Gerecht EU 25 februari 2026, T-69/25, ECLI:EU:T:2026:151

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Arrest van het Gerecht (Vijfde kamer, zitting hebbend met vijf rechters)

25 februari 2026 ( *1 )

„Prejudiciële verwijzing – Douane-unie – Gemeenschappelijk douanetarief – Tariefindeling – Gecombineerde nomenclatuur – Uitlegging – Begrip ‚goederen aangeboden in stellen of assortimenten’ en bestaande uit twee of meer bestanddelen – Aantekening 3 op afdeling VI van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87”

In zaak T‑69/25,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Bundesfinanzhof (hoogste federale rechter in belastingzaken, Duitsland) bij beslissing van 12 november 2024, ingekomen bij het Hof op 15 januari 2025, in de procedure

A GmbH

tegen

Hauptzollamt C,

wijst

HET GERECHT (Vijfde kamer, zitting hebbend met vijf rechters),

samengesteld als volgt: M. Sampol Pucurull, president, T. Pynnä, J. Laitenberger, M. Stancu en W. Valasidis (rapporteur), rechters,

advocaat-generaal: J. Martín y Pérez de Nanclares,

griffier: V. Di Bucci,

gelet op de doorzending door het Hof van het verzoek om een prejudiciële beslissing aan het Gerecht op 30 januari 2025 overeenkomstig artikel 50 ter, derde alinea, van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie,

gezien de in artikel 50 ter, eerste alinea, onder b), van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie genoemde materie en het ontbreken van een opzichzelfstaande uitleggingsvraag in de zin van artikel 50 ter, tweede alinea, van dat Statuut,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

– A GmbH, vertegenwoordigd door P. Kalski, directeur, en R. Schwerin, advocaat,

– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door A. Demeneix en B. Eggers als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: „GN”) die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1987, L 256, blz. 1), zoals gewijzigd bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 1101/2014 van de Commissie van 16 oktober 2014 (PB 2014, L 312, blz. 1), en in het bijzonder van het begrip „goederen aangeboden in stellen of assortimenten” in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van die bijlage.

2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen A GmbH, een vennootschap naar Duits recht, en het Hauptzollamt C (douanehoofdkantoor C, Duitsland) over de tariefindeling van een capsulesysteem dat zilverlegeringspoeder en vloeibaar kwik bevat die bestemd zijn voor vermenging tot zilveramalgaam voor tandvullingen.

Toepasselijke bepalingen

Internationaal recht

3 Het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: „GS”) is opgesteld door de Internationale Douaneraad, thans de Werelddouaneorganisatie (WDO), die is opgericht bij het op 15 december 1950 te Brussel gesloten Verdrag houdende oprichting van een Internationale Douaneraad. Het GS is aangenomen bij het op 14 juni 1983 te Brussel gesloten Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen [United Nations Treaty Series, deel 1503, blz. 4, nr. 25910 (1988)], dat met het bijbehorende protocol van wijziging van 24 juni 1986 namens de Europese Economische Gemeenschap is goedgekeurd bij besluit 87/369/EEG van de Raad van 7 april 1987 (PB 1987, L 198, blz. 1).

4 De WDO keurt, onder de voorwaarden van artikel 8 van het GS‑verdrag, de toelichtingen en de indelingsadviezen goed die worden vastgesteld door het Comité voor het GS.

5 De algemene opmerkingen in de toelichtingen op aantekening 3 op afdeling VI van het GS, in de versie die van toepassing is op het hoofdgeding, luiden: „Deze aantekening betreft de tariefindeling van goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze afdeling behoren. De aantekening is echter alleen van toepassing op stellen of assortimenten waarvan kan worden onderkend dat de bestanddelen ervan bestemd zijn om, door vermenging, een product bedoeld bij afdeling VI of VII te verkrijgen. Dergelijke stellen of assortimenten moeten worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dit product, mits de afzonderlijke componenten voldoen aan de voorwaarden onder a) t/m c) van de aantekening. Voorbeelden van producten in dergelijke stellen of assortimenten zijn tandcement en andere producten voor tandvulling bedoeld bij post 3006, bepaalde soorten vernis en verf bedoeld bij de posten 3208 tot en met 3210, alsmede stopverf enz. bedoeld bij post 3214. [...] Opgemerkt zij dat goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van afdeling VI behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om achtereenvolgens te worden gebruikt zonder vermenging, niet onder aantekening 3 op deze afdeling vallen. Deze goederen moeten, wanneer zij voor de verkoop in het klein zijn verpakt, worden ingedeeld op basis van de algemene regels voor de interpretatie [regel 3, onder b)]. Indien zij niet voor de verkoop in het klein verpakt zijn, moeten de bestanddelen ervan afzonderlijk worden ingedeeld.”

Unierecht

GN

6 De douanetariefindeling van goederen die in de Europese Unie worden ingevoerd, wordt geregeld door de GN. De GN is gebaseerd op het GS. In de GN zijn de posten en onderverdelingen van het GS tot zes cijfers overgenomen. Enkel het zevende en het achtste cijfer zijn onderverdelingen die specifiek zijn voor de GN.

7 Krachtens artikel 12, lid 1, van verordening nr. 2658/87 stelt de Europese Commissie jaarlijks bij verordening een volledige versie vast van de GN met het daarbij behorende tarief van de douanerechten, zoals die uit de door de Raad van de Europese Unie of door haarzelf vastgestelde bepalingen voortvloeit. Deze verordening is van toepassing met ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar.

8 Uit het dossier waarover het Gerecht beschikt, blijkt dat de in het hoofdgeding toepasselijke versie van de GN de versie is die voortvloeit uit uitvoeringsverordening nr. 1101/2014, waarbij de GN met ingang van 1 januari 2015 is gewijzigd.

9 De algemene regels voor de interpretatie van de GN, die zijn opgenomen in bijlage I, eerste deel, titel I, afdeling A, bij uitvoeringsverordening nr. 1101/2014, luiden als volgt: „1. De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en – voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – de navolgende regels. [...] 3. Indien goederen met toepassing van het bepaalde onder 2 b) of om enige andere reden vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, geschiedt de indeling als volgt: a) de post met de meest specifieke omschrijving heeft voorrang boven posten met een meer algemene strekking. Indien echter twee of meer posten elk afzonderlijk slechts betrekking hebben op een gedeelte van de stoffen of bestanddelen waaruit een mengsel of een goed is samengesteld of op een gedeelte van de artikelen, in het geval van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, worden die posten, met betrekking tot bedoelde mengsels en goederen, aangemerkt als even specifiek, zelfs indien een van de andere posten daarvan een volledigere of nauwkeurigere omschrijving geeft; b) mengsels, werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, zomede goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder 3 a), worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels, de werken, de stellen of de assortimenten hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald; [...]”

10 Het tweede deel van de GN, met als opschrift „Tabel van de rechten”, bevat een afdeling VI, met het opschrift „Producten van de chemische en van de aanverwante industrieën”.

11 Aantekening 1, onder b), op afdeling VI van de GN bepaalt dat „behoudens het bepaalde onder A) hiervoor, producten die beantwoorden aan de omschrijving van post 2843, 2846 of 2852 moeten worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van afdeling VI.”

12 Aantekening 2 op afdeling VI van de GN luidt: „Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, moeten alle producten die behoren tot een der posten 3004, 3005, 3006, 3212, 3303, 3304, 3305, 3306, 3307, 3506, 3707 of 3808, hetzij omdat ze zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij omdat ze voorkomen in afgemeten hoeveelheden, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.”

13 Aantekening 3 op afdeling VI van de GN luidt als volgt: „Goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze afdeling behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om, door vermenging, een product bedoeld bij afdeling VI of VII te verkrijgen, worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dit product, mits: a) duidelijk kan worden onderkend dat zij, gezien de wijze van opmaak, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt; b) zij gelijktijdig worden aangeboden; c) onderkend kan worden dat zij, gezien aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.”

14 Deze afdeling bevat de hoofdstukken 28 en 30 van de GN, met als opschrift respectievelijk, „Anorganische chemische producten; anorganische of organische verbindingen van edele metalen, van radioactieve elementen, van zeldzame aardmetalen en van isotopen” en „Farmaceutische producten”.

15 Hoofdstuk 28 van de GN bevat post 2805, met als opschrift „Alkali‑ en aardalkalimetalen; zeldzame aardmetalen, scandium en yttrium, ook indien onderling vermengd of onderling gelegeerd; kwik (kwikzilver)”.

16 Hoofdstuk 28 van de GN bevat ook post 2843, waarvan het opschrift overeenkomt met de volgende tabel: 2843 Edele metalen in colloïdale toestand; anorganische of organische verbindingen van edele metalen, al dan niet chemisch welbepaald; amalgamen van edele metalen [...] [...] [...] [...] 2843 90 – andere verbindingen; amalgamen 2843 90 10 – – amalgamen 5,3 —

17 Aantekening 4 op hoofdstuk 30 van de GN bepaalt het volgende: „Onder post 3006, met uitsluiting van enige andere post in de nomenclatuur, worden alleen de volgende producten ingedeeld: [...] f) tandcement en andere producten voor tandvulling; beendercement; [...]”

18 Hoofdstuk 30 van de GN bevat post 3006, met als opschrift „Farmaceutische artikelen, bedoeld bij aantekening 4 op dit hoofdstuk”. Onderverdeling 30064000 heeft als opschrift „Tandcement en andere producten voor tandvulling; beendercement”.

Richtsnoeren

19 In de richtsnoeren voor de indeling in de gecombineerde nomenclatuur van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein (PB 2013, C 105, blz. 1; hierna: „richtsnoeren”) is met name het volgende bepaald: „Voor de toepassing van [regel 3, onder b), van de algemene regels voor de interpretatie van de GN], moet de uitdrukking ‚goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein’ worden opgevat als betrekking hebbend op goederen die: a) bestaan uit tenminste twee verschillende artikelen die op het eerste gezicht onder verschillende posten kunnen worden ingedeeld, b) bestaan uit producten of artikelen die samen worden aangeboden om in een specifieke behoefte te voorzien of om een specifieke activiteit uit te voeren, en c) zodanig zijn opgemaakt dat zij zonder opnieuw te worden verpakt rechtstreeks aan de verbruiker kunnen worden verkocht (bv. in dozen of koffers of op kartons). [...] Aan alle bovenstaande voorwaarden moet worden voldaan. Bovengenoemde regels zijn niet van toepassing op ‚stellen of assortimenten’ die op grond van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur worden ingedeeld wanneer de term ‚stel of assortiment’ in de formulering van een GN-code wordt gebruikt, bijvoorbeeld: [...] of overeenkomstig specifieke bepalingen, bijvoorbeeld: – aantekening 3 op afdeling VI; [...]”

Hoofdgeding en prejudiciële vraag

20 In september 2015 heeft verzoekster in het hoofdgeding, A, het douanehoofdkantoor C verzocht om een bindende tariefinlichting voor een capsulesysteem dat twee bestanddelen bevat, namelijk zilverlegeringspoeder en vloeibaar kwik, die zich in afzonderlijke compartimenten bevinden. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat deze compartimenten niet zonder vernieling van de omhullende capsule van elkaar kunnen worden gescheiden. Dit leidt namelijk rechtstreeks tot vermenging van de bestanddelen, aangezien de barrière tussen de compartimenten wordt beschadigd. De capsules zijn samen met een gebruiksaanwijzing verpakt in voor de verkoop in het klein bestemde hoeveelheden. Zij zijn bedoeld om in tandartspraktijken met behulp van kleine apparaten in een eenvoudige werkstap kant-en-klaar zilveramalgaam te mengen voor gebruik als tandvulling.

21 In zijn bindende tariefinlichting van 5 november 2015 heeft het douanehoofdkantoor C, anders dan A had verzocht, het in het hoofdgeding aan de orde zijnde capsulesysteem niet ingedeeld onder postonderverdeling 30064000 van de GN, waarvoor een douanerecht van 0 % geldt, maar onder postonderverdeling 28439010 van de GN, waarvoor een douanerecht van 5,3 % geldt.

22 A heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt.

23 Nadat het bezwaar van A was afgewezen, heeft die vennootschap beroep ingesteld bij het Finanzgericht (belastingrechter in eerste aanleg, Duitsland), dat haar beroep heeft verworpen. Deze rechter was van oordeel dat het betrokken product onder GN‑post 2843 valt en niet onder GN‑post 3006, omdat het in stel of assortiment werd aangeboden in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van de GN.

24 A heeft tegen dat vonnis beroep in Revision ingesteld bij de verwijzende rechter, het Bundesfinanzhof (hoogste federale rechter in belastingzaken, Duitsland).

25 De verwijzende rechter is van oordeel dat de beslechting van het hoofdgeding afhangt van het antwoord op de vraag of het betrokken product een „stel of assortiment” in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van de GN kan vormen. Mocht dit het geval zijn, moet bij de tariefindeling worden uitgegaan van het product dat door vermenging van de twee bestanddelen wordt verkregen. Dit eindproduct valt onder GN‑post 2843, die voorrang heeft op post 3006. Indien er geen sprake is van een „stel of assortiment” in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van de GN, zou het eindproduct dat na vermenging wordt verkregen, niet relevant zijn voor de tariefindeling. Het capsulesysteem zou dan onder postonderverdeling 30064000 van de GN vallen en niet onder postonderverdeling 28439010, aangezien het legeringspoeder en het kwik nog geen amalgaam vormen.

26 De verwijzende rechter vraagt zich om te beginnen af of het begrip „goederen aangeboden in stellen of assortimenten” in aantekening 3 op afdeling VI van de GN anders moet worden uitgelegd dan het begrip „goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein” in regel 3, onder b), van de algemene regels voor de interpretatie van de GN, zoals verduidelijkt in de richtsnoeren. Hij vraagt zich met name af of het in de richtsnoeren gestelde vereiste dat een stel of assortiment uit tenminste twee of meer gescheiden of scheidbare bestanddelen bestaat, ook van toepassing is op het begrip „stellen of assortimenten” in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van de GN. De verwijzende rechter merkt op dat de in het hoofdgeding gerezen rechtsvraag moet worden onderscheiden van de rechtsvraag die door het Hof is beslecht in het arrest van 10 maart 2016, VAD en Van Aert (C‑499/14, EU:C:2016:155), dat betrekking had op de uitlegging van het begrip „stel of assortiment van goederen” in de zin van regel 3, onder b), van de algemene regels voor de interpretatie van de GN.

27 De verwijzende rechter vraagt zich vervolgens af of de in aantekening 3, onder b), op afdeling VI van de GN gestelde voorwaarde dat de bestanddelen „gelijktijdig worden aangeboden” inhoudt dat deze bestanddelen afzonderlijk kunnen worden aangeboden.

28 Ten slotte rijst volgens de verwijzende rechter tevens de vraag of het feit dat de term „einige” (sommige) in de Duitse taalversie van aantekening 3 op afdeling VI van de GN in het meervoud wordt gebruikt, impliceert dat wanneer een product uit twee afzonderlijke bestanddelen bestaat, beide bestanddelen onder afdeling VI moeten vallen, dan wel of het voldoende is dat slechts één van de bestanddelen onder afdeling VI valt.

29 Tegen deze achtergrond heeft het Bundesfinanzhof de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag: „Is het begrip ‚goederen aangeboden in stellen of assortimenten’ in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van de [GN] van toepassing op capsulesystemen waarin zich, in afzonderlijke compartimenten die niet zijn te scheiden zonder dat dit tot vernieling leidt, twee bestanddelen bevinden, namelijk zilverlegeringspoeder en vloeibaar kwik, die bestemd zijn voor vermenging tot zilveramalgaam voor tandvullingen?”

Beantwoording van de prejudiciële vraag

30 Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen of het begrip „goederen aangeboden in stellen of assortimenten” in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van de GN aldus moet worden uitgelegd dat het van toepassing is op een capsulesysteem dat twee bestanddelen bevat, namelijk zilverlegeringspoeder en vloeibaar kwik, die bestemd zijn voor vermenging tot zilveramalgaam voor tandvullingen en die zich in afzonderlijke compartimenten bevinden die niet zonder vernieling van de omhullende capsule van elkaar kunnen worden gescheiden.

31 Voor het antwoord op die vraag moet eerst worden nagegaan of het begrip „goederen aangeboden in stellen of assortimenten” in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van de GN anders moet worden uitgelegd dan het begrip „goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein” in de zin van regel 3, onder b), van de algemene regels voor de interpretatie van de GN, zoals verduidelijkt in de richtsnoeren.

32 In dat verband moet ten eerste worden opgemerkt dat noch de GN noch de toelichtingen op de GN het begrip „goederen aangeboden in stellen of assortimenten” in aantekening 3 op afdeling VI van de GN definiëren.

33 Ten tweede dient te worden vastgesteld dat bij de indeling van producten volgens aantekening 3 op afdeling VI van de GN niet wordt uitgegaan van het bestanddeel waaraan de producten hun wezenlijk karakter ontlenen, maar van het product dat wordt verkregen door de vermenging van de betrokken bestanddelen, die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van afdeling VI van de GN behoren. Aantekening 3 op afdeling VI van de GN vormt dus een specifieke bepaling die haar eigen toepassingsvoorwaarden stelt, die verschillen van die van regel 3, onder b), van de algemene regels voor de interpretatie van de GN. Deze aantekening heeft als speciale regel voorrang op regel 3, onder b), van de algemene regels voor de interpretatie van de GN (zie punt 9 hierboven).

34 Deze conclusie dat het begrip „goederen aangeboden in stellen of assortimenten” in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van de GN een autonoom begrip is, wordt bevestigd door de richtsnoeren, die uitdrukkelijk bepalen dat regel 3, onder b), van de algemene regels voor de interpretatie van de GN niet van toepassing is wanneer een specifieke bepaling inzake „stellen of assortimenten” aan de orde is. Aantekening 3 op afdeling VI van de GN is een voorbeeld van de specifieke bepalingen die in deze richtsnoeren uitdrukkelijk worden genoemd (zie punt 19 hierboven).

35 Hieruit volgt dat aan het begrip „goederen aangeboden in stellen of assortimenten” in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van de GN een autonome uitlegging moet worden gegeven, gelet op de door het begrip gestelde specifieke voorwaarden.

36 Derhalve dienen vervolgens de voorwaarden voor de toepassing van aantekening 3 op afdeling VI van de GN te worden verduidelijkt.

37 In dat verband moet ten eerste worden opgemerkt dat producten, om te kunnen worden aangemerkt als „goederen aangeboden in stellen of assortimenten” in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van de GN, uit verschillende afzonderlijke bestanddelen moeten bestaan. Het begrip „afzonderlijke bestanddelen” moet aldus worden opgevat dat de voor de vervaardiging van het eindproduct bestemde bestanddelen fysiek van elkaar gescheiden moeten zijn.

38 In casu blijkt uit de door de verwijzende rechter versterkte informatie dat de twee betrokken bestanddelen, hoewel deze fysiek van elkaar gescheiden zijn doordat zij in twee afzonderlijke compartimenten verpakt zijn, onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, aangezien het onmogelijk is ze van elkaar te scheiden zonder dat dit leidt tot vernieling van de omhullende capsule. Volgens deze rechter kan deze omstandigheid tot gevolg hebben dat deze bestanddelen worden uitgesloten van het begrip „goederen aangeboden in stellen of assortimenten” in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van de GN.

39 Evenwel moet worden vastgesteld dat noch uit de bewoordingen van aantekening 3 op afdeling VI van de GN, noch uit de toelichtingen op het GS blijkt dat het begrip „afzonderlijke bestanddelen” in de zin van die aantekening impliceert dat de bestanddelen moeten kunnen worden gescheiden zonder dat het instrument dat ze samenhoudt, wordt vernield.

40 Het feit dat de bestanddelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, vormt dus geen relevant criterium om te bepalen of het betrokken capsulesysteem kan worden aangemerkt als een „goed aangeboden in stellen of assortimenten” in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van de GN. De verpakking van deze elementen in afzonderlijke compartimenten, die onderdelen van één systeem vormen, beantwoordt aan het in deze aantekening 3 bedoelde begrip „afzonderlijke bestanddelen”, ook al kunnen deze compartimenten niet van elkaar worden gescheiden zonder dat dit tot vernieling leidt.

41 Deze uitlegging is overigens in overeenstemming met het doel van aantekening 3 op afdeling VI van de GN, namelijk het waarborgen van een tariefindeling op basis van het door vermenging verkregen product, wanneer onderkend kan worden dat de afzonderlijke bestanddelen bestemd zijn om tot een eindproduct te worden samengevoegd nadat zij in het vrije verkeer zijn gebracht.

42 Ten tweede stelt aantekening 3 op afdeling VI van de GN de kwalificatie als „goederen aangeboden in stellen of assortimenten” afhankelijk van de voorwaarde dat twee of meer bestanddelen geheel of gedeeltelijk tot een der posten van afdeling VI behoren.

43 Met betrekking tot de twijfels van de verwijzende rechter over de noodzaak dat, wanneer er twee bestanddelen zijn, beide onder afdeling VI vallen, moet worden opgemerkt dat deze twijfel zijn oorsprong vindt in de Duitse taalversie van aantekening 3 op afdeling VI van de GN, waarin de bewoordingen „einige oder alle” (sommige of alle) worden gebruikt. In deze versie is het woord „einige” immers een telwoord dat een onbepaalde hoeveelheid aanduidt, zodat een zuiver letterlijke uitlegging zou kunnen leiden tot de conclusie dat wanneer slechts twee bestanddelen aan de orde zijn, beide onder afdeling VI moeten vallen.

44 In dit verband blijkt uit een vergelijking van de verschillende taalversies van aantekening 3 op afdeling VI van de GN dat de Duitse en de Finse versie respectievelijk de bewoordingen „einige oder alle” en „jotkut tai kaikki” gebruiken die, gelet op het gebruik van het meervoud, verwijzen naar bepaalde of alle bestanddelen. In de Griekse, de Spaanse, de Franse, de Italiaanse, de Portugese, de Roemeense, de Zweedse en de Engelse taalversie worden daarentegen de bewoordingen „olikos i merikos”, „en su totalidad o en parte”, „en totalité ou en partie”, „in tutto o in parte”, „no todo ou em parte”, „in totalitate sau partial”, „tminstone någon”, „some or all of which” gebruikt, die verwijzen naar een deel dan wel naar het geheel van de bestanddelen.

45 In deze context zij eraan herinnerd dat de formulering die in een van de taalversies van een Unierechtelijke bepaling wordt gebruikt volgens vaste rechtspraak van het Hof niet als enige grondslag voor de uitlegging van die bepaling kan dienen of voorrang kan hebben boven de andere taalversies. Unierechtelijke bepalingen moeten immers uniform worden uitgelegd en toegepast tegen de achtergrond van de tekst in alle talen van de Europese Unie. Wanneer er verschillen zijn tussen de taalversies van een Unierechtelijke bepaling, moet bij de uitlegging van de betrokken bepaling worden gelet op de context en de doelstelling van de regeling waarvan zij een onderdeel vormt (zie arrest van 23 januari 2020, Bundesagentur für Arbeit, C‑29/19, EU:C:2020:36, punt 48 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

46 Het staat vast dat een uitlegging van aantekening 3 op afdeling VI van de GN in die zin dat, wanneer er twee bestanddelen zijn, deze beide onder deze afdeling moeten vallen, de betekenis van de verwijzing in deze aantekening naar stellen of assortimenten waarvan de elementen na vermenging bestemd zijn om een product van afdeling VI of VII te vervaardigen, zou ontnemen. Indien bij een dergelijke uitlegging het geheel van de bestanddelen onder afdeling VI zou moeten vallen, zou de vermenging van deze bestanddelen namelijk slechts kunnen leiden tot een product dat onder dezelfde afdeling valt, zodat de uitdrukkelijke verwijzing naar afdeling VII geen enkel nut zou hebben.

47 Hieruit volgt dat aantekening 3 op afdeling VI van de GN van toepassing is indien een van de afzonderlijke bestanddelen onder deze afdeling valt.

48 Ten derde kunnen volgens aantekening 3 op afdeling VI van de GN enkel stellen of assortimenten waarvan kan worden onderkend dat de bestanddelen ervan bestemd zijn om, door vermenging, een product bedoeld bij afdeling VI of VII te verkrijgen, worden aangemerkt als „goederen aangeboden in stellen of assortimenten”. Dit is hier het geval, aangezien het na vermenging verkregen eindproduct, namelijk zilveramalgaam voor tandvullingen, kan vallen onder verschillende posten van afdeling VI van de GN, die de hoofdstukken 28 tot en met 38 van de GN omvat.

49 Ten vierde blijkt uit de bewoordingen van aantekening 3 op afdeling VI van de GN dat goederen aangeboden in stellen of assortimenten slechts onder deze aantekening vallen indien aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan, namelijk wanneer kan worden onderkend dat de bestanddelen, ten eerste, wegens hun verpakking, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt, ten tweede, gelijktijdig worden aangeboden, en ten derde, gezien hun aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.

50 Wat de eerste voorwaarde betreft, blijkt uit de structuur zelf van het capsulesysteem dat de twee bestanddelen van het in het hoofdgeding aan de orde zijnde product bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt. Deze bestanddelen, die in exacte doses in twee afzonderlijke compartimenten zijn vervat, zijn bestemd om met behulp van kleine apparaten te worden vermengd tot zilveramalgaam voor tandvullingen.

51 Aan de tweede voorwaarde, waarover de verwijzende rechter vragen heeft gesteld, is voldaan wanneer de bestanddelen gelijktijdig bij de inklaring worden aangeboden.

52 Deze voorwaarde impliceert echter geenszins dat de bestanddelen afzonderlijk moeten kunnen worden aangeboden.

53 Zoals blijkt uit punt 41 hierboven, zou een uitlegging waarbij de voorwaarde dat de bestanddelen „gelijktijdig worden aangeboden” afhankelijk wordt gesteld van de mogelijkheid om de bestanddelen fysiek van elkaar te scheiden overigens in strijd zijn met het doel van aantekening 3 op afdeling VI van de GN.

54 Hieruit volgt dat de omstandigheid dat de bestanddelen van het in het hoofdgeding aan de orde zijnde product niet afzonderlijk kunnen worden aangeboden zonder dat dit leidt tot vernieling van de omhullende capsule, omdat de twee compartimenten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, er niet aan in de weg kan staan dat dit product wordt aangemerkt als een „goed aangeboden in stellen of assortimenten” in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van de GN, aangezien hiervoor doorslaggevend is dat bij de inklaring de fysiek onderscheiden bestanddelen gelijktijdig worden aangeboden, ongeacht of zij onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

55 Wat de derde voorwaarde betreft, blijkt uit de verwijzingsbeslissing dat kan worden onderkend dat de twee bestanddelen van het in het hoofgeding aan de orde zijnde product bij de inklaring elkaars complement zijn, aangezien de dosering van die bestanddelen, hoewel deze nog niet zodanig vermengd zijn dat zij zilveramalgaam voor tandvullingen vormen, reeds precies overeenkomen met de dosering die nodig is voor de vervaardiging van een portie, zodat aan deze voorwaarde is voldaan.

56 In casu lijkt het in het hoofdgeding aan de orde zijnde product op het eerste gezicht te voldoen aan de voorwaarden voor de toepassing van aantekening 3 op afdeling VI van de GN. Het staat evenwel aan de verwijzende rechter om na te gaan of er met betrekking tot de feiten van het bij hem aanhangige geding aan alle voorwaarden van aantekening 3 is voldaan.

57 Gelet op een en ander moet op de prejudiciële vraag worden geantwoord dat het begrip „goederen aangeboden in stellen of assortimenten” in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van de GN aldus moet worden uitgelegd dat het van toepassing is op een capsulesysteem dat twee bestanddelen bevat, namelijk zilverlegeringspoeder en vloeibaar kwik, die bestemd zijn voor vermenging tot zilveramalgaam voor tandvullingen en die zich in afzonderlijke compartimenten bevinden die niet zonder vernieling van de omhullende capsule van elkaar kunnen worden gescheiden.

Kosten

58 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Gerecht gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

HET GERECHT (Vijfde kamer, zitting hebbend met vijf rechters) verklaart voor recht:

Het begrip „goederen aangeboden in stellen of assortimenten” in de zin van aantekening 3 op afdeling VI van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 1101/2014 van de Commissie van 16 oktober 2014, moet aldus worden uitgelegd dat het van toepassing is op een capsulesysteem dat twee bestanddelen bevat, namelijk zilverlegeringspoeder en vloeibaar kwik, die bestemd zijn voor vermenging tot zilveramalgaam voor tandvullingen en die zich in afzonderlijke compartimenten bevinden die niet zonder vernieling van de omhullende capsule van elkaar kunnen worden gescheiden.

Sampol Pucurull Pynnä Laitenberger Stancu Valasidis Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op 25 februari 2026. ondertekeningen

( *1 ) Procestaal: Duits.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken

Aangehaald in