Art. 8.7.10 Wetboek van Strafvordering
De officier van justitie kan de erkenning en uitvoering van een Europese bevriezingsbeslissing slechts weigeren indien:
a. na verloop van de termijn, bedoeld in artikel 8.7.9, vijfde lid, het certificaat niet is overgelegd, onvolledig is of kennelijk niet in overeenstemming is met de Europese bevriezingsbeslissing;
b. de erkenning en uitvoering van de bevriezingsbeslissing onverenigbaar is met een krachtens Nederlands recht geldend voorrecht of immuniteit;
c. het gevolg geven aan de Europese confiscatiebeslissing of een rechtshulpverzoek als bedoeld in artikel 8.7.9, tweede lid, zou strekken tot het verlenen van medewerking aan een vervolging of berechting die zou leiden tot schending van het beginsel van ne bis in idem;
d. de bevriezingsbeslissing is gegeven ten behoeve van een onderzoek dat is ingesteld met betrekking tot een feit dat, indien het in Nederland was begaan, naar Nederlands recht niet strafbaar zou zijn, tenzij het een strafbaar feit betreft als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van Kaderbesluit 2003/577/JBZ;
e. direct blijkt dat aan de Europese confiscatiebeslissing of een rechtshulpverzoek als bedoeld in artikel 8.7.9, tweede lid, geen gevolg kan worden gegeven.