Art. 2.7.4 Wetboek van Strafvordering
1. Vatbaar voor inbeslagneming zijn voorwerpen:
a. die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen;
b. die kunnen dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel te bepalen;
c. die verbeurd kunnen worden verklaard;
d. die aan het verkeer kunnen worden onttrokken.
2. Ook vatbaar voor inbeslagneming zijn voorwerpen die kunnen dienen tot bewaring van het recht tot verhaal als bedoeld in artikel 2.7.19.