Art. 8 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht, Immuniteit van de rechters
Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
1. De rechters worden gevrijwaard van rechtsvervolging. Na de nederlegging van hun ambt blijven zij immuniteit genieten met betrekking tot handelingen die zij in hun officiële hoedanigheid hebben verricht.
2. Het presidium kan de immuniteit opheffen.
3. Ingeval tegen een rechter wiens immuniteit is opgeheven strafvervolging wordt ingesteld, kan die rechter in elk van de overeenkomstsluitende lidstaten slechts worden berecht door de instantie die bevoegd is tot berechting van de leden van het hoogste nationale rechtscollege.
4. Het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is op de rechters van het Gerecht van toepassing, onverminderd de in dit statuut vervatte bepalingen betreffende de vrijwaring van rechters van rechtsvervolging.
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel 3 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 4 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 5 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 6 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 7 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
Volgende artikelen
- Artikel 9 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 10 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 11 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 12 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht
- Artikel 13 Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht