Art. 32 EEX, Tenuitvoerlegging
Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX)
1. Het verzoek wordt gericht:
- in België, tot de rechtbank van eerste aanleg of het „tribunal de première instance”;
- in Denemarken, tot de „byret”;
- in de Bondsrepubliek Duitsland, tot de President van een kamer van het „Landgericht”;
- in Griekenland, tot de Μονομελές Πρωτοδικετο;
- in Spanje, tot de Juzgado de Primera Instancia;
- in Frankrijk, tot de President van het „tribunal de grande instance”;
- in Ierland, tot het „High Court”;
- in Italië, tot het „corte d'appello”;
- in Luxemburg, tot de President van het „tribunal d'arrondissement”;
- in Nederland, tot de President van de arrondissementsrechtbank;
- in Oostenrijk, voor het Bezirksgericht;
- in Portugal, tot het Tribunal Judicial de Círculo;
- in Finland, tot het käräjäoikeus/tingsrätt;
- in Zweden, tot de Svea hovrätt;
- in het Verenigd Koninkrijk:
l° - in Engeland en Wales, tot het „High Court of Justice” of, in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen, door tussenkomst van de Secretary of State, tot het „Magistrates' Court”;
2° - in Schotland, tot het „Court of Session” of, in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen, door tussenkomst van de Secretary of State, tot het „Sheriff Court”;
3° - in Noord-Ierland, tot het „High Court of Justice” of, in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen, door tussenkomst van de Secretary of State, tot het „Magistrates' Court”.
2. Het relatief bevoegde gerecht is dat van de woonplaats van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd. Indien deze partij geen woonplaats heeft in de aangezochte Staat, wordt de bevoegdheid bepaald door de plaats van tenuitvoerlegging.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 29 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX3080
- Rb. Den Haag 17 mei 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:5223
- Rb. Rotterdam 16 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1859
- Rb. Rotterdam 21 juni 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BT1506
- Rb. Rotterdam 1 oktober 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BG5272
- Conclusie A-G Vlas 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:743
- Conclusie A-G Vlas 9 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:145
- Conclusie A-G Strikwerda 18 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP0004
- Conclusie A-G Strikwerda 18 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP0003
- Conclusie A-G Strikwerda 18 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP0002
- Conclusie A-G Strikwerda 16 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ1253
- Conclusie A-G Strikwerda 7 november 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD7584
- Conclusie A-G Strikwerda 7 november 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD7582
- Conclusie A-G Strikwerda 7 november 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD7581
- Conclusie A-G Strikwerda 7 november 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD7580
- Conclusie A-G Strikwerda 7 november 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD7568
- Conclusie A-G Strikwerda 29 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3080
- HR 16 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ1253
- HR 7 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD7584
- HR 7 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD7582