Art. 68 Verdrag betreffende minimum-normen van sociale zekerheid, Gelijkheid van behandeling van inwoners, die niet de nationaliteit van het Lid bezitten
Verdrag betreffende minimum-normen van sociale zekerheid
1. Inwoners, die niet de nationaliteit van het Lid bezitten, moeten dezelfde rechten hebben als inwoners, die deze nationaliteit wel bezitten. Nochtans kunnen ten aanzien van uitkeringen of gedeelten van uitkeringen, welke uitsluitend of in hoofdzaak uit de openbare middelen worden bekostigd, alsmede ten aanzien van overgangsstelsels bijzondere bepalingen worden vastgesteld met betrekking tot vreemdelingen en tot eigen onderdanen, die buiten het grondgebied van het Lid zijn geboren.
2. Ten aanzien van stelsels van sociale zekerheid, welke op premiebetaling berusten en welke gelden voor loontrekkenden, moeten beschermde personen, die de nationaliteit bezitten van een Lid, dat de uit het desbetreffende Deel van het Verdrag voortvloeiende verplichtingen heeft aanvaard, ten opzichte van dat Deel dezelfde rechten hebben als de eigen onderdanen van het betrokken Lid. Nochtans kan de toepassing van deze bepaling afhankelijk worden gesteld van het bestaan van een bilaterale of multilaterale wederkerigheidsovereenkomst.
Vorige artikelen
- Artikel 51 Verdrag betreffende minimum-normen van sociale zekerheid
- Artikel 52 Verdrag betreffende minimum-normen van sociale zekerheid
- Artikel 65 Verdrag betreffende minimum-normen van sociale zekerheid
- Artikel 66 Verdrag betreffende minimum-normen van sociale zekerheid
- Artikel 67 Verdrag betreffende minimum-normen van sociale zekerheid
Volgende artikelen
- Artikel 69 Verdrag betreffende minimum-normen van sociale zekerheid
- Artikel 70 Verdrag betreffende minimum-normen van sociale zekerheid
- Artikel 71 Verdrag betreffende minimum-normen van sociale zekerheid
- Artikel 72 Verdrag betreffende minimum-normen van sociale zekerheid
- Artikel 73 Verdrag betreffende minimum-normen van sociale zekerheid