Art. 10 Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen, Uitkeringen bij invaliditeit

Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen

De uitkering bij invaliditeit moet worden verleend in de vorm van een periodieke betaling berekend:

a. overeenkomstig de bepalingen van artikel 26 of artikel 27, wanneer loontrekkenden of groepen van het economisch actieve deel der bevolking worden beschermd;

b. overeenkomstig de bepalingen van artikel 28, wanneer alle ingezetenen of de ingezetenen wier inkomsten tijdens de eventualiteit voorgeschreven grenzen niet overschrijden, worden beschermd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen