Art. 20 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, Aanvang der gevangenschap
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Het afvoeren van krijgsgevangenen moet steeds op menslievende wijze geschieden en onder omstandigheden, gelijk aan die waaronder troepen van de gevangenhoudende Mogendheid worden verplaatst.
De gevangenhoudende Mogendheid moet gedurende het afvoeren aan de krijgsgevangenen in voldoende hoeveelheid drinkwater en voedsel verschaffen, zomede de nodige kleding en geneeskundige verzorging; zij zal alle vereiste voorzorgen nemen om hun veiligheid gedurende het afvoeren te waarborgen en zo spoedig mogelijk een lijst opstellen van de krijgsgevangenen die worden afgevoerd.
Indien de krijgsgevangenen, gedurende het afvoeren, in een doorgangskamp moeten verblijven, moet dit verblijf zo kort mogelijk zijn.
Vorige artikelen
- Artikel 15 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 16 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 17 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 18 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 19 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Volgende artikelen
- Artikel 21 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 22 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 23 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 24 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 25 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen