HvJ EU 9 december 2004, C-123/03, ECLI:EU:C:2004:783

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Zaak C‑123/03 P

Commissie van de Europese Gemeenschappen

tegen

Greencore Group plc

„Verzoek tot nietigverklaring van brief van Commissie – Weigering van betaling van rente over terugbetaald bedrag – Begrip handeling die eerdere handeling bevestigt – Betaling van hoofdsom zonder rente – Ontbreken van eerdere weigeringsbeschikking”

Samenvatting van het arrest

1. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Afwijzing – Juridische kwalificatie van feiten – Ontvankelijkheid

(Art. 225 EG)

2. Beroep tot nietigverklaring – Voor beroep vatbare handelingen – Begrip – Handelingen die bindende rechtsgevolgen in leven roepen – Stilzwijgen of stilzitten van instelling – Terugbetaling van te veel betaalde inzake geldboete zonder standpuntbepaling over vordering van schuldeiser tot betaling van rente – Daarvan uitgesloten

(Art. 230 EG)

1. Hoewel het Hof niet bevoegd is om de beoordeling van de feiten door het Gerecht te toetsen, is het krachtens artikel 225 EG bevoegd om toezicht uit te oefenen op de wijze waarop het Gerecht de feiten juridisch heeft gekwalificeerd en daaraan rechtsgevolgen heeft verbonden.

(cf. punt 36)

2. Als handelingen of besluiten die vatbaar zijn voor beroep tot nietigverklaring in de zin van artikel 230 EG, zijn te beschouwen maatregelen die bindende rechtsgevolgen in het leven roepen die de belangen van de verzoeker kunnen aantasten doordat zij diens rechtspositie aanmerkelijk wijzigen. In beginsel kan het loutere stilzwijgen van een instelling niet met een impliciete weigering worden gelijkgesteld, behoudens wanneer dit uitdrukkelijk in een bepaling van gemeenschapsrecht is voorzien. Zonder uit te sluiten dat dit beginsel in bepaalde specifieke omstandigheden niet kan worden toegepast zodat het stilzwijgen of het stilzitten van een instelling bij wijze van uitzondering als een impliciete weigeringsbeschikking kan worden beschouwd, levert in het geval waarin het Gerecht in een arrest het bedrag van een geldboete verlaagt en de verzoeker de Commissie in een brief verzoekt om terugbetaling van het onverschuldigde deel van de geldboete, te vermeerderen met rente, de betaling van de hoofdsom door de Commissie zonder dat deze uitdrukkelijk een standpunt heeft ingenomen over de vordering tot betaling van rente, geen impliciete beschikking tot afwijzing van deze vordering op.

(cf. punten 44‑45)

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 9 december 2004(1)

„Verzoek tot nietigverklaring van brief van Commissie – Weigering van betaling van rente over terugbetaald bedrag – Begrip handeling die eerdere handeling bevestigt – Betaling van hoofdsom zonder rente – Eerdere weigeringsbeschikking – Geen”

rekwirante,

HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 6 mei 2004,

het navolgende

1 – Procestaal: Engels.

Aangehaald in