Art. 121 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Strafrechtelijke en tuchtrechtelijke sancties
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Ontvluchting of poging daartoe zal, zelfs in geval van recidive, niet als een verzwarende omstandigheid worden beschouwd indien de geïnterneerde wordt verwezen naar een gerecht wegens tijdens deze ontvluchting of poging daartoe gepleegde vergrijpen.
De Partijen bij het conflict zullen zorg dragen, dat de bevoegde autoriteiten lankmoedigheid betrachten bij haar beslissing of een vergrijp, begaan door een geïnterneerde, tuchtrechtelijk of strafrechtelijk moet worden afgedaan, in het bijzonder wat betreft feiten welke verband houden met een ontvluchting of een poging daartoe.
Vorige artikelen
- Artikel 116 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 117 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 118 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 119 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 120 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 122 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 123 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 124 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 125 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 126 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd