Art. 2.1.4 Wetboek van Strafvordering
Bij de uitoefening van een bevoegdheid brengt de opsporingsambtenaar een persoon niet tot andere strafbare feiten dan die waarop zijn opzet al tevoren was gericht.
Bij de uitoefening van een bevoegdheid brengt de opsporingsambtenaar een persoon niet tot andere strafbare feiten dan die waarop zijn opzet al tevoren was gericht.