Art. 8.6.5 Wetboek van Strafvordering
1. Tenzij uit Verordening 2018/1805 het tegendeel blijkt wordt het bevel uitgevoerd door inbeslagneming van voorwerpen, met overeenkomstige toepassing van Boek 2, Titels 7.1, 7.2, 7.5 en 7.7, met dien verstande dat bepalingen in Boek 2, Titels 7.1, 7.2 en 7.7 die verband houden met het strafvorderlijk belang en de daaraan gerelateerde eisen van proportionaliteit buiten beschouwing worden gelaten.
2. De officier van justitie is bevoegd om met inachtneming van artikel 2.7.26 uitvoering te geven aan artikel 29, tweede lid, van Verordening 2018/1805.