Art. 100 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Administratie en tucht
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
De tucht in interneringsoorden moet verenigbaar zijn met de beginselen van menselijkheid en mag in geen geval voorschriften inhouden, welke aan geïnterneerden lichamelijke inspanning, gevaarlijk voor hun gezondheid, dan wel lichamelijke of geestelijke martelingen zouden opleggen. Tatouëring of het aanbrengen van herkenningstekens op het lichaam is verboden.
In het bijzonder zijn verboden langdurig staan of langdurige appèls, lichamelijke oefeningen als strafmaatregel, militaire exercities en beperkingen van het voedselrantsoen.
Vorige artikelen
- Artikel 95 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 96 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 97 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 98 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 99 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 101 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 102 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 103 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 104 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 105 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd