Art. 122 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Strafrechtelijke en tuchtrechtelijke sancties
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Feiten welke tuchtrechtelijke vergrijpen inhouden, zullen onmiddellijk worden onderzocht Dit geldt in het bijzonder voor ontvluchting of poging daartoe; een wederom gevangengenomen geïnterneerde; zal zo spoedig mogelijk aan de bevoegde autoriteiten worden overgegeven.
In gevallen van tuchtrechtelijke vergrijpen zal het voorlopig arrest voor alle geïnterneerden tot het uiterste minimum worden beperkt en de duur van veertien dagen niet overschrijden; de duur moet in alle gevallen op de vrijheidsstraf welke mocht worden opgelegd, in mindering worden gebracht.
De bepalingen van de artikelen 124 en 125 zullen van toepassing zijn op geïnterneerden die in voorlopig arrest zijn gesteld wegens een tuchtrechtelijk vergrijp.
Vorige artikelen
- Artikel 117 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 118 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 119 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 120 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 121 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 123 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 124 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 125 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 126 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 127 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd