Art. 31 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat, Toetreding
Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
1. Na de inwerkingtreding van dit verdrag kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa, na raadpleging van de partijen bij dit verdrag en met eenparigheid van stemmen, elke niet-lidstaat van de Raad van Europa die niet aan de opstelling van dit verdrag heeft deelgenomen, uitnodigen tot dit verdrag toe te treden bij besluit van de in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa bedoelde meerderheid en met eenparigheid van stemmen van de vertegenwoordigers van de partijen die gerechtigd zijn zitting in het Comité van Ministers te nemen.
2. Voor iedere toetredende staat treedt dit verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van drie maanden na de datum van neerlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
Verwijst naar
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel 26 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 27 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 28 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 29 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 30 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
Volgende artikelen
- Artikel 32 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 33 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 34 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 35 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 36 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat