Art. 8.7.11 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De officier van justitie draagt zorg voor de spoedige uitvoering van een voor erkenning en uitvoering vatbaar Europese bevriezingsbeslissing.

2. De officier van justitie kan de uitvoering van de Europese bevriezingsbeslissing opschorten, indien:

a. het belang van een lopend strafrechtelijk onderzoek zich verzet tegen de uitvoering van de bevriezingsbeslissing;

b. in het kader van een strafrechtelijk onderzoek al een beslissing is genomen tot inbeslagneming van de voorwerpen waarop de bevriezingsbeslissing betrekking heeft;

c. het een bevriezingsbeslissing met het oog confiscatie betreft en in een niet strafrechtelijk kader al een beslissing is genomen tot inbeslagneming van de voorwerpen waarop de bevriezingsbeslissing betrekking heeft en deze beslissing naar Nederlands recht voorrang heeft boven inbeslagneming in het kader van een strafrechtelijk onderzoek.

3. Indien de officier van justitie de uitvoering opschort, stelt hij direct de uitvaardigende autoriteit daarvan gemotiveerd in kennis, zo mogelijk onder vermelding van de verwachte duur van de opschorting.

4. Zodra de gronden voor opschorting zijn vervallen, wordt de bevriezingsbeslissing alsnog uitgevoerd. De uitvaardigende autoriteit wordt hiervan direct in kennis gesteld.

5. De officier van justitie stelt de uitvaardigende autoriteit in kennis van alle beperkende maatregelen die zijn getroffen ten aanzien van de te bevriezen voorwerpen.

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen