Art. 16 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, SLOTBEPALINGEN
Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Dit Protocol dient te worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging dienen te worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. Het treedt in werking zodra drie van de ondertekenaars, die ten minste een derde van de bezittingen van het Fonds vertegenwoordigen, hun akte van bekrachtiging hebben nedergelegd. Voor de andere Leden van het Fonds treedt het in werking op het tijdstip waarop hun onderscheiden akten van bekrachtiging worden nedergelegd.
Ten einde een bevredigend functioneren van het Fonds niet te vertragen, komen de ondertekenaars echter overeen, hangende de inwerkingtreding van dit Protocol overeenkomstig de vorige alinea, het voorlopig toe te passen met ingang van 1 september 1958 of uiterlijk met ingang van de datum van ondertekening, voor zover zulks verenigbaar is met hun constitutionele bepalingen.
Vorige artikelen
- Artikel 11 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 12 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 13 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 14 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 15 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa