Art. 96 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Godsdienst, studie en lichaamsoefeningen
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Iedere werkgroep moet administratief ingedeeld zijn bij een interneringsoord. De bevoegde autoriteiten van de gevangenhoudende Mogendheid en de commandant van dat interneringsoord zullen verantwoordelijk zijn voor de naleving van de bepalingen van dit Verdrag in de werkgroep. De commandant zal dagelijks een lijst bijhouden van de onder hem ressorterende werkgroepen en deze ter beschikking stellen van de gedelegeerden van de beschermende Mogendheid, het Internationale Comité van het Rode Kruis of enige andere menslievende organisatie, die het interneringsoord mochten bezoeken.
Vorige artikelen
- Artikel 91 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 92 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 93 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 94 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 95 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 97 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 98 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 99 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 100 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 101 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd