Art. 8.7.4 Wetboek van Strafvordering
1. De Europese bevriezingsbeslissing gaat vergezeld van een ingevuld certificaat dat is opgesteld overeenkomstig het model opgenomen in de bijlage bij Kaderbesluit 2003/577/JBZ.
2. De officier van justitie kan in de Europese bevriezingsbeslissing formaliteiten en procedures opnemen die de autoriteiten van de uitvoerende lidstaat bij de uitvoering zo veel mogelijk in acht nemen.
3. De Europese bevriezingsbeslissing en het certificaat gaan vergezeld van:
a. een rechtshulpverzoek dat strekt tot overdracht van de voorwerpen waarop de beslissing betrekking heeft aan de Nederlandse autoriteiten, voor zover sprake is van bevriezing met het oog op de waarheidsvinding, bedoeld in artikel 2.7.4, eerste lid, onderdelen a en b;
b. een Europese confiscatiebeslissing dan wel een rechtshulpverzoek tot confiscatie.
4. Indien het indienen van een Europese confiscatiebeslissing of een rechtshulpverzoek als bedoeld in het derde lid nog niet mogelijk is, verzoekt de officier van justitie de autoriteiten van de uitvoerende lidstaat de voorwerpen in bewaring te houden totdat de Europese confiscatiebeslissing of het rechtshulpverzoek is ingediend en hierop is beslist, onder vermelding van het tijdstip waarop naar verwachting de Europese confiscatiebeslissing of het verzoek zal worden ingediend.
5. De officier van justitie vertaalt het certificaat in een officiële taal van de uitvoerende lidstaat of in een andere, door de uitvoerende lidstaat met inachtneming van artikel 9, derde lid, van Kaderbesluit 2003/577/JBZ aangegeven taal.