Art. I Verklaring van bepaalde Europese Regeringen inzake de exploitatiefase van de lanceervoertuigen Ariane, Vega en Sojoez vanaf het Ruimtevaartcentrum in Guyana, DOELSTELLING EN VERPLICHTINGEN VAN DE PARTIJEN
1. De Partijen bij de Verklaring komen bij dezen een gemeenschappelijk kader overeen voor de exploitatiefase van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat, na 2008, vanaf CSG wordt geëxploiteerd. Het kader is de opvolger van de regeling krachtens de Verklaring inzake de productiefase van de Ariane zoals omschreven in de preambule. De exploitatiefase van de lanceervoertuigen, die aansluit op het kwalificatieproces zoals omschreven in het in de preambule bedoelde Referentiekader, omvat de vervaardiging van de desbetreffende lanceervoertuigen en hun integratie, lanceeroperaties en marketingactiviteiten.
2. De waarborg van een beschikbare, betrouwbare en onafhankelijke toegang tot de ruimte voor Europa tegen betaalbare voorwaarden is en blijft voor de Partijen bij deze Verklaring een essentiële doelstelling.
3. Gegarandeerde toegang tot de ruimte wordt gewaarborgd door i. door de Europese industrie ontwikkelde en geproduceerde lanceervoertuigen, die hoofdzakelijk ontworpen zijn om te voorzien in de Europese behoefte aan institutionele missies, ii. een operationele Europese lanceerbasis en iii. Europese industriële capaciteit.
4. De exploitatiefase van de lanceervoertuigen wordt voor vreedzame doeleinden uitgevoerd in overeenstemming met het Verdrag inzake de kosmische ruimte en het ESA-Verdrag.
5. De Partijen bij de Verklaring besluiten Arianespace (hierna te noemen de „leverancier van lanceerdiensten”) te belasten met de uitvoering van de exploitatiefase van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd, in overeenstemming met de rollen en verantwoordelijkheden zoals vastgelegd in het in de preambule bedoelde Referentiekader; het Agentschap sluit hiertoe overeenkomsten met de leverancier van lanceerdiensten in overeenstemming met de in het onderstaande artikelIII voorziene richtlijnen. Dergelijke overeenkomsten volgen de in de preambule bedoelde overeenkomst tussen ESA en Arianespace op, waarbij de continuïteit met laatstgenoemde overeenkomst gehandhaafd blijft.
6. Bij de exploitatie van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen wordt rekening gehouden met de geografische verdeling van de industriële werkzaamheden die voortvloeien uit de relevante ontwikkelingsprogramma’s die door het Agentschap worden uitgevoerd, met inachtneming van de specifieke bepalingen van de relevante exploitatieovereenkomsten voor elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen die gesloten zullen worden tussen de Staten die deelnemen aan het desbetreffende ontwikkelingsprogramma voor het lanceervoertuig van het Agentschap, zoals bedoeld in de preambule, en van de bepalingen van de overeenkomsten tussen ESA en de leverancier van lanceerdiensten zoals voorzien in het onderstaande artikel III.
7. De Europese lanceerbasis wordt bedrijfsklaar gehouden opdat de Partijen bij deze Verklaring te allen tijde toegang tot de ruimte kunnen krijgen. De Partijen verplichten zich van hun zijde bij te dragen aan de financiering van de CSG-lanceerbasis in overeenstemming met specifieke overeenkomsten.
8. De Partijen bij deze Verklaring houden bij het opstellen en uitvoeren van hun nationale programma’s alsmede van de Europese en overige internationale programma’s waarbij zij betrokken zijn, rekening met de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG geëxploiteerd wordt, uitgezonderd wanneer een dergelijk gebruik in vergelijking met het gebruik van andere lanceervoertuigen of ruimtetransportsystemen die op het voorziene tijdstip beschikbaar zijn een onredelijk nadeel oplevert ten aanzien van de kosten, betrouwbaarheid of geschiktheid voor de missie. Voor het gebruik van de lanceervoertuigen hanteren de Partijen de volgende prioritaire volgorde:
– ESA ontwikkelde lanceervoertuigen,
– het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd, boven lanceringen van missies met lanceervoertuigen die niet door ESA zijn ontwikkeld,
– overige lanceervoertuigen.
9. De Partijen bij de Verklaring komen overeen gezamenlijk steun te verlenen aan het instellen van een kader voor het verwerven van lanceerdiensten voor Europese institutionele programma’s en voor het garanderen van gelijke concurrentievoorwaarden voor Europa op de wereldwijde markt voor lanceerdiensten.
10. Ten aanzien van verkopen van lanceerdiensten geleverd door een van de lanceersystemen die het voorwerp van deze Verklaring zijn, aan een Staat die geen lid van het Agentschap is of aan een afnemer die niet onder de rechtsmacht van een lidstaat van het Agentschap valt:
a. komen de Partijen overeen een Commissie in te stellen, hierna te noemen de „Verkoopcontrolecommissie”, die de verkoopcontrolecommissie die is ingesteld ingevolge de in de preambule bedoelde Verklaring inzake de productiefase van de Ariane opvolgt, en die de bevoegdheid heeft vast te stellen of een voorgenomen verkoop van een lancering een gebruik betreft dat indruist tegen het bepaalde in artikel I.4 van deze Verklaring. De Verkoopcontrolecommissie bestaat uit een vertegenwoordiger van elk van de Partijen bij de Verklaring. De leden van de Verkoopcontrolecommissie worden door de Directeur-Generaal van het Agentschap op de hoogte gehouden van de voorgenomen verkopen van lanceerdiensten door de leverancier van lanceerdiensten aan Staten die geen lid zijn van het Agentschap of aan afnemers die onder de rechtsmacht van zulke Staten vallen. De bijeenroeping van de Verkoopcontrolecommissie geschiedt als volgt: een derde van de leden kan verzoeken om een bijeenkomst op grond van het feit dat het gebruik van een lanceervoertuig indruist tegen het bepaalde in artikel I.4 van deze Verklaring. Dit verzoek dient te worden gedaan niet later dan vier weken nadat de leden van de Verkoopcontrolecommissie zijn ingelicht omtrent het voorgestelde contract. De Verkoopcontrolecommissie dient vervolgens binnen twee weken te worden bijeengeroepen. Uiterlijk binnen vier weken daarna kan de commissie besluiten de voorgenomen verkoop van een lancering te verbieden op grond van het feit dat deze onverenigbaar is met het bepaalde in artikel I.4 van deze Verklaring, welk besluit met een tweederde meerderheid van de stemmen van haar leden wordt genomen. Dit besluit is bindend voor de leverancier van lanceerdiensten. Bij de uitoefening van de bevoegdheden die Frankrijk bezit krachtens het Verdrag inzake de kosmische ruimte, verplicht Frankrijk zich de noodzakelijke maatregelen te nemen ter verzekering van de juiste uitvoering van de door de Verkoopcontrolecommissie genomen besluiten tot verbod van verkoop.
b. Onverminderd de daaruit ingevolge deze Verklaring voortvloeiende verplichtingen behoudt een Partij het recht te verklaren dat zij om niet nader te noemen redenen geen bemoeienis wenst te hebben met een bepaalde lancering.
c. Indien een Partij van oordeel is dat de verkoop van een lancering onverenigbaar is met haar instemming met deze Verklaring, dient zij dit, na het door haar noodzakelijk geachte overleg, ter kennis van de Directeur-Generaal van het Agentschap te brengen. Indien, nadat de Directeur-Generaal de leverancier van lanceerdiensten heeft ingelicht, de verkoop doorgang heeft, kan de Partij onmiddellijk haar instemming met deze Verklaring schorsen met betrekking tot de verkoop in kwestie, op voorwaarde dat zij het Agentschap en de andere Partijen binnen één maand officieel daarvan in kennis stelt en dat zij de verplichtingen nakomt die zij met betrekking tot andere verkopen op zich heeft genomen. De Partij blijft de voor de exploitatie van het lanceervoertuig gebruikte nationale bezittingen en intellectuele-eigendomsrechten als omschreven in het onderstaande artikel I.11 beschikbaar stellen en verzet zich niet tegen het gebruik ervan. Mocht de betrokken Partij bezwaar hebben tegen het beschikbaar stellen, ten behoeve van de lancering in kwestie, van de door haar binnenlandse industrie vervaardigde uitrusting en subsystemen, dan is zij verplicht naar vermogen te bevorderen dat de vervaardiging van de desbetreffende goederen wordt overgedragen aan de industrieën van de andere Partijen, en mag zij zich in geen geval verzetten tegen de vervaardiging van de betrokken goederen door de industrieën van de andere Partijen.
d. De Verkoopcontrolecommissie stelt haar reglement van orde vast.
11. De Partijen bij deze Verklaring verbinden zich ertoe, wanneer zulks noodzakelijk is ten behoeve van de exploitatie van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd, aan de leverancier van lanceerdiensten ter beschikking te stellen:
– op financiële voorwaarden die zijn beperkt tot de daaruit voortvloeiende kosten, de bezittingen die eigendom zijn van bepaalde Partijen bij deze Verklaring en die zijn gebruikt voor de ontwikkelingsprogramma’s van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en voor het programma voor de Sojoez op het CSG, uitgezonderd de CSG-lanceerbasis, waarop de bijzondere bepalingen van artikel I.7 van toepassing zijn.
– kosteloos, de hun toekomende rechten ter zake van de intellectuele eigendom, voortvloeiend uit de ontwikkelingsprogramma’s van elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en uit het programma voor de Sojoez op het CSG; de leverancier van lanceerdiensten heeft kosteloos toegang tot de technische gegevens waarover zij beschikken en die voortvloeien uit de genoemde programma’s.
12. De Partijen bij deze Verklaring doen al het mogelijke om ESA en de leverancier van lanceerdiensten de noodzakelijke bijstand te verlenen met betrekking tot industriële kwaliteitsbewaking en prijscontrole.
13. Indien, in verband met een verkoop voor de export, het wenselijk blijkt bijzondere regelingen te treffen inzake garanties en exportfinanciering, plegen de Partijen onderling overleg om vast te stellen op welke wijze aan een zodanig verzoek kan worden voldaan op basis van het beginsel van billijke verdeling van het risico en de financiering naar rato van de deelneming aan de exploitatie zoals omschreven in de in de preambule bedoelde exploitatieovereenkomsten.
14. De Partijen komen overeen onderling overleg te plegen omtrent de maatregelen die moeten worden genomen indien zich grote wijzigingen voordoen bij de leverancier van lanceerdiensten of in geval van voorvallen die van grote invloed zijn op zijn zakelijke activiteiten of op de toekomst van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd.
Artikelen die hiernaar verwijzen
Volgende artikelen
- Artikel II Verklaring van bepaalde Europese Regeringen inzake de exploitatiefase van de lanceervoertuigen Ariane, Vega en Sojoez vanaf het Ruimtevaartcentrum in Guyana
- Artikel III Verklaring van bepaalde Europese Regeringen inzake de exploitatiefase van de lanceervoertuigen Ariane, Vega en Sojoez vanaf het Ruimtevaartcentrum in Guyana
- Artikel IV Verklaring van bepaalde Europese Regeringen inzake de exploitatiefase van de lanceervoertuigen Ariane, Vega en Sojoez vanaf het Ruimtevaartcentrum in Guyana
- Artikel V Verklaring van bepaalde Europese Regeringen inzake de exploitatiefase van de lanceervoertuigen Ariane, Vega en Sojoez vanaf het Ruimtevaartcentrum in Guyana
- Artikel VI Verklaring van bepaalde Europese Regeringen inzake de exploitatiefase van de lanceervoertuigen Ariane, Vega en Sojoez vanaf het Ruimtevaartcentrum in Guyana