Art. 8.8.4 Wetboek van Strafvordering
1. Het openbaar ministerie vaardigt een Europese toezichtbeslissing uit indien de rechter overeenkomstig Boek 2, Afdeling 5.4.3, de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft bevolen en de rechter in het bevel heeft bepaald dat een Europese toezichtbeslissing wordt uitgevaardigd aan een lidstaat als bedoeld in het tweede lid.
2. De Europese toezichtbeslissing kan worden uitgevaardigd aan de lidstaat waar de verdachte zijn vaste woon- of verblijfplaats heeft, indien hij ermee instemt naar die staat terug te keren. Op verzoek van de verdachte kan de beslissing worden uitgevaardigd aan een andere lidstaat indien de bevoegde autoriteit van die lidstaat daarmee instemt. De Europese toezichtbeslissing wordt niet aan meer dan een lidstaat tegelijkertijd uitgevaardigd.
3. Het openbaar ministerie overlegt over het opstellen van de Europese toezichtbeslissing met de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat. Het openbaar ministerie verstrekt de rechter, bedoeld in het eerste lid, de aldus verkregen inlichtingen ten behoeve van het nemen van de beslissing over de schorsing van de voorlopige hechtenis en de daarbij op te leggen voorwaarden. De rechter betrekt bij zijn beslissing de door de bevoegde autoriteiten van de uitvoerende lidstaat verstrekte inlichtingen over de veiligheid van de samenleving en de belangen van slachtoffers en nabestaanden.
4. In afwijking van artikel 2.5.24 kan de rechter het moment van de schorsing vaststellen op het moment waarop de uitvoerende lidstaat de Europese toezichtbeslissing heeft erkend.