4, en artikel 58, lid 2, van verordening nr. 952/2013, evenwel niet gemachtigd om de inhoud of de draagwijdte te wijzigen van de tariefposten die zijn vastgesteld op basis van het GS, ten aanzien waarvan de Unie zich bij artikel 3 van het in punt 4 van dit arrest genoemde verdrag heeft verbonden om de draagwijdte niet te wijzigen (zie in die zin arresten van 12 februari 2015, Raytek en Fluke Europe, C‑134/13, EU:C:2015:82, punt 29, en 19 december 2019, Amoena, C‑677/18, EU:C:2019:1142, punt 37 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

35 Om vast te stellen of de Commissie, door het in kolom 1 van de tabel in de bijlage bij uitvoeringsverordening 2016/1760 omschreven goed in te delen onder GN‑post 8472 en niet onder GN‑post 9031, de inhoud of de draagwijdte van deze twee tariefposten van de GN, die zijn vastgesteld op basis van het GS, heeft gewijzigd, moet er in de eerste plaats aan worden herinnerd dat het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen – ter wille van de rechtszekerheid en gemakkelijke controle – in de regel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de GN‑post en van de aantekeningen op de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven (arresten van 19 december 2019, Amoena, C‑677/18, EU:C:2019:1142, punt 40, en 18 juni 2020, Hydro Energo, C‑340/19, EU:C:2020:488, punt 34 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

36 In de tweede plaats kan, wanneer de indeling niet uitsluitend op basis van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het betrokken product kan worden verricht, de bestemming – met name de wezenlijke bestemming – ervan een objectief indelingscriterium zijn, mits die bestemming inherent is aan dat product. De inherentie moet kunnen worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product (zie in die zin arresten van 5 september 2019, TDK-Lambda Germany, C‑559/18, EU:C:2019:667, punt 27, en 18 juni 2020, Hydro Energo, C‑340/19, EU:C:2020:488, punt 35 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

37 In de derde plaats heeft het Hof herhaaldelijk geoordeeld dat de toelichtingen op de GN en het GS weliswaar geen bindende kracht hebben, maar wel van belang zijn om een uniforme toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief te waarborgen en als zodanig voor de uitlegging daarvan waardevolle gegevens bevatten (arrest van 18 juni 2020, Hydro Energo, C‑340/19, EU:C:2020:488, punt 36 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

38 Wat de bewoordingen van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde tariefposten betreft, moet worden opgemerkt dat GN‑post 9031 met name betrekking heeft op „meet- of verificatie-instrumenten, ‑apparaten, ‑toestellen en ‑machines”, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van GN‑hoofdstuk 90, terwijl GN‑post 8472 betrekking heeft op „andere kantoormachines en ‑toestellen”, waaronder met name machines voor het automatisch afleveren van bankbiljetten en machines voor het sorteren, het tellen of het verpakken van geld.

39 Het Hof heeft al opgemerkt dat GS‑hoofdstuk 90 volgens de GS‑toelichtingen hierop een reeks instrumenten en toestellen bevat die over het algemeen vooral worden gekenmerkt door hun zorgvuldige vervaardiging en hun grote precisie, hetgeen hen onderscheidt van gewone producten (zie in die zin arresten van 7 november 2002, Lohmann en Medi Bayreuth, C‑260/00–C‑263/00, EU:C:2002:637, punt 37, en 16 mei 2019, Estron, C‑138/18, EU:C:2019:419, punt 62 en aldaar aangehaalde rechtspraak). Zoals in deze toelichtingen wordt verduidelijkt, worden de meeste van deze instrumenten en toestellen „onder meer gebruikt [...] voor zuiver wetenschappelijke doeleinden (bijvoorbeeld laboratoriumresearch, analyse, astronomie), voor welbepaalde technische en industriële doeleinden (bijvoorbeeld meten, controleren, waarnemen) en voor medische en chirurgische doeleinden”.

40 Bovendien wordt in de GS‑toelichting op GS-post 9031 uiteengezet dat deze post naast profielprojectietoestellen ook „meet- of verificatie-instrumenten, ‑apparaten, ‑toestellen en ‑machines, al dan niet optisch” omvat, maar „geen instrumenten, apparaten, enzovoort omvat, bedoeld bij” andere posten van hoofdstuk 90 van het GS. Ten slotte wordt in de aanvullende GS‑toelichting bij GS-onderverdeling 903149 nog uiteengezet dat deze onderverdeling „niet alleen de instrumenten en apparaten ter verbetering van het menselijk gezichtsvermogen [omvat], maar ook de andere instrumenten en apparaten die werken met behulp van optische elementen of optische processen”.

41 Wat GN‑post 8472 betreft, heeft het Hof reeds vastgesteld dat dit een restpost is die betrekking heeft op kantoormachines met een hoofdzakelijk mechanische structuur en werking (zie in die zin arrest van 9 oktober 1997, Rank Xerox, C‑67/95, EU:C:1997:470, punt 25).

42 In het onderhavige geval heeft de Commissie, op basis van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het in uitvoeringsverordening 2016/1760 bedoelde goed zoals dat is beschreven in kolom 1 van de tabel in de bijlage bij die uitvoeringsverordening, uit hoofde van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de GN, zoals vermeld in de motivering in kolom 3 van die tabel, de indeling van dat goed onder GN‑post 9031 uitgesloten aangezien dit goed „meer is dan een zoals bij die post bedoeld verificatie-instrument” en het ingedeeld onder GN‑post 84729070 als „andere kantoormachines en ‑toestellen”, omdat „[a]lle door het apparaat vervulde functies vallen onder [GN‑]post 8472”.

43 De verwijzende rechter betwijfelt in het bijzonder of uitvoeringsverordening 2016/1760 geldig is omdat de daarin vastgestelde tariefindeling volgens hem in strijd is met aantekening 1, onder m), op afdeling XVI van de GN, alsook met de aantekeningen 3 en 4 op deze afdeling, gelezen in samenhang met aantekening 3 op GN‑hoofdstuk 90, aangezien de in kolom 3 van de tabel in de bijlage bij deze verordening gegeven motivering naar geen van deze aantekeningen verwijst.

44 In de eerste plaats wordt in aantekening 1, onder m), op afdeling XVI van de GN, waartoe de hoofdstukken 84 en 85 ervan behoren, alleen uiteengezet dat die afdeling de artikelen bedoeld bij hoofdstuk 90 niet omvat. Wanneer een goed onder hoofdstuk 90 van de GN valt, is het dus uitgesloten dat dit goed ook valt onder de hoofdstukken 84 en 85 ervan (zie in die zin arrest van 16 mei 2019, Estron, C‑138/18, EU:C:2019:419, punt 75).

45 Zoals de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen betoogt, blijkt uit de tweede alinea van kolom 3 van de tabel in de bijlage bij uitvoeringsverordening 2016/1760 uitdrukkelijk dat de indeling onder een van de posten van GN‑hoofdstuk 90, namelijk post 9031, is uitgesloten, hetgeen betekent dat deze indeling op zijn minst is overwogen als alternatief voor de indeling onder GN‑post 8472, waarvoor uiteindelijk is gekozen.

46 Hieruit volgt dat het in deze uitvoeringsverordening bedoelde goed niet in strijd met aantekening 1, onder m), op GN‑afdeling XVI onder GN‑post 8472 is ingedeeld.

47 Bovendien kan de omstandigheid dat in de motivering in kolom 3 van de tabel in de bijlage bij uitvoeringsverordening 2016/1760 geen melding wordt gemaakt van die aantekening op zich niet leiden tot de ongeldigheid van die uitvoeringsverordening. Volgens vaste rechtspraak van het Hof moet de door artikel 296, tweede alinea, VWEU vereiste motivering immers weliswaar aangepast zijn aan de aard van de handeling in kwestie en moet de redenering van de instelling die de handeling heeft vastgesteld, er duidelijk en ondubbelzinnig in tot uiting komen, zodat de belanghebbenden de rechtvaardigingsgronden van de genomen maatregel kunnen kennen en de bevoegde rechter zijn toezicht kan uitoefenen, maar is het niet vereist dat alle relevante feitelijke en juridische gegevens in de motivering worden gespecificeerd (arrest van 4 juni 2020, Hongarije/Commissie, C‑456/18 P, EU:C:2020:421, punt 57 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

48 In de tweede plaats is volgens aantekening 3 op GN‑hoofdstuk 90 het bepaalde in de aantekeningen 3 en 4 op GN‑afdeling XVI van toepassing op dit hoofdstuk.

49 Uit de kenmerken en eigenschappen van het in uitvoeringsverordening 2016/1760 bedoelde goed, zoals beschreven in kolom 1 van de tabel in de bijlage bij die uitvoeringsverordening, blijkt dat dit goed bestaat uit afzonderlijke onderdelen, namelijk een validator voor bankbiljetten en geldlades. Het hele apparaat is aangesloten op een „hostcontroller” en ingebouwd in een hosttoestel, zoals een speel-, verkoop- of parkeerautomaat, „om te betalen voor de [door dat toestel] geboden dienst of het [daarmee] verkregen product”.

50 Zoals wordt verduidelijkt in kolom 3 van deze tabel, vervult dit apparaat daartoe meerdere functies, namelijk „[n]aast het verifiëren van de echtheid van bankbiljetten [...] ook andere functies, zoals het sorteren en verdelen van bankbiljetten tussen verschillende geldlades en het afleveren van bankbiljetten”.

51 Hieruit volgt dat het in uitvoeringsverordening 2016/1760 bedoelde goed enerzijds een machine is met meerdere verschillende (afwisselende of aanvullende) functies in de zin van aantekening 3 op afdeling XVI van de GN, zodat het, overeenkomstig deze aantekening, voor zover niet anders is bepaald, moet worden ingedeeld naar de hoofdfunctie die het hele goed in de ogen van de consument kenmerkt [zie in die zin arrest van 30 april 2020, DHL Logistics (Slovakia), C‑810/18, EU:C:2020:336, punt 27 en aldaar aangehaalde rechtspraak]. Anderzijds is dit goed ook een machine die uit individuele elementen bestaat, bestemd om gezamenlijk een welbepaalde functie te verrichten, in de zin van aantekening 4 op afdeling XVI van de GN, en moet de indeling ervan aan de hand van deze functie worden bepaald. De hoofdfunctie die het hele apparaat in de ogen van de consument kenmerkt en waarvoor de afzonderlijke elementen ervan zijn ontworpen, is de betaling van het goed dat of de dienst die wordt geleverd door het hosttoestel waarin dit apparaat is ingebouwd.

52 Zoals de regering van het Verenigd Koninkrijk en de Commissie in hun schriftelijke opmerkingen in essentie betogen, kan de hoofdfunctie van het goed waarop uitvoeringsverordening 2016/1760 betrekking heeft, niet geacht worden de controle of validatie van bankbiljetten te zijn. Het is juist dat een van de functies van het betrokken apparaat, of nauwkeuriger gezegd van de daarin opgenomen validator voor bankbiljetten, het verifiëren is van de echtheid van bankbiljetten volgens vooraf vastgestelde specificaties door middel van optische scantechnologie. Dit neemt echter niet weg dat deze functie niet ontwikkeld is als een doel op zich.

53 Het is immers noodzakelijk om de bankbiljetten na afloop van deze controle te valideren om ervoor te zorgen dat de bankbiljetten kunnen worden gesorteerd, verdeeld en opgeslagen in de verschillende geldlades en dat deze biljetten worden verspreid, welke taken moeten bijdragen aan het doel van het hosttoestel waarin dit apparaat is ingebouwd, te weten de betaling van het goed dat of de dienst die door dat hosttoestel wordt geleverd.

54 Bovendien volgt uit aantekening 1, onder g), op GN‑hoofdstuk 90 dat bepaalde producten met meet- of verificatiemiddelen, onder meer optische apparatuur voor het aflezen van een schaalverdeling, niet allemaal onder een van de posten van dit hoofdstuk 90 worden ingedeeld, maar daarentegen moeten worden ingedeeld onder verschillende posten van GN‑hoofdstuk 84. Zoals de Commissie betoogt, kan dus niet worden gesteld dat producten waarmee bepaalde metingen of verificaties worden verricht, slechts kunnen worden ingedeeld onder een van de posten van GN‑hoofdstuk 90, met name post 9031.

55 Bovendien heeft post 8472 van de GN een ruime draagwijdte. Deze post heeft immers betrekking op „andere kantoormachines en ‑toestellen”, die dus niet specifieker onder een andere tariefpost zijn opgenomen. Bovendien worden in de bewoordingen zelf van deze post uitdrukkelijk kantoormachines genoemd waarmee geld wordt verwerkt, namelijk „machines voor het automatisch afleveren van bankbiljetten” en „machines voor het sorteren, het tellen of het verpakken van geld”. In casu blijkt uit de vierde alinea van kolom 1 van de tabel in de bijlage bij uitvoeringsverordening 2016/1760 duidelijk dat het in die uitvoeringsverordening bedoelde goed wordt gebruikt in bijvoorbeeld verkoopautomaten, die zelf vallen onder GN‑post 8472.

56 De ruime draagwijdte van het begrip „kantoormachines” in de zin van GN‑post 8472 vindt steun in de GS‑toelichting op GS-post 8472. In deze toelichting wordt verduidelijkt dat het begrip „kantoormachines en ‑toestellen” in de zin van deze post zodanig ruim moet worden opgevat dat dit begrip niet alleen duidt op „machines en toestellen, die uitsluitend op kantoren worden gebezigd”, maar ook op machines en toestellen die op zeer verschillende professionele gebieden, zoals in „magazijnen, fabrieken, werkhuizen, scholen, stations, hotels”, worden gebruikt „voor het verrichten van kantoorwerk, dat wil zeggen werkzaamheden die verband houden met het schrijfwerk (registreren, bijhouden van documenten, correspondentie, enzovoort), het systematisch opbergen van documenten, de boekhouding, enzovoort”. Bovendien blijkt uit de bewoordingen van deze toelichting dat de opsomming van „kantoormachines en ‑toestellen” niet uitputtend is, aangezien daarbij de woorden „enzovoort” of „onder meer” worden gebruikt.

57 Gelet op zowel de bewoordingen van GN‑post 8472 als de GS‑toelichtingen op GS-post 8472, moet worden vastgesteld dat deze post als kantoormachines en ‑toestellen ook apparaten omvat die niet op kantoor worden gebruikt, maar waarmee typische kantoorwerkzaamheden worden verricht. Hieruit volgt eveneens dat GN‑post 8472 als „kantoormachines en ‑toestellen” in ruime zin machines omvat die geld verwerken, op zeer verschillende professionele gebieden worden gebruikt en mechanisch de taken verrichten die verbonden zijn aan het gebruik van contant geld (bankbiljetten en muntgeld), met name het sorteren, tellen, opslaan en verspreiden ervan, welke taken van oudsher handmatig werden verricht door personeel dat kantoorwerk uitvoerde dat met name kon bestaan in de betaling van goederen of diensten.

58 De Commissie heeft dus geen kennelijke fout gemaakt door bij de uitoefening van haar ruime beoordelingsbevoegdheid om de inhoud van de tariefposten te verduidelijken, vast te stellen dat het in uitvoeringsverordening 2016/1760 bedoelde goed meer is dan een meet‑ of verificatie-instrument in de zin van GN‑post 9031, zodat de indeling van dit goed onder deze post uitgesloten was, en dat de verschillende functies van dat goed onder GN‑post 8472 vallen.

59 Aan deze vaststelling wordt niet afgedaan door de omstandigheid dat in de GS‑toelichting op GS-post 8472 tevens staat dat deze post is „beperkt tot machines en toestellen die voorzien zijn van een voetstuk, om ze bijvoorbeeld op een tafel of op een bureau te plaatsen, of van een bevestigingsinrichting; handgereedschap, zoals bijvoorbeeld is bedoeld bij hoofdstuk 82, is derhalve van post 8472 uitgezonderd”. Ten eerste kan deze verduidelijking niet aldus worden uitgelegd dat alleen apparaten die voorzien zijn van een voetstuk om ze op een tafel of op een bureau te plaatsen, onder GS‑post 8472 vallen. Uit deze verduidelijking volgt immers duidelijk dat onder deze post zowel kantoormachines en ‑toestellen vallen die voorzien zijn van een dergelijk voetstuk, als die met een „bevestigingsinrichting”. Andere middelen zijn dus denkbaar om kantoormachines of ‑toestellen te bevestigen of plaatsen, met name op de grond in een ruimte waar kantoorwerk wordt verricht. Meer nog blijkt ten tweede uit deze verduidelijking dat kantoormachines of ‑toestellen die onder GS‑post 8472 vallen, hoofdzakelijk een mechanische structuur en werking hebben, wat wordt opgemerkt om ze te onderscheiden van „handgereedschap”, waartoe het in uitvoeringsverordening 2016/1760 bedoelde goed niet kan worden gerekend.

60 Gelet op een en ander moet worden vastgesteld dat de Commissie, door het apparaat bestaande uit een validator voor bankbiljetten en geldlades, zoals omschreven in kolom 1 van de tabel in de bijlage bij uitvoeringsverordening 2016/1760, in te delen onder GN‑post 8472 en niet onder GN‑post 9031, de inhoud of de draagwijdte van geen van beide tariefposten heeft gewijzigd.

61 Bijgevolg dient op de gestelde vragen te worden geantwoord dat bij onderzoek daarvan niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van uitvoeringsverordening 2016/1760 kunnen aantasten.

Kosten

62 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Negende kamer) verklaart voor recht:

Bij onderzoek van de gestelde vragen is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van uitvoeringsverordening (EU) 2016/1760 van de Commissie van 28 september 2016 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur kunnen aantasten.

ondertekeningen

( *1 ) Procestaal: Engels.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken

Aangehaald in