Gerecht EU 3 april 2003, T-119/02, ECLI:EU:T:2003:101

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Trefwoorden

1. Mededinging - Concentraties - Onderzoek door Commissie - Vaststelling van beschikking waarbij verenigbaarheid van concentratie met gemeenschappelijke markt wordt vastgesteld zonder dat tweede fase is ingeleid - Voorwaarde - Ontbreken van ernstige twijfel - Verbintenissen van betrokken ondernemingen om aangemelde concentratie verenigbaar met gemeenschappelijke markt te maken - Economische beoordelingen - Beoordelingsmarge - Rechterlijke toetsing - Voorwerp - Ontbreken van kennelijke beoordelingsfout

(Verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 6, lid 1)

2. Procedure - Interventie - Middel dat door verzoeker niet is aangevoerd - Niet-ontvankelijkheid

(Statuut-EG van het Hof van Justitie, art. 37, derde en vierde alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 116, lid 3)

3. Procedure - Versnelde procedure - Inbehandelingneming van voor het eerst ter terechtzitting voorgedragen middel - Schending van rechten van verdediging

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 76 bis en 116, lid 4)

4. Mededinging - Concentraties - Beoordeling van verenigbaarheid met gemeenschappelijke markt - Verbintenissen van betrokken ondernemingen om aangemelde concentratie verenigbaar met gemeenschappelijke markt te maken - Noodzakelijke verenigbaarheid met artikel 81 EG - Verbintenis om merklicenties te verlenen met clausule die licentiehouder verplicht, verkoop te concentreren op grondgebied van lidstaat - Toelaatbaarheid

(Art. 81, leden 1 en 3, EG; verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 2, lid 1)

5. Mededinging - Concentraties - Administratieve procedure - Verbintenissen van betrokken ondernemingen - Wijzigingen meegedeeld na gestelde termijn - Gewijzigde verbintenissen door Commissie in aanmerking genomen om verenigbaarheid van concentratie met gemeenschappelijke markt vast te stellen - Toelaatbaarheid - Voorwaarden

(Verordening nr. 447/98 van de Commissie, art. 18, lid 1; mededeling van de Commissie betreffende op grond van verordeningen nrs. 4064/89 en 447/98 aanvaardbare corrigerende maatregelen, punt 37)

6. Beroep tot nietigverklaring - Natuurlijke of rechtspersonen - Handelingen die hen rechtstreeks raken - Beschikking tot verwijzing van onderzoek van concentratie naar bevoegde autoriteiten van lidstaat - Derde onderneming

(Art. 230, vierde alinea, EG; verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 9, lid 3)

7. Beroep tot nietigverklaring - Natuurlijke of rechtspersonen - Handelingen die hen individueel raken - Beschikking tot verwijzing van onderzoek van concentratie naar bevoegde autoriteiten van lidstaat - Derde onderneming

(Art. 230, vierde alinea, EG; verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 9, lid 3)

8. Mededinging - Concentraties - Onderzoek door Commissie - Verwijzing van onderzoek van concentratie naar bevoegde autoriteiten van lidstaat - Voorwaarden - Rechterlijke toetsing - Omvang

(Verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 9, lid 2, sub a)

9. Mededinging - Concentraties - Onderzoek door Commissie - Beschikking tot verwijzing van onderzoek van concentratie naar bevoegde autoriteiten van lidstaat - Beoordelingsvrijheid van Commissie - Rechterlijke toetsing - Grenzen

(Verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 9, lid 3)

10. Mededinging - Concentraties - Onderzoek door Commissie - Beschikking tot verwijzing van onderzoek van concentratie naar bevoegde autoriteiten van lidstaat - Voorwaarden - Risico van gesplitst onderzoek van één concentratie - Geen invloed

(Verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 9, leden 2 en 3)

11. Mededinging - Concentraties - Verwijzing van onderzoek van concentratie naar bevoegde autoriteiten van lidstaat - Verplichtingen van die autoriteiten - Grenzen

(Art. 10 EG; verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 9)

12. Mededinging - Concentraties - Verwijzing van onderzoek van concentratie naar bevoegde autoriteiten van lidstaat - Gevolgen - Uitsluitend nationale autoriteiten bevoegd om zich over concentratie uit te spreken - Ontbreken van mogelijkheid voor Commissie om nationale autoriteiten te verbinden met betrekking tot grond van zaak

(Verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 9, leden 2 en 3)

13. Handelingen van de instellingen - Motivering - Verplichting - Omvang - Beschikking tot verwijzing van onderzoek van concentratie naar bevoegde autoriteiten van lidstaat

(Art. 253 EG; verordening nr. 4064/89 van de Raad, art. 9, leden 2, sub a, en 3)

Samenvatting

$$1. Hoewel de Commissie in geval van ernstige twijfel over de verenigbaarheid van een concentratie met de gemeenschappelijke markt geen enkele discretionaire bevoegdheid heeft met betrekking tot de inleiding van de tweede fase, beschikt zij toch over een bepaalde beoordelingsmarge bij de vaststelling en het onderzoek van de omstandigheden van de zaak, teneinde uit te maken of deze ernstige twijfel doen rijzen, dan wel, wanneer verbintenissen zijn voorgesteld, aanleiding voor dergelijke twijfel blijven geven. Hoewel ernstige twijfel" een objectief begrip is, noopt het onderzoek naar het bestaan ervan de Commissie noodzakelijkerwijs tot ingewikkelde economische beoordelingen, met name wanneer zij moet beoordelen of de door de partijen bij de concentratie voorgestelde verbintenissen volstaan om de ernstige twijfel weg te nemen.

Wanneer de gemeenschapsrechter moet onderzoeken of dergelijke verbintenissen, gelet op de inhoud en de strekking ervan, de Commissie in staat stelden een goedkeuringsbeschikking te geven zonder de tweede fase in te leiden, moet hij derhalve nagaan of de Commissie zich zonder een kennelijke beoordelingsfout te maken op het standpunt kon stellen dat deze verbintenissen een rechtstreeks en toereikend antwoord vormden dat de gerezen ernstige twijfel duidelijk kon wegnemen.

( cf. punten 77, 80 )

2. Artikel 37, derde alinea, van het Statuut-EG van het Hof van Justitie en artikel 116, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht verzetten zich er weliswaar niet tegen dat de interveniënt nieuwe argumenten aanvoert of andere argumenten dan de partij die hij ondersteunt, daar hij zijn betoog anders zou moeten beperken tot een herhaling van de in het verzoekschrift aangevoerde argumenten, doch staan hem niet toe het in het verzoekschrift omschreven kader van het geding te wijzigen of te verdraaien door nieuwe middelen aan te voeren. Een interveniënt, die volgens artikel 116, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering het geding moet aanvaarden in de stand op het ogenblik van tussenkomst, en wiens conclusies in het verzoek tot tussenkomst volgens artikel 37, vierde alinea, van het Statuut slechts kunnen strekken tot ondersteuning van de conclusies van een der partijen, is dan ook niet bevoegd een middel aan te voeren dat niet is aangevoerd door de verzoeker. Een dergelijk middel moet niet-ontvankelijk worden verklaard.

( cf. punten 203-204, 212-213 )

3. Wanneer in een versnelde procedure op grond van artikel 76 bis van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht een middel niet overeenkomstig de tweede alinea van deze bepaling was opgenomen in de memorie in interventie in de zin van artikel 116, lid 4, van het Reglement, en noodzakelijkerwijs en onvermijdelijk voor het eerst ter terechtzitting voor de rechter werd voorgedragen, kan het een aantasting vormen van het recht van de wederpartij om, overeenkomstig het beginsel van hoor en wederhoor, ter zake een nuttig standpunt in te nemen. Indien de rechter een dergelijk middel wél in behandeling zou nemen, en eventueel gegrond zou verklaren, zou dit kunnen leiden tot een schending van de rechten van de verdediging tijdens de procedure in rechte.

( cf. punt 205 )

4. De Commissie kan bij de toepassing van verordening nr. 4064/89 geen verbintenissen aanvaarden die in strijd zijn met de mededingingsregels van het Verdrag omdat zij de handhaving of ontwikkeling van een daadwerkelijke mededinging op de gemeenschappelijke markt aantasten. In deze context dient de Commissie de verenigbaarheid van deze verbintenissen met name te toetsen aan de criteria van artikel 81, leden 1 en 3, EG.

Een clausule die in het kader van een door de partijen bij een concentratie aangegane verbintenis om merklicenties te verlenen, een licentiehouder ertoe verplicht zich bij de verkoop van producten die onder de licentie vallen, te concentreren op zijn eigen grondgebied, heeft in beginsel niet tot doel, noch tot gevolg dat de mededinging wordt beperkt in de zin van artikel 81, lid 1, EG. Zelfs indien zij aldus zou moeten worden uitgelegd dat zij licentiehouders verbiedt om producten met het betrokken merk uit te voeren naar andere lidstaten, zou zij de mededinging op de betrokken markten in de Gemeenschap niet merkbaar kunnen beperken of de handel tussen de lidstaten niet merkbaar ongunstig kunnen beïnvloeden in de zin van die bepaling, wanneer duidelijk is dat de betrokken productmarkten een nationale dimensie hebben en noemenswaardige parallelhandel ontbreekt.

( cf. punten 216-218 )

5. Artikel 18, lid 1, van verordening nr. 447/98 betreffende de aanmeldingen, de termijnen en het horen van betrokkenen en derden overeenkomstig verordening nr. 4064/89 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen moet aldus worden uitgelegd dat hoewel partijen bij een concentratie de Commissie er niet toe kunnen verplichten rekening te houden met (gewijzigde) verbintenissen die zijn ingediend na de daarin gestelde termijn van drie weken, het daarentegen voor de Commissie wel mogelijk moet zijn om, indien zij meent over voldoende tijd te beschikken om ze te beoordelen, de concentratie op basis van deze verbintenissen goed te keuren, zelfs wanneer de wijzigingen na die termijn zijn ingediend.

De inaanmerkingneming van na die termijn ingediende wijzigingen is ook in overeenstemming met de mededeling betreffende op grond van de verordeningen nrs. 4064/89 en 447/98 aanvaardbare corrigerende maatregelen, die de Commissie heeft vastgesteld en waaraan zij is gebonden voorzover deze niet afwijkt van het Verdrag en van verordening nr. 4064/89, wanneer die wijzigingen kunnen worden aangemerkt als beperkte wijzigingen in de zin van punt 37 van die mededeling.

( cf. punten 235, 239, 242, 249 )

6. Een natuurlijke of rechtspersoon wordt door een communautaire handeling slechts rechtstreeks geraakt in de zin van artikel 230 EG wanneer deze handeling rechtstreeks gevolgen heeft voor zijn rechtspositie en de uitvoering ervan zuiver automatisch is en voortvloeit uit de gemeenschapsregeling als zodanig, zonder toepassing van nadere uitvoeringsbepalingen.

Een beschikking tot verwijzing van het onderzoek van een concentratie naar de bevoegde autoriteiten van een lidstaat die de Commissie vaststelt op grond van artikel 9, lid 3, van verordening nr. 4064/89 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen, beoogt niet het geven van een beslissing over de gevolgen voor de betrokken markten van de concentratie die het voorwerp vormt van de verwijzing, maar het overdragen van de verantwoordelijkheid voor het onderzoek van bepaalde aspecten van deze concentratie aan de nationale autoriteiten die om de verwijzing hebben verzocht teneinde overeenkomstig hun nationale mededingingsrecht te beslissen.

Aangezien deze verwijzingsbeschikking tot gevolg heeft dat een derde onderneming de mogelijkheid wordt ontnomen om de Commissie de wettigheid van de betrokken concentratie te laten toetsen in het licht van verordening nr. 4064/89, de in deze verordening bedoelde procedurele rechten voor derden, alsmede de rechtsbescherming waarin het Verdrag voorziet, kan zij de rechtspositie van deze derde evenwel beïnvloeden.

( cf. punten 272, 280, 286 )

7. Personen die niet de adressaten van een beschikking zijn, kunnen slechts stellen individueel te worden geraakt in de zin van artikel 230 EG, indien de beschikking hen treft op grond van bepaalde bijzondere hoedanigheden of van een feitelijke situatie die hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hen derhalve individualiseert op soortgelijke wijze als de adressaat.

Wanneer bij de toepassing van verordening nr. 4064/89 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen een derde onderneming, die als voornaamste concurrent van de partijen bij de concentratie met wiens positie de Commissie in de administratieve procedure rekening heeft gehouden en op grond van haar deelname aan die procedure, werd geacht individueel te zijn geraakt door een beschikking van de Commissie waarbij de concentratie verenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard, moet zij ook worden geacht individueel te zijn geraakt door de beschikking tot verwijzing van het onderzoek van de concentratie naar de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, aangezien die beschikking haar de mogelijkheid ontneemt om voor de gemeenschapsrechter op te komen tegen een beoordeling die zij zonder de verwijzing had kunnen aanvechten.

( cf. punten 291-292, 297 )

8. Uit artikel 9, lid 2, sub a, van verordening nr. 4064/89 blijkt dat voor verwijzing van een concentratie op basis van die bepaling cumulatief aan twee voorwaarden moet zijn voldaan. Ten eerste moet de concentratie een machtspositie dreigen te doen ontstaan of te versterken waardoor de daadwerkelijke mededinging op een markt in de betrokken lidstaat aanzienlijk zal worden belemmerd. Ten tweede dient deze markt alle kenmerken te vertonen van een afzonderlijke markt.

Die voorwaarden hebben een rechtskarakter en moeten worden uitgelegd aan de hand van objectieve elementen. De vraag of een concentratie al dan niet binnen de werkingssfeer van artikel 9, lid 2, sub a, van de verordening valt, moet door de gemeenschapsrechter dan ook in volle omvang worden getoetst, met inachtneming van zowel de concrete omstandigheden van het hem voorgelegde geschil als het technische of ingewikkelde karakter van de beoordeling van de Commissie.

( cf. punten 326-327 )

9. Al beschikt de Commissie over een ruime beoordelingsvrijheid om het onderzoek van een concentratie krachtens artikel 9, lid 3, eerste alinea, van verordening nr. 4064/89 naar de bevoegde autoriteiten van een lidstaat te verwijzen, toch is deze beoordelingsvrijheid niet onbegrensd. De Commissie mag immers niet tot verwijzing overgaan wanneer bij het onderzoek van het door de betrokken lidstaat ingediende verwijzingsverzoek uit een samenstel van duidelijke en overeenstemmende aanwijzingen blijkt, dat een verwijzing de daadwerkelijke mededinging op de betrokken markt niet kan handhaven of herstellen.

De desbetreffende toetsing door de gemeenschapsrechter is een marginale toetsing die, gelet op het bepaalde in artikel 9, leden 3 en 8, van verordening nr. 4064/89, zich dient te beperken tot het onderzoek of de Commissie zonder een kennelijke beoordelingsfout te maken op het tijdstip van de vaststelling van de beschikking tot het oordeel kon komen dat verwijzing naar de nationale mededingingsautoriteiten handhaving of herstel van de daadwerkelijke mededinging op de betrokken markten mogelijk zou kunnen maken, zodat zij de zaak niet zelf behoefde te behandelen.

( cf. punten 342-344, 346 )

10. De Commissie mag aannemen dat verwijzing van het onderzoek van een concentratie naar de bevoegde nationale autoriteiten van een lidstaat op grond van artikel 9, lid 3, van verordening nr. 4064/89 het mogelijk maakt de daadwerkelijke mededinging op de betrokken markten te handhaven of te herstellen wanneer de betrokken lidstaat specifieke regelgeving kent voor de controle op concentraties, alsmede gespecialiseerde organen om deze regelgeving uit te voeren onder toezicht van de nationale rechter, en de nationale autoriteiten in hun verwijzingsverzoek de mededingingsproblemen als gevolg van de concentratie op de betrokken markten nauwkeurig hebben aangeduid.

Al moeten de verwijzingsvoorwaarden van artikel 9, lid 2, sub a en b, van de verordening restrictief worden uitgelegd, zodat de verwijzingen van concentraties met een communautaire dimensie naar de nationale autoriteiten beperkt blijven tot uitzonderlijke gevallen, toch kan het risico dat concentraties met een communautaire dimensie in een groot aantal gevallen het voorwerp zullen vormen van een gesplitst onderzoek, waardoor afbreuk wordt gedaan aan het één-loket"-beginsel, niet aan een dergelijke verwijzingsbeschikking in de weg staan. Een dergelijk risico is namelijk inherent aan de verwijzingsprocedure zoals die thans in verordening nr. 4064/89 is geregeld. Het staat niet aan de gemeenschapsrechter, zelfs niet in het kader van het onderzoek naar de uitoefening van de discretionaire bevoegdheid die de Commissie aan artikel 9, lid 3, eerste alinea, van de verordening ontleent, om in de plaats van de gemeenschapswetgever mogelijke lacunes in het verwijzingssysteem van artikel 9 van deze verordening aan te vullen.

( cf. punten 347-349, 354-356 )

11. De nationale autoriteiten waaraan de Commissie de beslissing over de verenigbaarheid van een concentratie met de gemeenschappelijke markt heeft toevertrouwd, dienen de verplichtingen van artikel 9 van verordening nr. 4064/89 na te komen en ingevolge artikel 10 EG alle maatregelen te treffen welke geschikt zijn om de nakoming van de uit het Verdrag of uit de handelingen van de instellingen voortvloeiende verplichtingen te verzekeren, en zich te onthouden van alle maatregelen welke de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag in gevaar kunnen brengen. Voorzover zij deze verplichtingen nakomen, zijn zij evenwel vrij om op basis van een eigen onderzoek overeenkomstig hun nationale mededingingsrecht te beslissen over de naar hen verwezen concentratie.

( cf. punten 369-371 )

12. Voor de vaststelling van een verwijzingsbeschikking op grond van artikel 9 van verordening nr. 4064/89 is de Commissie niet verplicht om ter voorkoming van tegenstrijdige beslissingen, vooraf de nationale mededingingsautoriteiten te raadplegen of om voor de niet verwezen aspecten van de concentratie tot de tweede fase over te gaan, enkel om de mogelijkheid van samenwerking met de nationale mededingingsautoriteiten in stand te houden. De verwijzingsbeschikking sluit immers de procedure van verordening nr. 4064/89, wat de verwezen aspecten van de concentratie betreft, af en draagt de uitsluitende bevoegdheid voor het onderzoek daarvan over aan de nationale mededingingsautoriteiten, die overeenkomstig hun nationale mededingingsrecht beslissen, zodat de Commissie niet meer bevoegd is om deze aspecten zelf te behandelen. Derhalve kan haar niet worden toegestaan om in het besluitvormingsproces van de nationale mededingingsautoriteiten te interveniëren, ook al zou zij voor de niet verwezen aspecten van de concentratie wél tot de tweede fase overgaan.

De Commissie kan dan ook bij de beoordeling van de in artikel 9, lid 2, sub a, van de verordening neergelegde verwijzingsvoorwaarden geen onderzoek naar de verenigbaarheid van de concentratie verrichten waardoor de betrokken nationale autoriteiten in hun materiële toetsing van de zaak gebonden zouden worden. Daarmee zou zij artikel 9, lid 3, eerste alinea, sub b, van de verordening zijn inhoud ontnemen. Zij dient enkel vast te stellen of, bij een prima facie beoordeling van de gegevens waarover zij beschikt op het tijdstip van de beoordeling van de gegrondheid van het verwijzingsverzoek, de concentratie die het voorwerp vormt van het verwijzingsverzoek, een machtspositie dreigt te doen ontstaan of te versterken. Het gevaar dat de beslissing van de nationale autoriteiten tegenstrijdig of zelfs onverenigbaar is met de beschikking van de Commissie, is inherent aan het systeem van verwijzingen dat is ingesteld bij artikel 9 van verordening nr. 4064/89.

( cf. punten 372-373, 377, 381 )

13. Een krachtens artikel 9, lid 2, sub a, van verordening nr. 4064/89 vastgestelde beschikking tot verwijzing van het onderzoek van een concentratie naar de bevoegde autoriteiten van een lidstaat voldoet aan de verplichting van artikel 253 EG wanneer zij een toereikende en relevante uiteenzetting bevat van de omstandigheden op grond waarvan is aanvaard dat een machtspositie dreigt te ontstaan of te worden versterkt waardoor de daadwerkelijke mededinging op een markt in de betrokken lidstaat aanzienlijk zal worden belemmerd, en dat er sprake is van een afzonderlijke markt.

( cf. punt 395 )

Partijen

In zaak T-119/02,

Royal Philips Electronics NV, gevestigd te Eindhoven (Nederland), vertegenwoordigd door E. H. Pijnacker Hordijk en N. G. Cronstedt, advocaten,

verzoekster,

ondersteund door

De'Longhi SpA, gevestigd te Treviso (Italië), vertegenwoordigd door M. Merola, I. van Schendel, G. Crichlow en D. P. Domenicucci, advocaten,

interveniënte,

tegen

Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door V. Superti en K. Wiedner als gemachtigden, bijgestaan door J. E. Flynn, advocaat, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,

verweerster,

ondersteund door

SEB SA, gevestigd te Écully (Frankrijk), vertegenwoordigd door D. Voillemot en S. Hautbourg, advocaten,

en door

Franse Republiek, vertegenwoordigd door G. de Bergues en F. Million als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,

interveniënten,

betreffende een beroep tot nietigverklaring van beschikking SG (2002) D/228078 van de Commissie van 8 januari 2002 waarbij deze overeenkomstig artikel 6, leden 1, sub b, en 2, van verordening (EEG) nr. 4064/89 en artikel 57 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte heeft besloten zich niet te verzetten tegen de concentratie van SEB en Moulinex en deze verenigbaar met de gemeenschappelijke markt en de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte te verklaren, op voorwaarde dat de voorgestelde verbintenissen worden nagekomen (zaak COMP/M.2621 - SEB/Moulinex), en van beschikking C (2002) 38 van de Commissie van 8 januari 2002 waarbij deze overeenkomstig artikel 9, lid 2, sub a, van verordening nr. 4064/89 heeft besloten om het onderzoek van deze concentratie gedeeltelijk naar de Franse autoriteiten te verwijzen,

wijst

HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Derde kamer),

samengesteld als volgt: K. Lenaerts, kamerpresident, J. Azizi en M. Jaeger, rechters,

griffier: J. Plingers, administrateur,

gezien de stukken en na de terechtzitting op 9 oktober 2002,

het navolgende

Arrest

Overwegingen van het arrest

Toepasselijke regelgeving

1 Krachtens artikel 1 van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen [PB L 395, blz. 1, met rectificatie in PB 1990, L 257, blz. 13, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1310/97 van de Raad van 30 juni 1997 (PB L 180, blz. 1); hierna: verordening nr. 4064/89"], geldt deze verordening voor concentraties die van communautaire dimensie zijn in de zin van artikel 1, leden 2 en 3.

2 Ingevolge artikel 4, lid 1, van verordening nr. 4064/89 moeten concentraties vooraf worden aangemeld bij de Commissie.

3 Artikel 7, lid 1, van verordening nr. 4064/89 bepaalt dat een concentratie niet tot stand kan worden gebracht zolang zij niet is aangemeld en met de gemeenschappelijke markt verenigbaar is verklaard. Op grond van artikel 7, lid 4, kan de Commissie evenwel op verzoek ontheffing verlenen van deze verplichting tot opschorting van de concentratie.

4 Artikel 6, lid 1, sub b, van verordening nr. 4064/89 bepaalt dat indien de Commissie constateert dat de aangemelde concentratie weliswaar binnen het toepassingsgebied van de verordening valt, maar er geen ernstige twijfel bestaat over de verenigbaarheid ervan met de gemeenschappelijke markt, zij besluit zich er niet tegen te verzetten en zij haar verenigbaar met de gemeenschappelijke markt verklaart (hierna: eerste fase").

5 Indien de Commissie daarentegen constateert dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van verordening nr. 4064/89 valt en er ernstige twijfel bestaat over de verenigbaarheid ervan met de gemeenschappelijke markt, moet zij overeenkomstig artikel 6, lid 1, sub c, beslissen de procedure in te leiden (hierna: tweede fase").

6 Artikel 6, lid 2, van verordening nr. 4064/89 luidt:

Indien de Commissie constateert dat er, ingevolge door de betrokken ondernemingen aangebrachte wijzigingen, niet langer ernstige twijfel in de zin van lid 1, sub c, bestaat ten aanzien van een aangemelde concentratie, kan zij besluiten de concentratie verenigbaar te verklaren met de gemeenschappelijke markt overeenkomstig lid 1, sub b.

De Commissie kan aan haar beschikking krachtens lid 1, sub b, voorwaarden en verplichtingen verbinden die moeten waarborgen dat de betrokken ondernemingen de verbintenissen nakomen die zij tegenover de Commissie zijn aangegaan om de concentratie verenigbaar te maken met de gemeenschappelijke markt."

7 Ingevolge artikel 18, lid 1, van verordening (EG) nr. 447/98 van de Commissie van 1 maart 1998 betreffende de aanmeldingen, de termijnen en het horen van betrokkenen en derden overeenkomstig verordening (EEG) nr. 4064/89 (PB L 61, blz. 1) moeten de verbintenissen die door de betrokken ondernemingen overeenkomstig artikel 6, lid 2, van verordening [...] nr. 4064/89 aan de Commissie worden voorgesteld met het doel een beschikking op grond van artikel 6, lid 1, sub b, van die verordening te verkrijgen, [...] binnen drie weken na de datum van ontvangst van de aanmelding bij de Commissie worden ingediend".

8 In haar mededeling betreffende op grond van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad en verordening (EG) nr. 447/98 van de Commissie aanvaardbare corrigerende maatregelen (PB 2001, C 68, blz. 3; hierna: Mededeling betreffende corrigerende maatregelen") verstrekt de Commissie richtsnoeren inzake verbintenissen.

9 Artikel 21, lid 1, van verordening nr. 4064/89 bepaalt dat uitsluitend de Commissie bevoegd is de in deze verordening bedoelde beschikkingen te geven. Ingevolge artikel 21, lid 2, passen de lidstaten hun nationale mededingingswetgeving niet toe op concentraties van communautaire dimensie.

10 Op grond van artikel 9 van verordening nr. 4064/89 kan de Commissie het onderzoek van een concentratie van communautaire dimensie evenwel naar de lidstaten verwijzen. Dit artikel bepaalt met name:

1. De Commissie kan bij beschikking, die zij onverwijld aan de betrokken ondernemingen meedeelt en waarvan zij de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten in kennis stelt, een aangemelde concentratie naar de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat verwijzen onder de volgende voorwaarden.

2. Binnen drie weken na de datum van ontvangst van het afschrift van de aanmelding kan een lidstaat de Commissie, welke op haar beurt de betrokken ondernemingen op de hoogte brengt, ervan in kennis stellen dat een concentratie:

a) een machtspositie dreigt te doen ontstaan of te versterken waardoor de daadwerkelijke mededinging aanzienlijk zal worden belemmerd op een markt in die lidstaat die alle kenmerken vertoont van een afzonderlijke markt, of

b) nadelige gevolgen heeft voor de mededinging op een markt in die lidstaat die alle kenmerken vertoont van een afzonderlijke markt en geen substantieel deel van de gemeenschappelijke markt vormt.

3. Indien de Commissie van oordeel is dat, gelet op de markt van de betrokken goederen of diensten en de in aanmerking te nemen geografische markt in de zin van lid 7, een dergelijke afgebakende markt en een dergelijke dreiging bestaan:

a) behandelt zij zelf het geval ten einde een daadwerkelijke mededinging op de betrokken markt te handhaven of te herstellen, of

b) verwijst zij de zaak door naar de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat met het oog op de toepassing van diens nationale mededingingswetgeving.

Indien de Commissie evenwel meent dat een dergelijke markt of een dergelijke dreiging niet bestaat, geeft zij een beschikking in die zin welke zij tot de betrokken lidstaten richt.

Ingeval een lidstaat de Commissie ervan in kennis stelt dat een concentratie nadelige gevolgen heeft voor een afzonderlijke markt op zijn grondgebied welke geen substantieel deel vormt van de gemeenschappelijke markt, verwijst de Commissie, indien zij van mening is dat een dergelijke afzonderlijke markt inderdaad nadelige gevolgen ondervindt, de desbetreffende zaak in haar geheel of voor een gedeelte door naar de bevoegde autoriteit.

[...]

6. De bekendmaking van de verslagen of de aankondiging van de conclusies van het onderzoek van de betrokken concentratie door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat vindt uiterlijk vier maanden na de verwijzing door de Commissie plaats.

7. De in aanmerking te nemen geografische markt wordt gevormd door een gebied waarin de betrokken ondernemingen een rol spelen bij vraag en aanbod van goederen en diensten, waarin de mededingingsvoorwaarden voldoende homogeen zijn, en dat van de aangrenzende gebieden kan worden onderscheiden, met name vanwege de mededingingsvoorwaarden die duidelijk afwijken van die welke in die gebieden heersen. Bij deze beoordeling wordt met name rekening gehouden met de aard en de kenmerken van de betrokken producten of diensten, het bestaan van hinderpalen voor de toegang tot de markt, voorkeuren van consumenten, alsmede het bestaan tussen het betrokken gebied en de aangrenzende gebieden van aanzienlijke verschillen in marktaandelen van ondernemingen of van wezenlijke prijsverschillen.

8. Voor de toepassing van dit artikel kan de betrokken lidstaat slechts de maatregelen treffen die strikt nodig zijn voor het handhaven of herstellen van een daadwerkelijke mededinging op de betrokken markt.

9. Overeenkomstig de ter zake dienende bepalingen van het Verdrag kan elke lidstaat een beroep bij het Hof van Justitie instellen en in het bijzonder de toepassing vragen van artikel 186, zulks ten einde te bewerkstelligen dat zijn nationale mededingingswetgeving wordt toegepast.

[...]"

Feiten

1. De betrokken ondernemingen

11 Met het onderhavige beroep verzoekt Royal Philips Electronics NV (hierna: Philips" of verzoekster") in de eerste plaats om nietigverklaring van de beschikking waarbij de Commissie de concentratie van SEB en Moulinex onder bepaalde voorwaarden heeft goedgekeurd [beschikking SG (2002) D/228078 van de Commissie van 8 januari 2002], en in de tweede plaats om nietigverklaring van de beschikking van de Commissie om het onderzoek van de concentratie gedeeltelijk naar de Franse autoriteiten te verwijzen [beschikking C (2002) 38 van de Commissie van 8 januari 2002].

12 Verzoekster is een Nederlandse vennootschap die onder meer kleine elektrische huishoudelijke apparaten ontwikkelt, produceert en verhandelt. Deze apparaten worden in Europa in de handel gebracht onder het merk Philips.

13 SEB is een Franse vennootschap die wereldwijd kleine elektrische huishoudelijke apparaten ontwerpt, produceert en verhandelt. Zij brengt haar producten in de handel onder twee merken met een internationale dimensie (Tefal en Rowenta) en vier lokale merken (Calor en SEB in Frankrijk en België, Arno in Brazilië en de Mercosur-landen, en Samurai in de landen van het Andespact).

14 Moulinex is een Franse vennootschap die wereldwijd kleine elektrische huishoudelijke apparaten ontwerpt, produceert en verhandelt. Moulinex brengt haar producten in de handel onder twee internationale merken (Moulinex en Krups) en één lokaal merk (Swan in het Verenigd Koninkrijk).

2. De nationale procedure

15 Op 7 september 2001 werd voor het Tribunal de commerce te Nanterre (Frankrijk) tegen Moulinex een faillissementsprocedure ingeleid. Naar Frans recht dienden de door het Tribunal de commerce benoemde curatoren vast te stellen of de betrokken onderneming haar activiteiten kon voortzetten, door derden moest worden overgenomen, of moest worden geliquideerd. Aangezien voortzetting van de activiteiten van Moulinex in casu niet mogelijk bleek, probeerden de curatoren een onderneming te vinden die Moulinex geheel of gedeeltelijk kon overnemen.

16 In de loop van deze procedure toonde SEB belangstelling om bepaalde activiteiten op het gebied van kleine elektrische huishoudelijke apparaten van Moulinex over te nemen, te weten:

- het gebruiksrecht van de merken Moulinex, Krups en Swan voor alle betrokken producten;

- een deel van het productieapparaat (acht van de in totaal achttien fabrieken, alsmede bepaalde bedrijfsinstallaties in niet over te nemen fabrieken) om ten minste bepaalde modellen uit het totale Moulinex-assortiment - met uitzondering van stofzuigers en magnetrons - te kunnen produceren;

- bepaalde verkoopmaatschappijen, doch in Europa enkel de Duitse en Spaanse maatschappijen.

17 Bij brieven van 20 september 2001 aan de curatoren en 3 oktober 2001 aan de president van het Tribunal de commerce stelde verzoekster voor alle activiteiten van Moulinex onder het merk Krups over te nemen. Verzoekster is van mening dat de curatoren geen rekening hebben gehouden met deze voorstellen. Zij heeft er althans nooit formeel antwoord op ontvangen.

18 Bij vonnis van 22 oktober 2001 keurde het Tribunal de commerce te Nanterre de door SEB voorgestelde overname goed.

3. De procedure voor de Commissie

19 Op 27 september 2001 verleende de Commissie op verzoek van SEB een ontheffing overeenkomstig artikel 7, lid 4, van verordening nr. 4064/89. Deze beschikking van de Commissie was voornamelijk gebaseerd op het feit dat de curatoren hadden geëist dat elk overnamebod onvoorwaardelijk moest zijn. De door de Commissie verleende ontheffing was beperkt tot het beheer van de overgenomen activa.

20 Op 13 november 2001 ontving de Commissie overeenkomstig artikel 4 van verordening nr. 4064/89 de aanmelding van de voorgenomen gedeeltelijke overname van bepaalde activa van Moulinex door SEB.

21 Op 21 november 2001 publiceerde de Commissie de in artikel 4, lid 3, van verordening nr. 4064/89 bedoelde kennisgeving in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. In punt 4 van deze kennisgeving verzocht zij belanghebbende derden [...] hun eventuele opmerkingen over de voorgenomen concentratie te maken".

22 Op 16 november 2001 zond de Commissie verzoekster krachtens artikel 11 van verordening nr. 4064/89 een verzoek om inlichtingen, waarop Philips op 26 november 2001 heeft geantwoord.

23 Verzoekster heeft bovendien het NERA opdracht gegeven om de gevolgen van de voorgenomen concentratie voor de mededinging te beoordelen. Het beoordelingsrapport van 4 december 2001 werd door Philips aan de Commissie voorgelegd in de loop van haar onderzoek.

24 Op 5 december 2001 hebben de partijen bij de concentratie aan de Commissie verbintenissen voorgesteld.

25 Op 6 december 2001 had verzoekster een onderhoud met de Commissie.

26 Op 7 december 2001 verzochten de Franse mededingingsautoriteiten overeenkomstig artikel 9, lid 2, sub a, van verordening nr. 4064/89 om een gedeeltelijke verwijzing in verband met de gevolgen van de concentratie voor de mededinging op bepaalde afzetmarkten van kleine elektrische huishoudelijke apparaten in Frankrijk.

27 Op 10 en 19 december 2001 verstrekte verzoekster de Commissie nadere schriftelijke bewijzen en gegevens.

28 Op 18 december 2001 wijzigden de partijen bij de concentratie naar aanleiding van de kritiek van de Commissie hun oorspronkelijke verbintenissen.

29 Op 19 december 2001 verzocht de Commissie Philips in een tweede verzoek om inlichtingen krachtens artikel 11 van verordening nr. 4064/89 om commentaar op de voorgestelde gewijzigde verbintenissen. In haar antwoord van 21 december 2001 deed Philips de Commissie haar opmerkingen toekomen over de voorgestelde corrigerende maatregelen, waarbij zij aangaf waarom zij deze ontoereikend achtte. Bovendien verzocht zij de Commissie het verzoek van de Franse autoriteiten op grond van artikel 9, lid 2, sub a, van verordening nr. 4064/89 af te wijzen.

30 Naar aanleiding van opmerkingen van belanghebbende derden hebben de partijen bij de concentratie hun verbintenissen opnieuw gewijzigd.

31 Op 8 januari 2002 keurde de Commissie op basis van artikel 6, leden 1, sub b, en 2, van verordening nr. 4064/89 en artikel 57 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte de concentratie tussen SEB en Moulinex onder bepaalde voorwaarden goed (hierna: goedkeuringsbeschikking"). Deze beschikking betreft evenwel niet de Franse markt, aangezien de Commissie bij een andere beschikking van 8 januari 2002 (hierna: verwijzingsbeschikking") is ingegaan op het verzoek om gedeeltelijke verwijzing van de zaak naar de Franse autoriteiten.

32 De goedkeuringsbeschikking is op 7 februari 2002 aan verzoekster meegedeeld. De verwijzingsbeschikking is noch bekendgemaakt, noch aan Philips meegedeeld.

De goedkeuringsbeschikking

De betrokken productmarkten

33 Volgens punt 16 van de goedkeuringsbeschikking is de bij de concentratie betrokken economische sector die van de verkoop van kleine elektrische huishoudelijke apparaten. Deze sector omvat dertien productcategorieën: friteuses; miniovens; broodroosters; sandwichapparaten en wafelijzers; tafelkookgerei" (zoals steengrills, wokken, fondue- en raclettestellen); elektrische barbecues en tafelgrills; rijstkokers en stoompannen; elektrische filterkoffieapparaten; waterkokers; espressoapparaten; mixers en keukenmachines; strijkijzers; apparaten voor persoonlijke verzorging (gezondheids- en schoonheidsapparaten). De eerstgenoemde elf productcategorieën behoren tot de keukenapparaten.

34 Volgens de Commissie kan elk van de categorieën kleine huishoudelijke apparaten, met uitzondering van de categorieën mixers en keukenmachines, strijkijzers en stoomstrijksystemen, en apparaten voor persoonlijke verzorging, een afzonderlijke productmarkt vormen. De vraag of deze categorieën nog verder moeten worden onderverdeeld, hoeft volgens haar daarentegen niet te worden beantwoord, aangezien de uitkomst van de mededingingsanalyse dezelfde is, hoe de categorieën ook worden gedefinieerd (punt 25 van de goedkeuringsbeschikking).

35 De conclusies van de Commissie zijn hoofdzakelijk gebaseerd op een analyse van de mogelijke vraagsubstitutie, voorzover elke categorie een eigen functie heeft en voor een afzonderlijk eindverbruik is bestemd.

36 Bovendien sluit de Commissie aanbodsubstitutie door de leverancier uit. Zelfs wanneer alle producenten in staat zouden zijn om alle soorten kleine huishoudelijke apparaten te produceren, dan nog kan de toegang tot een nieuwe productmarkt aanzienlijke tijd en kosten vergen.

De betrokken geografische markten

37 De Commissie meent dat aan het einde van de eerste fase een nationale definitie van de betrokken geografische markten het meest aannemelijk lijkt" (punt 30 van de goedkeuringsbeschikking).

Belang van de merken

38 De Commissie stelt dat merken voor de eindverbruiker tot de voornaamste keuzefactoren behoren en daarmee een van de hoofdelementen vormen van de mededinging tussen producenten van kleine elektrische huishoudelijke apparaten (punt 36 van de goedkeuringsbeschikking).

39 In dit verband voert zij aan dat SEB en Moulinex aanzienlijke bedragen uitgeven om hun merkbekendheid te behouden (punt 38 van de goedkeuringsbeschikking). Verder betreffen de bij de verkoop van Moulinex ontvangen aanbiedingen niet zozeer de productie-eenheden, maar vrijwel uitsluitend de merken van deze groep (punt 39 van de goedkeuringsbeschikking).

Analyse van de mededinging

40 De Commissie verwerpt in de eerste plaats het argument dat de gevolgen van de litigieuze concentratie voor de mededinging niet verschillen van die van de mededingingssituatie die door de liquidatie van de Moulinex-groep zou zijn ontstaan. In dit verband verklaart zij:

Een dergelijk betoog moet na de eerste onderzoeksfase worden verworpen, aangezien een aantal ondernemingen reeds vanaf het begin van de faillissementsprocedure tegen de Moulinex-groep te kennen had gegeven de merken van deze groep te willen overnemen. Bovendien valt niet uit te sluiten dat bepaalde bedrijfsinstallaties of industriële eigendomsrechten zouden zijn overgenomen door andere ondernemingen dan SEB. Gelet op het belang van het merk op de betrokken markten, zouden deze overnemers waarschijnlijk in staat zijn geweest om het concurrentievermogen van Moulinex geheel of gedeeltelijk te herstellen" (punt 41 van de goedkeuringsbeschikking).

41 Aan het einde van haar analyse komt de Commissie tot de conclusie dat er ernstige twijfel bestaat over de verenigbaarheid van de aangemelde concentratie met de gemeenschappelijke markt op een aantal markten van keukenapparaten (punt 44 van de goedkeuringsbeschikking). Ten aanzien van de in de goedkeuringsbeschikking onderzochte geografische markten stelt zij dat:

- in Portugal, Griekenland, België en Nederland, landen waar SEB en Moulinex reeds vóór de concentratie zeer sterke posities innamen in de sector kleine elektrische huishoudelijke apparaten, de marktpositie van deze ondernemingen door de toevoeging van de andere onderneming wordt versterkt, en de concentratie voor een groot deel van de betrokken productcategorieën leidt tot aanzienlijke marktaandelen. Volgens de Commissie zal deze macht op de markt nog worden vergroot door een uniek merkenportfolio, terwijl marktdeelnemers als Philips, Braun en Taurus elk slechts over één merk beschikken (punten 43 en 45-47 van de goedkeuringsbeschikking);

- de concentratie in Duitsland, Oostenrijk, Denemarken, Zweden en Noorwegen op een aantal productmarkten een wezenlijke verandering van de mededingingsvoorwaarden met zich brengt (punt 43 van de goedkeuringsbeschikking);

- ten slotte, de mededingingsvoorwaarden in de andere lidstaten door de concentratie slechts marginaal worden gewijzigd (punt 43 van de goedkeuringsbeschikking).

42 Volgens de Commissie bestaat er dus ernstige twijfel over de verenigbaarheid van de aangemelde concentratie met de gemeenschappelijke markt, en wel op de volgende markten:

- Duitsland: friteuses en barbecues/grills;

- Oostenrijk: friteuses en tafelkookgerei";

- België: keukenmachines, espressoapparaten, waterkokers, broodroosters, tafelkookgerei", barbecues/grills, en strijkijzers en stoomstrijksystemen;

- Denemarken: friteuses en draagbare ovens;

- Griekenland: friteuses, waterkokers, sandwichapparaten en wafelijzers, espressoapparaten en keukenmachines;

- Noorwegen: friteuses en draagbare ovens;

- Nederland: friteuses, espressoapparaten, miniovens, tafelkookgerei", barbecues/grills, en strijkijzers en stoomstrijksystemen;

- Portugal: friteuses, broodroosters, koffiezetapparaten, espressoapparaten, waterkokers, miniovens, sandwichapparaten en wafelijzers, tafelkookgerei", barbecues/grills en keukenmachines;

- Zweden: friteuses.

43 Op de markt van apparaten voor persoonlijke verzorging geeft de aangemelde concentratie volgens de Commissie daarentegen geen aanleiding tot ernstige twijfel, aangezien op deze markt, hoe zij ook wordt gedefinieerd, het gezamenlijke marktaandeel van de partijen in alle landen (behalve Frankrijk) minder dan 20 % bedraagt (punt 44 van de goedkeuringsbeschikking).

Verbintenissen van de partijen bij de concentratie

44 De door de partijen bij de concentratie voorgestelde verbintenissen kunnen naar het oordeel van de Commissie evenwel de ernstige twijfel over de verenigbaarheid van de concentratie met de gemeenschappelijke markt wegnemen, aangezien zij een duidelijk en rechtstreeks antwoord vormen op de mededingingsproblemen die in de beschikking met betrekking tot de markten buiten Frankrijk worden geconstateerd.

45 De oorspronkelijk aangeboden verbintenissen van 5 december 2001 bepaalden dat alle producten van het merk Moulinex uit de categorieën friteuses, draagbare ovens, tafelkookgerei", barbecues/grills, strijkijzers en stoomstrijksystemen in de gehele Europese Economische Ruimte (hierna: EER") twee jaar lang niet in de handel zouden worden gebracht. Volgens de Commissie maakten deze oorspronkelijke verbintenissen het voor een andere marktdeelnemer evenwel onmogelijk om de Moulinex-groep te vervangen, en betroffen zij niet alle markten waarvoor de concentratie ernstige twijfel opwerpt (punt 135 van de goedkeuringsbeschikking).

46 Op 18 december 2001 hebben de partijen hun voorstel verbeterd, teneinde het uitvoerbaar en doeltreffend te maken" (punt 135 van de goedkeuringsbeschikking). Dit nieuwe voorstel voorzag voor alle productcategorieën in België, Griekenland, Nederland en Portugal, en voor de categorie friteuses in Denemarken, Duitsland, Noorwegen, Oostenrijk en Zweden in een exclusieve licentie voor het gebruik van het merk Moulinex voor de duur van drie jaar (met daaraan gekoppeld de verplichting om gedurende de daaropvolgende periode van een jaar geen producten onder dit merk op de markt te brengen). De houders van een dergelijke licentie zouden verplicht zijn broodroosters, koffiezetapparaten, waterkokers en keukenmachines te betrekken bij de licentiegever.

47 Derden om wier opmerkingen was gevraagd, hebben evenwel met name kritiek geuit op de duur van de licentie en de periode waarin de producten niet op de markt zouden worden gebracht, alsmede op de afnameverplichting, het ontbreken van corrigerende maatregelen met betrekking tot de gevolgen van de aangemelde concentratie voor de mededinging op bepaalde markten, het ontbreken van voldoende afzetmogelijkheden om de toetreding van een nieuwe marktdeelnemer op de betrokken markten economisch te rechtvaardigen en het ontbreken van effectieve controle door de licentiehouder van het merk Moulinex bij de speciaal voor friteuses voorziene corrigerende maatregelen, aangezien SEB dit merk voor andere producten kon blijven gebruiken (punt 136 van de goedkeuringsbeschikking).

48 Volgens de goedkeuringsbeschikking heeft SEB deze verbintenissen daarop verfijnd" door de merklicentie uit te breiden tot alle kleine elektrische huishoudelijke apparaten in Denemarken, Duitsland, Noorwegen, Oostenrijk en Zweden. Daarmee heeft SEB deze verbintenissen aangepast aan die welke reeds waren aangeboden voor België, Griekenland, Nederland en Portugal. Voorts heeft SEB de looptijd van de licentie verlengd tot vijf jaar (en de duur van de periode waarin de producten niet op de markt zouden worden gebracht tot drie jaar) en de afnameverplichting van de licentiehouder ingetrokken (punt 137 van de goedkeuringsbeschikking).

49 In punt 146 van de goedkeuringsbeschikking worden de door de Commissie aanvaarde verbintenissen voor alle negen betrokken landen (België, Griekenland, Nederland, Portugal, Duitsland, Oostenrijk, Denemarken, Zweden en Noorwegen) als volgt samengevat:

a) de verbintenis om voor de duur van vijf jaar een exclusieve licentie te verlenen om kleine elektrische huishoudelijke apparaten van de dertien in deze beschikking genoemde productcategorieën te verkopen onder het merk Moulinex, zoals omschreven in punt 1, sub a, van de in de bijlage bij deze beschikking genoemde verbintenissen;

b) de verbintenis om in de betrokken landen gedurende de looptijd van de licentie en een daaropvolgende periode van drie jaar geen producten onder het merk Moulinex op de markt te brengen, zoals bepaald in punt 1, sub c;

c) de verbintenis om in de gebieden waarvoor de licentiehouder(s) een leveringscontract heeft (hebben) afgesloten of een intellectuele-eigendomslicentie heeft (hebben) verworven, geen modellen van Moulinex-producten onder een ander merk dan Moulinex op de markt te brengen, zoals bepaald in punt 1, sub e;

d) de verbintenis om voor alle betrokken producten, behalve keukenmachines in Duitsland, met elke licentiehouder die daarom verzoekt een leveringscontract te sluiten (waarbij de leveringsprijs gelijk is aan de industriële kostprijs vermeerderd met de algemene kosten van productie en levering aan de licentiehouder) en/of hem een intellectuele-eigendomslicentie te verlenen, zoals bepaald in punt 1, sub d;

e) de verbintenis om in alle negen betrokken staten het algemene beleid van ontwikkeling van nieuwe modellen voort te zetten en de volledige economische en concurrentiewaarde van het merk Moulinex te behouden totdat de licentieovereenkomsten zijn afgesloten, zoals bepaald in punt 1, sub h."

50 Details van de door SEB aangeboden verbintenissen staan in de bijlage bij de goedkeuringsbeschikking.

51 In deel 2, sub g, van de bijlage bij de verbintenissen wordt bepaald:

Indien de goedkeuring van de onderhavige concentratie door een andere mededingingsautoriteit is onderworpen aan verbintenissen die in strijd komen met de onderhavige verbintenissen of leiden tot een situatie die verder gaat dan nodig is om de mededinging op alle betrokken markten te herstellen, kan de SEB-groep de Commissie verzoeken om de onderhavige verbintenissen te herzien, teneinde deze tegenstrijdigheden op te heffen, dan wel een einde te maken aan de voor de SEB-groep geldende voorwaarden en verplichtingen die in de onderhavige verbintenissen zijn opgenomen en niet langer nodig zijn."

De verwijzingsbeschikking

52 Bij brief van 7 december 2001 hebben de Franse autoriteiten de Commissie verzocht om verwijzing van het onderzoek van de gevolgen van de concentratie voor de markten van friteuses, broodroosters, elektrische koffiezetapparaten, espressoapparaten, waterkokers, ovens, wafelijzers, tafelkookgerei", barbecues/grills, snelkookpannen, keukenmachines en stoomstrijkijzers in Frankrijk.

53 Dat verzoek was gebaseerd op artikel 9, lid 2, sub a, van verordening nr. 4064/89, aangezien de Franse autoriteiten van mening waren dat de betrokken concentratie een machtspositie dreigt te doen ontstaan of te versterken waardoor de daadwerkelijke mededinging aanzienlijk zal worden belemmerd op een markt in die lidstaat die alle kenmerken vertoont van een afzonderlijke markt" in de zin van dit artikel.

54 Op 8 januari 2002 heeft de Commissie het verwijzingsverzoek van de Franse autoriteiten ingewilligd en de verwijzingsbeschikking gegeven.

55 In de punten 11 tot en met 22 van de verwijzingsbeschikking stelt de Commissie allereerst vast dat elke categorie kleine elektrische huishoudelijke apparaten een afzonderlijke productmarkt vormt en dat de geografische markten van kleine elektrische huishoudelijke apparaten een nationale dimensie hebben.

56 Vervolgens komt de Commissie na haar onderzoek in de punten 23 tot en met 41 tot de conclusie dat de betrokken concentratie prima facie een machtspositie dreigt te doen ontstaan waardoor de daadwerkelijke mededinging op de markten van kleine elektrische huishoudelijke apparaten in Frankrijk aanzienlijk zal worden belemmerd". In dit verband wordt in de verwijzingsbeschikking aangevoerd dat de nieuwe entiteit op de betrokken markten in Frankrijk een ongeëvenaarde omvang heeft (punten 29-32) en beschikt over een ongeëvenaard productassortiment (punten 33-35) en een ongeëvenaard merkenportfolio (punten 36-38), en dat de huidige en potentiële concurrentie onvoldoende is (punten 39-41).

57 Derhalve is het verzoek van de Franse autoriteiten volgens de Commissie gegrond en in overeenstemming met artikel 9, lid 3, van verordening nr. 4064/89.

58 In het dispositief van de verwijzingsbeschikking stelt de Commissie vast:

Overeenkomstig artikel 9, lid 3, van verordening [...] nr. 4064/89 van de Raad betreffende de controle op concentraties van ondernemingen wordt de aangemelde concentratie, bestaande in de geplande overname door SEB van bepaalde activiteiten van Moulinex, hierbij, voor wat de Franse markten van kleine elektrische huishoudelijke apparaten betreft, naar de bevoegde Franse autoriteiten verwezen met het oog op de toepassing van de nationale wetgeving."

59 Op 8 juli 2002 heeft de Franse minister van Economische zaken de concentratie zonder corrigerende maatregelen goedgekeurd op basis van de theorie van de reddingsfusie".

Procesverloop en verzoeken van partijen

60 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Gerecht op 17 april 2002, heeft verzoekster het onderhavige beroep ingesteld.

61 Bij afzonderlijke akte, neergelegd ter griffie van het Gerecht op dezelfde datum, heeft verzoekster verzocht om de zaak te behandelen volgens de versnelde procedure van artikel 76 bis van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht. Op 2 juli 2002 heeft het Gerecht dit verzoek toegewezen.

62 Op 24 juni 2002 heeft de Commissie krachtens artikel 114 van het Reglement voor de procesvoering een exceptie van niet-ontvankelijkheid opgeworpen, voorzover het beroep is gericht tegen de verwijzingsbeschikking. Op 28 juni 2002 heeft verzoekster geantwoord op een schriftelijke vraag van het Gerecht waarbij haar werd verzocht de ontvankelijkheid van haar beroep op dit punt te rechtvaardigen. Op 15 juli 2002 heeft verzoekster haar schriftelijke opmerkingen in aangaande de door de Commissie opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid ingediend.

63 Bij verzoekschriften, neergelegd ter griffie van het Gerecht op 19 juli en 27 augustus 2002, hebben SEB en de Franse Republiek verzocht om te worden toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie. Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Gerecht op 8 augustus 2002, heeft De'Longhi verzocht om te worden toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van verzoekster. Bij beschikking van 19 september 2002 heeft de president van de Derde kamer deze verzoeken toegewezen. Op hun verzoek werd het SEB toegestaan om een memorie in interventie in te dienen, en De'Longhi om een aantal in haar interventieverzoek genoemde stukken over te leggen.

64 Op rapport van de rechter-rapporteur heeft het Gerecht (Derde kamer) besloten tot de mondelinge behandeling over te gaan en heeft het bij wege van maatregel tot organisatie van de procesgang partijen verzocht om bepaalde stukken over te leggen en een aantal schriftelijke vragen te beantwoorden. Partijen hebben binnen de gestelde termijn aan dit verzoek voldaan.

65 Partijen zijn ter terechtzitting van 9 oktober 2002 gehoord in hun pleidooien en antwoorden op de mondelinge vragen van het Gerecht.

Conclusies van partijen

66 Verzoekster, ondersteund door De'Longhi, concludeert dat het het Gerecht behage:

- de goedkeuringsbeschikking nietig te verklaren en de Commissie in de kosten te verwijzen;

- de verwijzingsbeschikking nietig te verklaren en de Commissie in de kosten te verwijzen.

67 De Commissie, ondersteund door SEB en de Franse Republiek, concludeert dat het het Gerecht behage:

- het beroep te verwerpen;

- Philips in de kosten te verwijzen.

In rechte

68 Aangezien verzoekster met het onderhavige beroep de nietigverklaring vordert van zowel de goedkeurings- als de verwijzingsbeschikking, moeten deze twee onderdelen van haar beroep achtereenvolgens worden behandeld.

1. Het beroep tot nietigverklaring van de goedkeuringsbeschikking

69 Blijkens het verzoekschrift voert verzoekster ter ondersteuning van haar beroep tot nietigverklaring van de goedkeuringsbeschikking twee middelen aan: ontoereikendheid van de door SEB tijdens de eerste fase aangeboden verbintenissen, en tardiviteit van die verbintenissen.

Eerste middel: ontoereikendheid van de door SEB tijdens de eerste fase aangeboden verbintenissen

70 In dit middel stelt verzoekster dat de tijdens de eerste fase aanvaarde verbintenissen niet volstonden om alle ernstige twijfel van de Commissie over de verenigbaarheid van de concentratie met de gemeenschappelijke markt weg te nemen, zodat de Commissie tot de tweede fase had moeten overgaan.

71 Tot staving van dit middel betoogt verzoekster in haar verzoekschrift dat de ontoereikendheid van de verbintenissen blijkt uit de volgende omstandigheden:

- het ontbreken van bescherming van de licentiehouders tegen parallelinvoer van producten die door SEB onder het merk Moulinex in de handel zijn gebracht;

- de korte looptijd van de licenties en van de daaropvolgende periode waarin het merk Moulinex niet wordt gebruikt;

- de uitsluiting van de betrokken Franse markten van de werkingssfeer van de verbintenissen;

- de niet-inachtneming van de nadelige gevolgen van de geografische verspreiding van de licenties;

- de mogelijkheid van licentieverlening aan detailhandelaren;

- de mogelijkheid dat er in de betrokken lidstaten verschillende licentiehouders zullen zijn;

- de mogelijkheid van nieuwe onderhandelingen over de verbintenissen na afloop van de procedure voor de Franse mededingingsautoriteiten.

72 Naar aanleiding van een opmerking van het Gerecht heeft verzoekster ter terechtzitting evenwel haar argument inzake de mogelijke licentieverlening aan detailhandelaren teruggetrokken.

73 De'Longhi heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de ontoereikendheid van de verbintenissen blijkt uit de volgende omstandigheden:

- het ontbreken van licenties in Italië, Spanje en Finland;

- de verdeling van de markt voor het merk Moulinex;

- het ontbreken van bescherming van de licentiehouders tegen parallelinvoer van producten die door SEB onder het merk Moulinex in de handel zijn gebracht.

a) Prealabele opmerkingen

74 Voor de behandeling van dit middel moet erop worden gewezen dat de Commissie aan het einde van de eerste fase heeft geconstateerd dat er ernstige twijfel bestond op meerdere markten van kleine elektrische huishoudelijke apparaten in negen lidstaten van de EER, namelijk in België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal en Zweden.

75 Volgens de goedkeuringsbeschikking, met name punt 44, berust deze ernstige twijfel hoofdzakelijk op het feit dat de concentratie in deze negen lidstaten op de betrokken productmarkten tot marktaandelen van meer dan 40 % leidt, waar nog bijkomt dat de nieuwe entiteit in sommige lidstaten tegenover zijn concurrenten over een uniek merkenportfolio beschikt (portfolio-effect"). Niettemin heeft de Commissie naar aanleiding van de door SEB aangeboden verbintenissen besloten om zich niet tegen de concentratie te verzetten en deze bij een na afloop van de eerste fase gegeven beschikking verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te verklaren. De door de Commissie aanvaarde verbintenissen bepalen in wezen dat op SEB de verplichting rust om enerzijds in alle negen betrokken lidstaten voor de duur van vijf jaar een exclusieve licentie voor het merk Moulinex te verlenen voor de verkoop van dertien categorieën kleine elektrische huishoudelijke apparaten [punt 1, sub a, eerste alinea, van de verbintenissen], en anderzijds in diezelfde lidstaten gedurende de looptijd van de licentie en een daaropvolgende periode van drie jaar geen producten uit de genoemde categorieën of andere apparaten voor huishoudelijk gebruik onder het merk Moulinex in de handel te brengen [punt 1, sub c, eerste alinea van de verbintenissen]. Volgens punt 1, sub a, derde alinea, van de verbintenissen, heeft deze licentie tot doel het gebruik mogelijk te maken van het merk Moulinex in combinatie met een eigen merk van de licentiehouder, teneinde hem in staat te stellen gedurende en na deze periode van ,co-branding zijn eigen merk op de betrokken markt te positioneren of te versterken".

76 Met het onderhavige beroep betwist verzoekster niet de in de goedkeuringsbeschikking uiteengezette ernstige twijfel. Zij betoogt met name niet dat de Commissie andere ernstige twijfels had moeten aanvoeren dan die welke in deze beschikking worden genoemd. Evenmin betwist zij dat de door de Commissie aanvaarde verbintenissen tot doel hebben de in de goedkeuringsbeschikking uiteengezette ernstige twijfel weg te nemen. Zij bestrijdt echter dat deze verbintenissen volstonden om de door de Commissie in haar beschikking genoemde ernstige twijfel weg te nemen, en stelt dat de Commissie de tweede fase had moeten inleiden.

77 Hoewel de Commissie in geval van ernstige twijfel over de verenigbaarheid van de concentratie met de gemeenschappelijke markt geen enkele discretionaire bevoegdheid heeft met betrekking tot de inleiding van de tweede fase, aangezien artikel 6, lid 1, sub c, van de verordening bepaalt dat de Commissie in dat geval beslist [om] de procedure in te leiden", beschikt zij toch over een bepaalde beoordelingsmarge bij haar vaststelling en onderzoek van de omstandigheden van de zaak, teneinde uit te maken of zij ernstige twijfel doen rijzen, dan wel, wanneer verbintenissen zijn voorgesteld, aanleiding voor dergelijke twijfel blijven geven (zie naar analogie arrest Gerecht van 15 maart 2001, Prayon-Rupel/Commissie, T-73/98, Jurispr. blz. II-867, punten 45-47). Hoewel ernstige twijfel" een objectief begrip is, noopt het onderzoek naar het bestaan ervan de Commissie noodzakelijkerwijs tot ingewikkelde economische beoordelingen, met name wanneer zij moet beoordelen of de door de partijen bij de concentratie voorgestelde verbintenissen volstaan om de ernstige twijfel weg te nemen.

78 Gelet op de ingewikkelde economische beoordelingen die de Commissie moet uitvoeren bij de uitoefening van de beoordelingsbevoegdheid waarover zij bij haar onderzoek van de door de partijen bij de concentratie voorgestelde verbintenissen beschikt, staat het derhalve aan verzoekster om, teneinde een beschikking waarbij een concentratie wordt goedgekeurd nietig te doen verklaren op de grond dat de verbintenissen niet volstaan om de ernstige twijfel weg te nemen, aan te tonen dat de Commissie een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt.

79 Bij de uitoefening van zijn rechterlijk toezicht dient het Gerecht evenwel rekening te houden met het specifieke doel van de tijdens de eerste fase aangegane verbintenissen, die, anders dan de verbintenissen van de tweede fase, niet tot doel hebben het ontstaan of de versterking van een machtspositie tegen te gaan, maar elke ernstige twijfel daaromtrent weg te nemen. De tijdens de eerste fase aangegane verbintenissen moeten dus een rechtstreeks en toereikend antwoord vormen dat de gerezen ernstige twijfel duidelijk kan wegnemen.

80 Wanneer het Gerecht moet onderzoeken of de tijdens de eerste fase aangegane verbintenissen, gelet op hun inhoud en strekking, de Commissie in staat stelden een goedkeuringsbeschikking te geven zonder te tweede fase in te leiden, moet het derhalve nagaan of de Commissie zich zonder een kennelijke beoordelingsfout te maken op het standpunt kon stellen dat deze verbintenissen een rechtstreeks en toereikend antwoord vormden dat de gerezen ernstige twijfel duidelijk kon wegnemen.

81 Verzoeksters grieven en argumenten dienen in het licht van deze uitgangspunten te worden onderzocht.

b) Licenties maken parallelhandel in SEB-producten onder het merk Moulinex mogelijk

Argumenten van partijen

82 Verzoekster, ondersteund door De'Longhi, is van mening dat de Commissie een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt door haar goedkeuring te hechten aan de verlening van tijdelijke (exclusieve) licenties in plaats van aan de opheffing van het merk Moulinex, aangezien de licentiehouders van het merk niet beschermd zijn tegen parallelinvoer van producten die SEB buiten het licentiegebied onder dit merk in de handel heeft gebracht.

83 Verzoekster wijst erop dat licenties hun houders naar gemeenschapsrecht binnen het licentiegebied geen absolute bescherming bieden tegen de eigenaar van het merk. Wanneer producten van het betrokken merk door de eigenaar van dit merk in de handel zijn gebracht in gebieden die deze voor zichzelf heeft gereserveerd, moeten deze producten vrijelijk binnen de Gemeenschap, en dus ook binnen het licentiegebied kunnen circuleren.

84 Het ontbreken van bescherming van de licentiehouder tegen parallelhandel in Moulinex-producten die door SEB zelfs gedurende de looptijd van de licentie op de markt zijn gebracht, doet in hoge mate afbreuk aan de werking van de licentie, die de licentiehouder in staat moet stellen om de goodwill van het merk Moulinex te exploiteren door bij de verkoop van zijn producten geleidelijk van het merk Moulinex over te schakelen naar zijn eigen merk. Hierdoor zal SEB na afloop van de door de verbintenissen opgelegde periode van niet-gebruik van het merk de afnemers die trouw zijn gebleven aan het merk Moulinex waarschijnlijk gemakkelijk kunnen terugwinnen.

85 In dit verband merkt verzoekster op dat hoewel de Commissie in voorkomend geval recente grensoverschrijdende verkopen van kleine elektrische huishoudelijke apparaten heeft onderzocht, zij zich nog niet heeft gebogen over de vraag in welke mate de voorgestelde verbintenissen parallelhandel in de hand kunnen werken.

86 Volledige territoriale bescherming kan volgens verzoekster alleen worden verkregen (en gerechtvaardigd) door de volledige en onherroepelijke opheffing van het merk Moulinex in die gebieden waar de verwerving van dit merk ernstige mededingingsproblemen opwerpt.

87 De Commissie, ondersteund door de Franse Republiek en SEB, concludeert tot afwijzing van deze argumenten van verzoekster.

Beoordeling door het Gerecht

88 De Commissie heeft bij de definitie van de betrokken geografische markten in punt 30 van de goedkeuringsbeschikking vastgesteld dat aan het einde van de eerste fase een nationale definitie van de betrokken geografische markten het meest aannemelijk lijkt".

89 Uit punt 27 van de goedkeuringsbeschikking blijkt dat deze vaststelling is gebaseerd op de resultaten van het door de Commissie tijdens de eerste fase verrichte onderzoek, waaruit naar voren komt dat de marktaandelen van de op deze markten aanwezige marktdeelnemers per lidstaat en per productcategorie sterk variëren (punt 27, sub a); de merkpenetratie sterk verschilt naar gelang van het geografische gebied (punt 27, sub b); de productkenmerken per lidstaat kunnen verschillen wegens de bijzonderheden en voorkeuren van de consumenten (punt 27, sub c); de relaties tussen afnemers en leveranciers hoofdzakelijk op nationale basis tot stand komen (punt 27, sub d); de aan afnemers in rekening gebrachte prijzen aanzienlijk kunnen variëren naar gelang van de nationale markt en verschillende trends volgen (punt 27, sub e); de logistieke structuren nationaal zijn (punt 27, sub f); de distributiestructuren nationaal zijn, en het relatieve belang van de distributiekanalen per lidstaat sterk verschilt (punt 27, sub g).

90 Aangaande de relaties tussen afnemers en leveranciers stelt de Commissie in punt 27, sub d:

De relaties tussen afnemers en leveranciers komen hoofdzakelijk op nationale basis tot stand. Er bestaan weliswaar mondiale overeenkomsten met bepaalde internationale warenhuisketens, maar deze hebben enkel betrekking op de jaarlijkse globale verkoopdoelstellingen. In antwoord op een vraag van de Commissie hebben de betrokken ketens bevestigd dat hun aankoopbeleid nationaal blijft. Zo bevatten de op nationale grondslag afgesloten overeenkomsten alle clausules inzake producten, prijzen, levering en facturering."

91 Met het onderhavige beroep betwist verzoekster niet de nationale dimensie van de betrokken markten, noch de vaststellingen van de Commissie in punt 27 van de goedkeuringsbeschikking.

92 Integendeel, deze vaststellingen van de Commissie zijn juist gebaseerd op de antwoorden op de verzoeken om inlichtingen die zij krachtens artikel 11 van verordening nr. 4064/89 op 16 november 2001 aan de concurrenten van de partijen bij de concentratie heeft doen toekomen (hierna: vragenlijst"). Zo wijst verzoekster in haar antwoord op vraag 12 van deze vragenlijst er zelf op dat de markten een nationale dimensie hebben. Ook in punt 2 van het door verzoekster tijdens de administratieve procedure aan de Commissie gezonden NERA-rapport wordt uitdrukkelijk geconcludeerd dat de betrokken markten nationaal zijn. Zowel verzoekster als het NERA baseren deze conclusie hoofdzakelijk op de in punt 27 van de goedkeuringsbeschikking genoemde factoren.

93 De Commissie blijkt de door partijen bij de concentratie voorgestelde definitie van de betrokken geografische markten, die een mondiale dimensie zouden hebben, tijdens de eerste fase dus met name te hebben verworpen op grond van de opmerkingen van de concurrenten, waaronder verzoekster.

94 Eén van de factoren op basis waarvan de Commissie heeft geconcludeerd dat er sprake is van afzonderlijke nationale markten, namelijk het bestaan van verschillende prijsniveaus in de lidstaten, kan weliswaar de ontwikkeling van parallelinvoer in de hand werken, doch daar staat tegenover dat de andere factoren waarop de Commissie zich beroept, te weten het feit dat de merken en kenmerken van de producten per lidstaat variëren en de omstandigheid dat de structuren voor de afzet, de logistiek en de distributie nationaal zijn, de ontwikkeling van een dergelijke invoer kunnen belemmeren.

95 Verzoekster heeft dit tijdens de administratieve procedure trouwens toegegeven, toen zij in antwoord op vraag 16 van de vragenlijst, aan de Commissie te kennen gaf:

Onze ervaring wijst uit dat parallelle in- en uitvoer binnen de Europese Unie wel voorkomen, maar niet op grote schaal, als gevolg van de uiteenlopende nationale marktkenmerken in de verschillende EU-landen. Naar onze schatting zou bij een prijsstijging met meer dan tien procent gemiddeld ongeveer vijf procent van de producten op een gegeven markt bijkomend parallel worden ingevoerd."

96 Ook De'Longhi verklaarde in antwoord op dezelfde vraag:

De analyse van de betrokken markten over de afgelopen vijf jaar toont aan, dat parallelinvoer een zeldzaam verschijnsel is. Het is niet waarschijnlijk dat hier in de nabije toekomst verandering in zal komen."

97 In een op 10 december 2001 aan de Commissie gezonden e-mail aangaande de geografische dimensie van de betrokken markten gaf verzoekster als argument voor een nationale definitie van deze markten:

Wij wijzen bovendien op de beschikkingen van de Commissie in de zaken Kingfisher/BUT (IV/M.1248 van 1998) en Kingfisher/Grosslabor (IV/M.1282 van 1999), waarin de Commissie vaststelde dat de grensoverschrijdende handel in onder meer broodroosters en strijkijzers in Europa van marginale betekenis is, en dat talrijke leveranciers, ondanks het feit dat zij mondiale marktdeelnemers zijn, een nationaal verkoopbeleid volgen vanwege de verschillende voorkeuren van de consumenten."

98 Derhalve moet worden geconcludeerd dat partijen het erover eens zijn dat de parallelinvoer van producten van het merk Moulinex in de Europese Unie vóór de betrokken concentratie van marginale betekenis was vanwege de nationale dimensie van de betrokken markten.

99 Verzoekster betoogt evenwel dat de Commissie niet heeft onderzocht in welke mate de bij de goedkeuringsbeschikking aanvaarde verbintenissen de parallelinvoer in de hand kunnen werken. Ter terechtzitting hebben verzoekster en De'Longhi in dit verband aangevoerd dat de aard van de verbintenissen er bijvoorbeeld toe kan leiden dat SEB haar leveranciers in de niet onder de verbintenissen vallende gebieden ertoe gaat aanzetten om te leveren aan onafhankelijke wederverkopers in de lidstaten die wél onder de verbintenissen vallen, hetgeen in deze lidstaten zou leiden tot parallelinvoer ten nadele van de licentiehouders van het merk Moulinex.

100 Verzoekster en De'Longhi hebben echter noch tijdens de administratieve procedure, noch tijdens de procedure voor het Gerecht ook maar enig bewijs aangevoerd ter onderbouwing van deze stellingen, die daardoor ongefundeerde beweringen blijven.

101 In antwoord op vraag 16 van de vragenlijst heeft De'Longhi integendeel juist zelf uitdrukkelijk verklaard dat het niet waarschijnlijk" was dat in het marginale karakter van de parallelinvoer in de nabije toekomst verandering [...] zal komen".

102 Bovendien betwist noch verzoekster, noch De'Longhi dat de betrokken producten ook nadat de concentratie tot stand is gebracht tot afzonderlijke nationale markten zullen blijven behoren.

103 Derhalve lijken de verbintenissen niet tot een substantiële toename van de parallelinvoer te kunnen leiden. De omstandigheid dat het merk Moulinex op grond van de verbintenissen per betrokken lidstaat aan verschillende licentiehouders in licentie kan worden gegeven, lijkt integendeel het nationale karakter van de betrokken markten eerder te versterken. In dit geval wordt het betrokken merk namelijk niet gebruikt door één enkele marktdeelnemer, maar door afzonderlijke marktdeelnemers die het merk Moulinex in het hun toebedeelde licentiegebied kunnen inzetten. Ter terechtzitting heeft De'Longhi evenwel verklaard dat een dergelijke licentieregeling leidt tot een marktopdeling die een extra belemmering kan vormen voor de intracommunautaire handel.

104 Derhalve kunnen verzoeksters argumenten inzake de niet-inachtneming van parallelinvoer niet tot de conclusie leiden dat de Commissie op dit punt een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt.

c) Kennelijk te korte duur van de licenties en van het daaropvolgende verkoopverbod

Argumenten van partijen

105 Verzoekster, ondersteund door De'Longhi, stelt dat de exclusieve licentie en het daaropvolgende verkoopverbod duidelijk van te korte duur zijn om een concurrent in staat te stellen om de goodwill van het merk Moulinex te exploiteren.

106 Volgens verzoekster is een geslaagde introductie van een nieuw merk op de betrokken productmarkten zeer uitzonderlijk en vergt een geslaagde omschakeling van producten op een ander merk op markten als de onderhavige aanzienlijk meer dan vijf jaar.

107 Zo wijst verzoekster op het feit dat het Philips in Brazilië, in een geval waarin het oorspronkelijke" merk geleidelijk volledig werd opgeheven, meer dan tien jaar heeft gekost om haar afnemers van apparaten voor persoonlijke verzorging te doen overschakelen van het merk Walita naar het merk Philips.

108 Daar komt bij dat, in tegenstelling tot de situatie in Brazilië, in het onderhavige geval a) SEB op de naburige markten aanwezig blijft als eigenaresse van het merk waarvan de afnemers moeten overgaan naar de licentiehouder; b) SEB na afloop van het verkoopverbod ongetwijfeld opnieuw met het merk Moulinex in het licentiegebied zal binnendringen; c) de licentiehouder zelfs gedurende de looptijd van de licentie niet wordt beschermd tegen parallelhandel in SEB-producten onder het merk Moulinex. In deze omstandigheden loopt een geslaagde overdracht van de goodwill van het merk Moulinex aan de licentiehouder van dit merk ernstig gevaar en kan SEB deze goodwill na afloop van de in de verbintenissen voorziene periode van niet-gebruik van het merk terugwinnen.

109 In dit verband wijst verzoekster erop dat, anders dan de Commissie lijkt te menen (punt 140 van de goedkeuringsbeschikking), er geen enkel verband bestaat tussen de gemiddelde levensduur van een elektrisch huishoudelijk apparaat (drie jaar) en de duur van de licentie en de daaropvolgende periode waarin de producten niet op de markt mogen worden gebracht, aangezien merkentrouw niet aan individuele producten is gebonden.

110 Ten slotte meent verzoekster dat SEB vanwege haar sterke huidige marktpositie en haar merkenportfolio het merk Moulinex na afloop van het verkoopverbod relatief gemakkelijk zal kunnen herintroduceren, aangezien SEB in een aanzienlijk aantal EG/EER-landen die niet onder de corrigerende maatregelen vallen actief mag blijven met het merk Moulinex, en het hier niet gaat om een nieuw merk, maar om een merk dat in de lidstaten waarin het zal worden geherintroduceerd enkele jaren daarvoor nog een zeer sterke positie innam.

111 De Commissie, ondersteund door de Franse Republiek en SEB, concludeert tot afwijzing van deze argumenten van verzoekster.

Beoordeling door het Gerecht

112 Bij de beoordeling van verzoeksters grieven inzake de duur van de verbintenissen zij erop gewezen dat deze verbintenissen volgens punt 1, sub a, tweede alinea, ervan, tot doel hebben de licentiehouder toestemming te verlenen om het merk Moulinex te gebruiken in combinatie met een eigen merk, teneinde hem in staat te stellen gedurende en na deze periode van co-branding" zijn eigen merk op de betrokken markt te positioneren of te versterken. Hierbij kan de licentiehouder gedurende de looptijd van de Moulinex-licenties het merk Moulinex hetzij meteen in combinatie met zijn eigen merk, hetzij tijdelijk, vooruitlopend op co-branding", als enig merk gebruiken. Volgens dezelfde bepaling kan de licentiehouder tijdens de looptijd van de licentie op elk moment van co-branding" overschakelen naar zijn eigen merk.

113 Hiertoe bepaalt punt 1, sub g, derde alinea, van de verbintenissen dat de licentiehouders, met uitzondering van marktdeelnemers die zich hoofdzakelijk bezighouden met detailhandel, moeten beschikken over een eigen merk dat kan worden gebruikt in combinatie met het merk Moulinex.

114 Uit het voorgaande volgt dat het doel van de verbintenissen er niet in is gelegen de individuele licentiehouders de mogelijkheid te geven om het merk Moulinex als enig merk te gebruiken, maar om dit merk te gebruiken gedurende een overgangsperiode waarin zij hun eigen merk in combinatie met het merk Moulinex kunnen gebruiken om de overschakeling van dit merk naar hun eigen merken mogelijk te maken, opdat deze merken na afloop van deze overgangsperiode, wanneer SEB in de negen betrokken lidstaten het merk Moulinex opnieuw mag gebruiken, daadwerkelijk met dit laatste merk kunnen concurreren.

115 Anders dan verzoekster stelt, strekken de verbintenissen er dus niet toe om in de negen betrokken lidstaten een nieuw merk te introduceren, maar om de licentiehouders in staat te stellen hun eigen merk te positioneren of te versterken als een merk dat daadwerkelijk met Moulinex kan concurreren.

116 Nu de verbintenissen de licentiehouders in staat moeten stellen hun eigen merk te positioneren of te versterken als een merk dat daadwerkelijk met Moulinex kan concurreren, is de stelling van verzoekster dat SEB vanwege haar sterke huidige marktpositie, haar merkenportfolio en de merkbekendheid van Moulinex dit merk in de negen betrokken lidstaten gemakkelijk zal kunnen herintroduceren, niet relevant. De vraag is immers niet of SEB in staat zal zijn om het merk Moulinex in de negen betrokken lidstaten te herintroduceren - hetgeen overigens bij de beoordeling of de bij de goedkeuringsbeschikking aanvaarde verbintenissen toereikend zijn, verondersteld moet worden - maar of de licentiehouders in staat zullen zijn om een eigen positie als daadwerkelijke concurrenten van SEB in te nemen of te versterken.

117 Derhalve moet worden nagegaan of de in de verbintenissen geregelde overgangsperiode kan volstaan om dit doel te bereiken.

118 In dit verband moet in de eerste plaats worden opgemerkt dat de looptijd van de licentieovereenkomsten voor het merk Moulinex overeenkomstig punt 1, sub c, eerste alinea, van de verbintenissen in de negen betrokken lidstaten vijf jaar bedraagt. Verder zal SEB ingevolge punt 1, sub c, eerste en tweede alinea, gedurende de looptijd van de licentieovereenkomst en een daaropvolgende periode van drie jaar in de negen betrokken lidstaten geen kleine elektrische huishoudelijke apparaten van een van de dertien betrokken productcategorieën of andere, niet tot deze categorieën behorende apparaten voor huishoudelijk gebruik, zoals stofzuigers en magnetrons, onder het merk Moulinex in de handel brengen.

119 Uit deze bepalingen blijkt dat de totale looptijd van de verplichting van SEB om geen producten onder het merk Moulinex in de handel te brengen, anders dan verzoekster stelt, niet vijf, maar acht jaar bedraagt, namelijk een eerste periode van vijf jaar waarin de licentiehouder het exclusieve recht heeft om het merk Moulinex hetzij als enig merk, hetzij in combinatie met zijn eigen merk te gebruiken, en een tweede periode van drie jaar waarin SEB in de betrokken landen geen producten onder het merk Moulinex in de handel mag brengen. Hieruit volgt dat SEB in de betrokken lidstaten gedurende acht jaar niet het recht heeft om het merk Moulinex te gebruiken.

120 Uit deze bepalingen volgt ook dat het merk Moulinex in de negen betrokken lidstaten gedurende minimaal drie en, althans in theorie, maximaal acht jaar niet zal worden gebruikt. Op grond van de verbintenissen mag elke licentiehouder namelijk zelf bepalen wanneer hij van co-branding" naar zijn eigen merk - als enig merk - overschakelt. In haar memorie in interventie heeft SEB aan het Gerecht te kennen gegeven dat de huidige gegadigden voor een licentie na drie à vier jaar willen overschakelen van co-branding" naar hun eigen merk, zodat het merk Moulinex in de betrokken lidstaten gedurende ongeveer vijf jaar van de markt zal zijn verdwenen.

121 Dit verdwijnen van het merk Moulinex uit de schappen stelt de licentiehouders in staat om de bekendheid van hun eigen merk duurzaam te vestigen. Bovendien leidt het ertoe dat wanneer SEB het merk na afloop van de periode van niet-gebruik op de betrokken markten herintroduceert, zij niet in staat zal zijn om de posities van Moulinex zomaar weer in te nemen.

122 Overigens heeft de Commissie, zonder op dit punt door verzoekster te zijn weersproken, in punt 140 van de goedkeuringsbeschikking gesteld dat de gemiddelde levensduur van kleine elektrische huishoudelijke apparaten ongeveer drie jaar bedraagt.

123 Daarmee beslaat de looptijd van de verbintenissen een periode van bijna drie productcycli, terwijl de periode waarin het merk Moulinex niet wordt gebruikt minstens één productcyclus bedraagt.

124 Zonder op dit punt door verzoekster te zijn weersproken, heeft de Commissie in dit verband aangevoerd dat op een soortgelijke markt als die van de betrokken producten, namelijk de markt voor grote elektrische huishoudelijke apparaten, Whirlpool voor de geslaagde overschakeling van het merk Philips naar het merk Whirlpool drie jaar nodig had, namelijk van 1990 tot 1993, wat gelijk staat aan één productcyclus. Deze overschakeling is geslaagd, ondanks het feit dat het merk Philips op de aangrenzende markten aanwezig was en door Philips werd gehandhaafd.

125 Bovendien heeft de Commissie in haar mededeling betreffende beperkingen die rechtstreeks verband houden met en noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van concentraties (PB 2001, C 188, blz. 5, punt 15) aangegeven dat de duur van een bij overdracht van een onderneming aan de verkoper opgelegd concurrentieverbod - om te verzekeren dat de koper de volledige waarde van de overgedragen activa verkrijgt - maximaal drie jaar bedraagt wanneer de overdracht mede de goodwill en knowhow omvat, en maximaal twee jaar wanneer de overdracht enkel betrekking heeft op de goodwill. In casu bedraagt de periode waarin SEB binnen de licentiegebieden stopt met het gebruik van het merk Moulinex acht jaar.

126 In de tweede plaats moeten de licentiehouders krachtens punt 1, sub g, eerste alinea, van de verbintenissen marktdeelnemers zijn die reeds op de markt aanwezig, dan wel potentieel tot toetreding in staat zijn, levensvatbaar en onafhankelijk zijn, geen banden hebben met de SEB-groep en beschikken over de bekwaamheid en motivering die nodig zijn om op de betrokken markten actief en daadwerkelijk te concurreren". Zoals hierboven reeds werd opgemerkt, moeten de licentiehouders, met uitzondering van marktdeelnemers die zich hoofdzakelijk bezighouden met detailhandel, ingevolge punt 1, sub g, derde alinea, bovendien beschikken over een eigen merk dat kan worden gebruikt in combinatie met het merk Moulinex.

127 Vastgesteld moet worden dat nu deze bepalingen de licentieverlening beperken tot marktdeelnemers die reeds op de markt aanwezig, dan wel op korte termijn tot toetreding in staat zijn en over een eigen merk beschikken, zij effectief ertoe kunnen bijdragen dat de licentiehouders binnen de in de verbintenissen gestelde termijn daadwerkelijke concurrenten worden. Dit wordt nog versterkt door het feit dat marktdeelnemers die zich hoofdzakelijk bezighouden met detailhandel, zelfs wanneer zij over eigen merken beschikken, ingevolge punt 1, sub g, derde alinea, van de verbintenissen zijn uitgesloten van de kring van potentiële licentiehouders van het merk Moulinex. In de punten 27, sub d, en 37 van de goedkeuringsbeschikking heeft de Commissie namelijk vastgesteld - en verzoekster heeft dit niet betwist - dat de eigen merken van deze marktdeelnemers, te weten de detailhandelsmerken", op de betrokken markten nauwelijks aanwezig zijn.

128 Op grond van deze omstandigheden moet worden geconcludeerd dat de looptijd van de verbintenissen niet kennelijk ontoereikend is om licentiehouders van het merk Moulinex in staat te stellen hun eigen merk te positioneren of te versterken als een merk dat in de negen betrokken lidstaten daadwerkelijk met Moulinex kan concurreren.

129 Bijgevolg moeten verzoeksters grieven inzake de looptijd van de verbintenissen worden verworpen.

d) Uitsluiting van Frankrijk, waar de mededingingsproblemen het ernstigst zijn

Argumenten van partijen

130 Verzoekster, ondersteund door De'Longhi, betoogt dat de Commissie geen enkele voorwaarde heeft gesteld aangaande de nationale markt waar de mededingingssituatie door de acquisitie van het merk het sterkst wordt beïnvloed, namelijk in Frankrijk, hoewel het duidelijk is dat het voor SEB moeilijk zal zijn om levensvatbare en serieuze gegadigden te vinden voor een licentie, zolang de licentiehouders geen enkele zekerheid hebben aangaande de oplossing" die uiteindelijk zal worden gevonden voor de Franse markt en er dus een ernstig gevaar bestaat dat de positie van SEB op de Franse markt de werking van de corrigerende maatregelen die zijn opgelegd met betrekking tot de andere betrokken lidstaten teniet zal doen.

131 Volgens verzoekster komt dit in de eerste plaats doordat SEB gedurende deze periode de zaken van Moulinex als haar eigen zaken blijft beheren en in staat blijft om het merk Moulinex via distributiekanalen in de gehele Gemeenschap te exploiteren. In de tweede plaats geeft de toegang die SEB heeft tot commercieel gevoelige informatie inzake productie (of het ontbreken daarvan), capaciteit, strategie en marktprestaties van Moulinex, deze onderneming een ander concurrentievoordeel, aangezien dit haar in staat stelt om haar marktgedrag aan te passen aan informatie die niet beschikbaar is voor haar concurrenten.

132 De Commissie, ondersteund door de Franse Republiek en SEB, concludeert tot afwijzing van deze argumenten van verzoekster.

Beoordeling door het Gerecht

133 Bij beschikking van 8 januari 2002 heeft de Commissie krachtens artikel 9, lid 2, sub a, van verordening nr. 4064/89 het onderzoek van de gevolgen van de concentratie voor de betrokken markten in Frankrijk naar de Franse mededingingsautoriteiten verwezen. De goedkeuringsbeschikking heeft dus geen betrekking op deze markten, zoals de Commissie in punt 43 ervan ook uitdrukkelijk aangeeft.

134 Aangezien de betrokken markten in Frankrijk als gevolg van de verwijzingsbeschikking zijn uitgesloten van het onderzoek in het kader van de goedkeuringsbeschikking, kan de vraag of de Commissie deze markten mocht uitsluiten van de werkingssfeer van de verbintenissen die de partijen bij de concentratie hebben voorgesteld om aan het einde van de eerste fase alle ernstige twijfel weg te nemen, niet los worden gezien van het onderzoek van de rechtmatigheid van de verwijzingsbeschikking. Deze vraag wordt hierna bij de behandeling van het beroep tot nietigverklaring van de verwijzingsbeschikking onderzocht.

135 Bij de behandeling van het beroep tot nietigverklaring van de goedkeuringsbeschikking moet derhalve enkel worden nagegaan of, zoals verzoekster stelt, aan de doeltreffendheid van de door de Commissie voor alle negen betrokken lidstaten aanvaarde verbintenissen afbreuk kan worden gedaan door het feit dat de betrokken markten in Frankrijk het voorwerp vormen van een afzonderlijk onderzoek door de Franse mededingingsautoriteiten, dat ten tijde van de vaststelling van de goedkeuringsbeschikking hangende was en waarvan de uitkomst onzeker was.

136 Zoals reeds gezegd, zijn partijen het erover eens dat de betrokken producten tot afzonderlijke nationale markten behoren. Zo heeft de Commissie, zonder op dit punt door verzoekster te zijn weersproken, in punt 27 van de goedkeuringsbeschikking onder meer vastgesteld dat de betrekkingen tussen afnemers en leveranciers, de logistiek en de distributie op nationale basis zijn gestructureerd.

137 Bovendien werd hiervoor reeds vastgesteld dat de parallelhandel in de betrokken producten tussen de lidstaten van marginale betekenis is.

138 In deze omstandigheden moet worden geconstateerd dat de onzekerheid over de uitkomst van de procedure in Frankrijk geen gevaar lijkt te vormen voor het afsluiten van licentieovereenkomsten voor het merk Moulinex met serieuze, levensvatbare licentiehouders in andere lidstaten. Gelet op de geografische dimensie van de betrokken productmarkten en het ontbreken van noemenswaardige parallelhandel tussen de lidstaten, is er dan ook geen sprake van concurrentie tussen de licentiehouders van het merk Moulinex in de negen betrokken lidstaten en de gebruiker(s) van dat merk op de betrokken markten in Frankrijk. A fortiori kan derhalve de positie van de licentiehouders buiten Frankrijk niet worden beïnvloed door de onzekerheid omtrent de identiteit van de toekomstige gebruiker van het merk Moulinex in Frankrijk.

139 Evenwel moet worden bedacht dat zelfs wanneer de door verzoekster gestelde onzekerheid het afsluiten van overeenkomsten met serieuze, levensvatbare licentiehouders in de negen betrokken lidstaten zou bemoeilijken, de door SEB gemaakte keuze van de licentiehouders, zoals de Commissie terecht heeft opgemerkt, ingevolge punt 1, sub i, van de verbintenissen is onderworpen aan goedkeuring door de Commissie, die nagaat of de licentiehouders overeenkomstig punt 1, sub g, van de verbintenissen marktdeelnemers zijn die reeds op de markt aanwezig, dan wel potentieel tot toetreding in staat zijn, levensvatbaar en onafhankelijk zijn, geen banden hebben met de SEB-groep en beschikken over de bekwaamheid en motivering die nodig zijn om op de betrokken markten actief en daadwerkelijk te concurreren".

140 Bovendien verzekeren de verbintenissen dat de overblijvende tijd waarin SEB tijdens de onderhandelingen over de licentieovereenkomsten het merk Moulinex nog mag gebruiken, de voor het afsluiten van deze overeenkomsten benodigde tijd niet zal overschrijden, aangezien punt 1, sub h, van de verbintenissen bepaalt dat indien SEB niet binnen de gestelde termijn - eventueel verlengd wegens uitzonderlijke omstandigheden - licentieovereenkomsten afsluit, deze taak zal worden overgenomen door een door de Commissie benoemde onafhankelijke gemachtigde. Deze gemachtigde is hierbij ingevolge punt 2, sub e-iv, van de verbintenissen gebonden aan een termijn.

141 Daar komt bij dat de onzekerheid over de uitkomst van de procedure in Frankrijk in beginsel wordt beperkt doordat de Franse mededingingsautoriteiten ingevolge artikel 9, lid 6, van verordening nr. 4064/89 uiterlijk binnen vier maanden een besluit moeten nemen over de concentratie.

142 Verzoekster voert ook nog aan dat nu SEB tijdens het onderzoek van de concentratie door de Franse autoriteiten niet in staat zal zijn om serieuze, levensvatbare licentiehouders te vinden, zij de zaken van Moulinex zal blijven beheren en het recht zal behouden om het merk Moulinex via distributiekanalen in de gehele Gemeenschap te exploiteren. Bovendien zal SEB toegang hebben tot commercieel gevoelige informatie over Moulinex, waardoor zij haar marktgedrag kan aanpassen aan gegevens die niet beschikbaar zijn voor haar concurrenten.

143 Met deze argumenten verwijt verzoekster de Commissie dat zij SEB heeft toegestaan de concentratie onvoorwaardelijk tot stand te brengen, voorzover SEB in afwachting van de afsluiting van alle licentieovereenkomsten in alle lidstaten, inclusief die welke onder de verbintenissen vallen, het merk Moulinex mag blijven gebruiken, waardoor SEB met name in staat is zich toegang te verschaffen tot bepaalde commercieel gevoelige informatie.

144 Afgezien van het feit dat deze grief geen verband houdt met de uitsluiting van de betrokken Franse markten van de werkingssfeer van de verbintenissen, heeft verzoekster niet gesteld dat SEB over te veel tijd beschikt om de licentieovereenkomsten af te sluiten.

145 Bovendien wordt het gebruik van het merk Moulinex door SEB tijdens de onderhandelingen over de licentieovereenkomsten gerechtvaardigd door de ingevolge punt 1, sub h, vierde alinea, van de verbintenissen op SEB rustende verplichting om in alle negen betrokken staten tot de datum van sluiting van deze overeenkomsten het algemene beleid van ontwikkeling van nieuwe modellen voort te zetten en de volledige economische en concurrentiewaarde van het merk Moulinex te behouden". Deze clausule doet geen afbreuk aan de doeltreffendheid van de verbintenissen, maar stelt de licentiehouders juist in staat om zichzelf onmiddellijk als daadwerkelijke concurrenten te positioneren. Het kan immers niet worden ontkend dat de sluiting van licentieovereenkomsten in negen verschillende lidstaten een betrekkelijk ingewikkeld proces is en dat de afwezigheid van het merk Moulinex tijdens dit proces schadelijke gevolgen zou hebben voor de concurrentiekracht van dit merk.

146 Uit het voorgaande volgt dat de Commissie geen kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt door de betrokken markten in Frankrijk uit te sluiten van de werkingssfeer van de verbintenissen.

e) Niet-inachtneming van de gevolgen van de geografische spreiding van de licenties

Argumenten van partijen

147 Verzoekster, ondersteund door De'Longhi, betoogt dat een verbintenis om tijdelijke licenties te verlenen die slechts een beperkt aantal, soms geografisch geïsoleerde lidstaten bestrijken, geen adequate concurrentiedruk uitoefent op SEB.

148 Met name ten aanzien van Spanje moet volgens verzoekster worden vastgesteld dat de goedkeuringsbeschikking SEB niet alleen in staat zal stellen om op een reeks van productmarkten in dit land een machtspositie in te nemen of te versterken, maar ook om de Portugese markt, een van de nationale markten waarop de gezamenlijke positie van SEB en Moulinex het sterkst is, te omsingelen. In deze omstandigheden ziet verzoekster niet in hoe een potentiële tijdelijke licentiehouder van het merk Moulinex in Portugal onder normale economische voorwaarden een voldoende aantrekkelijk commercieel perspectief kan worden geboden.

149 Volgens verzoekster zal de onvoorwaardelijke goedkeuring van de concentratie wat de Spaanse markt betreft aanzienlijke gevolgen hebben voor de doeltreffendheid van de verbintenissen die SEB voor het Portugese grondgebied heeft voorgesteld. Bovendien vormt de versterking van de positie van SEB op de Spaanse markt een directe bedreiging voor de doeltreffendheid van de eventueel met betrekking tot Frankrijk op te leggen maatregelen.

150 Verzoekster wijst erop dat de Commissie, door geen rekening te houden met de grensoverschrijdende aspecten van de mededinging op de betrokken markten, en, wat de onderhavige zaak betreft, met de gevolgen van deze aspecten voor de doeltreffendheid van de opgelegde corrigerende maatregelen, is afgeweken van haar vaste beschikkingspraktijk, zoals geformuleerd in zaak COMP/M.1802 - Unilever/Amora-Maille van 8 maart 2000, zaak IV/M.1578 - Sanitec/Sphinx van 1 december 1999, en zaak COMP/M.2283 - Schneider/Legrand van 10 oktober 2000.

151 De Commissie, ondersteund door de Franse Republiek en SEB, concludeert tot afwijzing van deze argumenten van verzoekster.

Beoordeling door het Gerecht

152 Met deze grief verwijt verzoekster de Commissie in wezen dat zij de verbintenissen heeft beperkt tot die lidstaten ten aanzien waarvan zij heeft vastgesteld dat de concentratie ernstige twijfel opwerpt over de verenigbaarheid ervan met de gemeenschappelijke markt, en ze niet heeft uitgebreid tot de andere lidstaten. Volgens verzoekster kan de positie van SEB in de andere lidstaten afbreuk doen aan de doeltreffendheid van de voor eerstgenoemde lidstaten aangegane verbintenissen.

153 Allereerst zij opgemerkt dat, zoals de Commissie terecht aangeeft, deze grief slechts algemene beweringen bevat, die verzoekster niet weet hard te maken. Het enige concrete element dat zij in haar verzoekschrift naar voren brengt, is dat de Commissie in het bijzonder rekening had moeten houden met de situatie in Spanje", voornamelijk op grond dat SEB in staat zal zijn om de Portugese markt te omsingelen, een van de nationale markten waarop de gezamenlijke positie van de merken SEB en Moulinex verreweg het sterkst is". Voorts stelt verzoekster, zonder nadere onderbouwing, dat de positie van SEB in Spanje een bedreiging vormt voor de doeltreffendheid van de eventueel met betrekking tot Frankrijk op te leggen maatregelen.

154 In antwoord op een schriftelijke vraag van het Gerecht aangaande de precieze strekking van deze grief heeft verzoekster verklaard dat zij met deze grief niet opkomt tegen de mededingingsanalyse van de betrokken markten in Spanje op zich, maar enkel tegen het feit dat de Commissie heeft verzuimd de mogelijke wisselwerking tussen de verschillende nationale markten te onderzoeken. Naast de in het verzoekschrift genoemde wisselwerking tussen de betrokken markten in Spanje en de betrokken markten in Portugal en Frankrijk, heeft verzoekster in haar antwoorden gewezen op de situatie in Finland, vergeleken met de andere Scandinavische landen. In haar antwoord herhaalde zij dat de Commissie, teneinde een onafhankelijke concurrent in staat te stellen zich met succes te positioneren, de werkingssfeer van de verbintenissen had moeten uitbreiden tot de lidstaten waarin geen ernstige twijfel was vastgesteld.

155 Voor de behandeling van deze grief zij er allereerst aan herinnerd dat SEB ingevolge de verbintenissen verplicht is om in negen lidstaten, te weten België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal en Zweden, aan een derde een exclusieve licentie voor het merk Moulinex te verlenen. Daarentegen is SEB niet verplicht om dergelijke licentieovereenkomsten af te sluiten in de andere lidstaten, te weten Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

156 In het enige voorbeeld dat zij in haar verzoekschrift noemt, merkt verzoekster dan ook terecht op dat de verbintenissen wel voorzien in het verlenen van een merklicentie voor Portugal, maar niet voor Spanje.

157 Voorts zij erop gewezen dat de reden waarom de betrokken markten in België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal en Zweden onder de verbintenissen vallen, is gelegen in het feit dat de Commissie heeft vastgesteld dat de concentratie in deze lidstaten op meerdere betrokken productmarkten ernstige twijfel opwerpt over haar verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt.

158 Daarentegen vallen de betrokken markten in Frankrijk niet onder de verbintenissen, aangezien de Commissie het onderzoek van de gevolgen van de concentratie op die markten heeft verwezen naar de Franse mededingingsautoriteiten. Ten aanzien van de betrokken markten in Finland, Ierland, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk is de Commissie op grond van de analyse in de punten 83 tot en met 127 van de goedkeuringsbeschikking tot de slotsom gekomen dat de concentratie de mededingingsvoorwaarden op die markten slechts marginaal wijzigt. Derhalve concludeert zij dat de concentratie aldaar geen ernstige twijfel opwerpt over de verenigbaarheid ervan met de gemeenschappelijke markt.

159 Zo heeft de Commissie met betrekking tot de betrokken Spaanse markten in de punten 115 tot en met 117 vastgesteld, dat ondanks de sterke marktpositie van SEB en Moulinex op twee productmarkten, te weten die van waterkokers en draagbare ovens, de wederverkopers in Spanje als substituut voor de merken van partijen over alternatieve, zeer bekende merken beschikken voor het gehele assortiment van kleine elektrische huishoudelijke apparaten. De Commissie was dan ook van mening dat elke poging tot anticoncurrentieel gedrag op deze markten derhalve zou worden bestraft met lagere aankopen van SEB- en Moulinex-producten op de andere markten, waar de gecombineerde entiteit 85 tot 95 % van haar omzet realiseert, zodat elke prijsverhoging door partijen onrendabel zou zijn". In antwoord op een schriftelijke vraag van het Gerecht heeft verzoekster bevestigd dat zij dit oordeel niet bestrijdt.

160 Bovendien zijn partijen het, zoals gezegd, erover eens dat de betrokken producten tot afzonderlijke nationale markten behoren. In dit verband zij erop gewezen dat, zoals reeds uiteengezet in de punten 91 en volgende, verzoekster tijdens de administratieve procedure voor de Commissie zelf de stelling verdedigde dat de betrokken markten een nationale geografische dimensie hebben.

161 Daarmee is aangetoond dat de betrokken markten in Spanje en Portugal, net als die in de andere lidstaten, afzonderlijke nationale markten zijn.

162 Ten slotte heeft verzoekster, zoals reeds werd vastgesteld, zelf erkend dat de parallelinvoer op de betrokken markten van marginale betekenis is.

De tekst gaat verder: De uitspraak op EUR-Lex

Aangehaalde artikelen

Aangehaald in