HvJ EU 14 december 2004, C-210/03, ECLI:EU:C:2004:802

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Zaak C‑210/03

Swedish Match AB en Swedish Match UK Ltd

tegen

Secretary of State for Health

[verzoek van de High Court of Justice (England & Wales), Queen’s Bench Division (Administrative Court) om een prejudiciële beslissing]

„Richtlijn 2001/37/EG – Productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten – Artikel 8 – Verbod op in handel brengen van tabaksproducten voor oraal gebruik – Geldigheid – Uitlegging van artikelen 28 EG tot en met 30 EG – Verenigbaarheid van nationale regeling die zelfde verbod bevat”

Samenvatting van het arrest

1. Harmonisatie van wetgevingen – Productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten – Richtlijn 2001/37 – Rechtsgrondslag – Artikel 95 EG – Verbetering van voorwaarden voor werking van interne markt – Verbod op in handel brengen van tabaksproducten voor oraal gebruik – Daaronder begrepen

(Art. 95 EG; richtlijn 2001/37 van het Europees Parlement en de Raad, art. 8)

2. Handelingen van de instellingen – Richtlijn 2001/37 inzake productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten – Rechtsgrondslag – Onjuiste verwijzing naar artikel 133 EG als tweede rechtsgrondslag – Geen invloed op geldigheid van richtlijn

(Art. 95 EG en art. 133 EG; richtlijn 2001/37 van het Europees Parlement en de Raad)

3. Harmonisatie van wetgevingen – Productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten – Richtlijn 2001/37 – Harmonisatiemaatregelen – Verbod op in handel brengen van tabaksproducten voor oraal gebruik – Schending van evenredigheidsbeginsel – Geen

(Richtlijn 2001/37 van het Europees Parlement en de Raad, art. 8)

4. Vrij verkeer van goederen – Kwantitatieve beperkingen – Maatregelen van gelijke werking – Richtlijn 2001/37 inzake productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten – Verbod op in handel brengen van tabaksproducten voor oraal gebruik – Rechtvaardiging – Bescherming van volksgezondheid

(Art. 28 EG, 29 EG en 30 EG; richtlijn 2001/37 van het Europees Parlement en de Raad, art. 8)

5. Handelingen van de instellingen – Motivering – Verplichting – Omvang – Richtlijn 2001/37 inzake productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten – Bepaling die in handel brengen van tabaksproducten voor oraal gebruik verbiedt

(Art. 253 EG)

6. Harmonisatie van wetgevingen – Productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten – Richtlijn 2001/37 – Harmonisatiemaatregelen – Verbod op in handel brengen van tabaksproducten voor oraal gebruik – Schending van non-discriminatiebeginsel – Geen

(Richtlijn 2001/37 van het Europees Parlement en de Raad, art. 8)

7. Gemeenschapsrecht – Beginselen – Grondrechten – Vrije uitoefening van beroepsactiviteit – Beperking in verband met bescherming van volksgezondheid – Richtlijn 2001/37 inzake productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten – Verbod op in handel brengen van tabaksproducten voor oraal gebruik – Toelaatbaarheid

(Richtlijn 2001/37 van het Europees Parlement en de Raad, art. 8)

8. Harmonisatie van wetgevingen – Productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten – Richtlijn 2001/37 – Rechtsgrondslag – Artikel 95 EG – Misbruik van bevoegdheid – Geen

(Art. 95 EG; richtlijn 2001/37 van het Europees Parlement en de Raad)

9. Harmonisatie van wetgevingen – Productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten – Richtlijn 2001/37 – Nationale regeling die in handel brengen van tabaksproducten voor oraal gebruik verbiedt – Volledige harmonisatie – Verplichting om overeenstemming van deze regeling met artikelen 28 EG en 29 EG te controleren – Geen

(Art. 28 EG en 29 EG; richtlijn 2001/37 van het Europees Parlement en de Raad, art. 8)

1. Het in artikel 8 van richtlijn 2001/37 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten opgenomen verbod op het in de handel brengen van tabaksproducten voor oraal gebruik kon worden vastgesteld op basis van artikel 95 EG. Deze bepaling geeft de communautaire wetgever immers de bevoegdheid om in te grijpen door de vereiste maatregelen te nemen met inachtneming van, in de eerste plaats, lid 3 van dit artikel en, in de tweede plaats, de in het Verdrag genoemde of in de rechtspraak ontwikkelde rechtsbeginselen, waaronder het evenredigheidsbeginsel. Gelet op de toenemende bewustwording van het publiek dat het gebruik van tabaksproducten schadelijk is voor de gezondheid, zal het vrije verkeer van die producten waarschijnlijk worden belemmerd doordat de lidstaten nieuwe voorschriften die deze evolutie weerspiegelen, vaststellen om het verbruik van die producten op doeltreffender wijze in te dammen.

(cf. punten 33, 39, 42)

2. Artikel 95 EG vormt de enige geschikte rechtsgrondslag voor richtlijn 2001/37 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten, en deze vermeldt ten onrechte tevens artikel 133 EG als rechtsgrondslag.

Dat artikel 133 EG ten onrechte als tweede rechtsgrondslag van deze richtlijn wordt vermeld, brengt op zich evenwel niet mee dat deze ongeldig is. Een dergelijke vergissing bij de visa van een communautaire handeling vormt immers slechts een zuiver formeel gebrek, behalve wanneer daardoor de regelmatigheid van de voor de vaststelling van die handeling toepasselijke procedure is aangetast.

(cf. punten 43‑44)

3. Om te voldoen aan de overeenkomstig artikel 95, lid 3, EG op hem rustende verplichting, uit te gaan van een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid, kon de gemeenschapswetgever, zonder de grenzen van zijn beoordelingsvrijheid ter zake te overschrijden, oordelen dat een verhandelingsverbod voor tabaksproducten voor oraal gebruik als dat van artikel 8 van richtlijn 2001/37 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten noodzakelijk was. Andere maatregelen, waarbij producenten aan technische normen zouden moeten voldoen om de schadelijkheid van het product te verminderen, of waarbij de etikettering van de verpakking van dit product zou worden geregeld, of de voorwaarden zouden worden vastgesteld waaronder het, met name aan minderjarigen, mag worden verkocht, zouden immers niet dezelfde preventieve werking hebben wat de bescherming van de volksgezondheid betreft, omdat een product op de markt zou worden toegelaten dat hoe dan ook schadelijk blijft.

(cf. punten 56‑57)

4. Hoewel het in artikel 8 van richtlijn 2001/37 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten opgenomen verhandelingsverbod voor tabaksproducten voor oraal gebruik een beperking in de zin van de artikelen 28 EG en 29 EG vormt, vindt het zijn rechtvaardiging in de bescherming van de gezondheid van personen en kan het daarom niet worden geacht te zijn ingevoerd in strijd met de genoemde artikelen.

(cf. punt 61)

5. Aangezien overweging 28 van richtlijn 2001/37 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten preciseert dat op grond van richtlijn 89/622 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de etikettering van tabaksproducten de verkoop van bepaalde soorten tabak voor oraal gebruik in de lidstaten verboden is, en artikel 151 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, het Koninkrijk Zweden een afwijking heeft toegestaan van de bepalingen van deze richtlijn, kan niet worden geconcludeerd dat voor de bevestiging van dit verbod in artikel 8 van richtlijn 2001/37 vereist zou zijn geweest dat deze richtlijn andere, rechtens en feitelijk relevante elementen specificeert teneinde aan de motiveringsverplichting van artikel 253 EG te voldoen.

(cf. punt 68)

6. Hoewel tabaksproducten voor oraal gebruik zoals gedefinieerd in artikel 2 van richtlijn 2001/37 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten, wat samenstelling of zelfs bestemming betreft, niet wezenlijk verschillen van tabaksproducten die moeten worden gekauwd, bevonden zij zich op het moment dat deze richtlijn werd vastgesteld, niet in dezelfde situatie als deze laatste producten. De tabaksproducten voor oraal gebruik waren immers nieuw op de markt van de lidstaten waarvoor het verhandelingsverbod van artikel 8 van deze richtlijn gold. Gezien deze bijzondere situatie, op grond waarvan een verschil in behandeling van deze producten derhalve was toegestaan, kan niet met succes een schending van het non-discriminatiebeginsel worden aangevoerd.

(cf. punt 71)

7. De vrije uitoefening van een beroepsactiviteit, zoals ook het eigendomsrecht, maakt deel uit van de algemene beginselen van gemeenschapsrecht. Deze beginselen hebben echter geen absolute gelding, maar moeten in relatie tot hun maatschappelijke functie worden beschouwd. Bijgevolg kan het recht op vrije beroepsuitoefening, evenals de uitoefening van het eigendomsrecht, aan beperkingen worden onderworpen, mits deze beperkingen werkelijk beantwoorden aan de door de Gemeenschap nagestreefde doeleinden van algemeen belang en, gelet op het nagestreefde doel, niet zijn te beschouwen als een onevenredige en onduldbare ingreep waardoor de aldus gewaarborgde rechten in hun kern worden aangetast.

Omdat richtlijn 2001/37 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten een doelstelling van algemeen belang nastreeft door een hoog niveau van bescherming van de gezondheid te waarborgen in het kader van de harmonisatie van de bepalingen betreffende het in de handel brengen van tabaksproducten, en het verbod op het in de handel brengen van tabaksproducten voor oraal gebruik van artikel 8 van deze richtlijn voor dit doel niet ongeschikt is, kan de belemmering van de vrije uitoefening van een economische activiteit die in een dergelijke maatregel besloten ligt, in dit opzicht niet worden aangemerkt als een maatregel die, gelet op het nagestreefde doel, onevenredig inbreuk maakt op het recht op de uitoefening van deze vrijheid of op het eigendomsrecht.

(cf. punten 72, 74)

8. Er is slechts sprake van misbruik van bevoegdheid wanneer op grond van objectieve, relevante en overeenstemmende aanwijzingen blijkt dat een handeling uitsluitend of althans overwegend is vastgesteld om andere dan de opgegeven doelen te bereiken, dan wel om te ontkomen aan de toepassing van een procedure die het Verdrag speciaal heeft voorzien om aan de omstandigheden van het geval het hoofd te bieden.

Dat is niet het geval met richtlijn 2001/37 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten, en met name artikel 8 daarvan dat het in de handel brengen van tabaksproducten voor oraal gebruik verbiedt. In de eerste plaats zijn immers de voorwaarden voor een beroep op artikel 95 EG als rechtsgrondslag van de richtlijn vervuld omdat deze de opheffing beoogt van de handelsbelemmeringen in verband met de heterogene ontwikkeling van de nationale wetgevingen op het gebied van tabaksproducten voor oraal gebruik, en in de tweede plaats is geenszins aangetoond dat deze bepaling uitsluitend dan wel voornamelijk is vastgesteld ter bereiking van een ander doel.

(cf. punten 75, 77‑78)

9. Aangezien het in de handel brengen van tabaksproducten voor oraal gebruik op communautair niveau is geharmoniseerd, hoeft, wanneer een nationale maatregel het in de handel brengen van deze producten overeenkomstig artikel 8 van richtlijn 2001/37 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten verbiedt, niet afzonderlijk te worden getoetst of deze nationale maatregel in overeenstemming is met de artikelen 28 EG en 29 EG.

(cf. punten 82‑83, dictum 2)

ARREST VAN HET HOF (grote kamer) 14 december 2004(1)

„Richtlijn 2001/37/EG – Productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten – Artikel 8 – Verbod tabaksproducten voor oraal gebruik in de handel te brengen – Geldigheid – Uitlegging van artikelen 28 EG tot en met 30 EG – Verenigbaarheid van nationale regeling die hetzelfde verbod bevat”

tegen

HET HOF VAN JUSTITIE (grote kamer),,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 7 september 2004,

het navolgende

[…]”

[…]”

1 – Procestaal: Engels.

Aangehaalde artikelen

Aangehaald in