Art. 7 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen, Verzoening
Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
Indien de benoeming der commissarissen die gezamenlijk moeten worden aangewezen niet binnen de in artikel 5 voorziene termijn is geschied, wordt de taak de nodige benoemingen te verrichten aan de Regering van een derde Staat opgedragen, welke in gemeen overleg der partijen wordt gekozen, of, indien deze binnen drie maanden terzake niet tot overeenstemming hebben kunnen komen, aan de Voorzitter van het Internationale Gerechtshof. Indien laatstgenoemde onderdaan van een der partijen bij het geschil mocht zijn, wordt deze taak aan de Vice-Voorzitter van het Hof opgedragen of aan de in dienstjaren oudste rechter van het Hof die geen onderdaan van een der partijen is.
Vorige artikelen
- Artikel 2 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 3 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 4 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 5 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 6 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
Volgende artikelen
- Artikel 8 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 9 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 10 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 11 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 12 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen