Art. 26 Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen, INTERNATIONALE ONDERZOEKSCOMMISSIES
Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen
De ondervraging van de getuigen wordt geleid door de voorzitter.
De leden van de commissie kunnen niettemin elke getuige de vragen stellen die zij gepast achten om zijn verklaring te verduidelijken of aan te vullen of om zich op de hoogte te stellen van al hetgeen deze getuige betreft voor zover dit noodzakelijk is voor de waarheidsvinding.
De agenten en raadslieden van de partijen mogen de getuige tijdens zijn verklaring niet onderbreken, noch hem rechtstreeks ondervragen, maar zij kunnen de voorzitter verzoeken de aanvullende vragen te stellen die zij nuttig achten.
Vorige artikelen
- Artikel 21 Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen
- Artikel 22 Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen
- Artikel 23 Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen
- Artikel 24 Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen
- Artikel 25 Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen
Volgende artikelen
- Artikel 27 Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen
- Artikel 28 Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen
- Artikel 29 Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen
- Artikel 30 Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen
- Artikel 31 Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen