Art. 12 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, ORGANEN
Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
(a). De bepalingen van de artikelen 10 en 11 mogen door een vertegenwoordiger niet worden aangevoerd tegen de autoriteiten van de Staat waarvan hij vertegenwoordiger is of is geweest.
(b). De artikelen 10, 11 en 12, letter (a) zijn eveneens van toepassing op plaatsvervangende vertegenwoordigers, adviseurs, technisch deskundigen en secretarissen van delegaties.
Vorige artikelen
- Artikel 7 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 8 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 9 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 10 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 11 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Volgende artikelen
- Artikel 13 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 14 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 15 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 16 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 17 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa