Art. 36 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, Godsdienst, studie en lichaamsoefeningen
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Krijgsgevangenen die bedienaars van een eredienst zijn, zonder aan hun eigen strijdkrachten als geestelijken verbonden te zijn geweest, zijn bevoegd, welke hun gezindte ook moge zijn, hun ambt vrijelijk onder hun geloofsgenoten uit te oefenen. Zij zullen te dien einde op dezelfde wijze worden behandeld als de door de gevangenhoudende Mogendheid aangehouden geestelijken. Zij mogen niet tot enige andere arbeid worden verplicht.
Vorige artikelen
- Artikel 31 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 32 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 33 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 34 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 35 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Volgende artikelen
- Artikel 37 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 38 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 39 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 40 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 41 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen