Art. 8.9.14 Wetboek van Strafvordering
1. Een Europees beschermingsbevel wordt in ontvangst genomen door de officier van justitie, die bevoegd is te beslissen tot erkenning en uitvoering van het bevel.
2. Indien een andere Nederlandse autoriteit dan de officier van justitie een bevel ontvangt, zendt zij het bevel direct door aan de officier van justitie en stelt zij de uitvaardigende autoriteit hiervan in kennis.
3. De officier van justitie beslist zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen twintig dagen na de ontvangst van het bevel, over de erkenning en uitvoering van het bevel. Zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen worden voor de berekening van deze termijn niet meegerekend.
4. Indien het niet mogelijk is om binnen de termijn, genoemd in het derde lid, te beslissen, stelt de officier van justitie de uitvaardigende autoriteit hiervan direct in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en van de voor het nemen van de beslissing nodig geachte tijd.