Art. 41 Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, Comité voor douanesamenwerking

Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds

1. Er wordt een comité voor douanesamenwerking, hierna „het comité” genoemd, opgericht, dat belast wordt met de uitvoering van de administratieve samenwerking met het oog op de correcte, uniforme toepassing van dit protocol en van alle andere taken op douanegebied.

2. Het comité onderzoekt regelmatig de gevolgen van de toepassing van de oorsprongsregels voor de OZA-staten en in het bijzonder de minst ontwikkelde OZA-staten en doet aanbevelingen aan het EPO-comité over passende maatregelen.

3. Het comité neemt besluiten over cumulatie overeenkomstig artikel 5.

4. Het comité neemt besluiten over afwijkingen van dit protocol overeenkomstig artikel 42.

5. Het comité vergadert regelmatig aan de hand van een agenda die vooraf tussen de OZA-staten en de Gemeenschap is overeengekomen.

6. Het comité bestaat uit deskundigen uit de lidstaten van de Gemeenschap en ambtenaren van de Commissie die verantwoordelijk zijn voor douanevraagstukken, enerzijds, en uit deskundigen die de OZA-staten vertegenwoordigen en ambtenaren van regionale groeperingen van de OZA-staten die verantwoordelijk zijn voor douanevraagstukken, anderzijds. Zo nodig kan het comité een beroep doen op passende expertise. Het voorzitterschap van het comité wordt beurtelings door elk van de partijen bekleed.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen