Art. 20 Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw
Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw
Behoudens de door de nationale wetgeving vast te stellen uitzonderingen:
(a) mogen inspecteurs van de arbeid in de landbouw generlei direct of indirect belang hebben in de onder hun toezicht geplaatste ondernemingen;
(b) zijn inspecteurs van de arbeid in de landbouw gehouden, op straffe van strafrechtelijke of passende disciplinaire maatregelen, zelfs na de dienst verlaten te hebben, generlei fabrikageof handelsgeheimen of produktiewijzen waarvan zij in de uitoefening van hun functie kennis hebben gekregen, openbaar te maken;
(c) dienen inspecteurs van de arbeid in de landbouw de bron van elke klacht, waarbij een gebrek of gevaar in het arbeidsproces of een inbreuk op de wettelijke bepalingen te hunner kennis wordt gebracht als strikt vertrouwelijk te beschouwen en zich er van te onthouden aan de werkgever of diens vertegenwoordiger mede te delen dat ten gevolge van een klacht een inspectiebezoek is gebracht.
Vorige artikelen
- Artikel 15 Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw
- Artikel 16 Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw
- Artikel 17 Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw
- Artikel 18 Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw
- Artikel 19 Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw
Volgende artikelen
- Artikel 21 Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw
- Artikel 22 Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw
- Artikel 23 Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw
- Artikel 24 Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw
- Artikel 25 Verdrag betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw