Art. 10a COTIF, Regels voor de intrekking of opschorting van technische certificaten

Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF)

§ 1. Indien de bevoegde autoriteit van een Verdragsstaat niet zijnde de staat die de (eerste) gebruikstoelating heeft verleend, vaststelt dat niet voldaan wordt aan de eisen, stelt zij de autoriteit die de (eerste) toelating heeft verleend met alle details in kennis; indien de niet-naleving betrekking heeft op een certificaat van het typeontwerp, wordt tevens de autoriteit die dit certificaat heeft afgegeven in kennis gesteld.

§ 2. Een gebruikscertificaat kan worden ingetrokken:

a. wanneer het voertuig niet langer voldoet aan:

– de voorschriften vervat in de UTP’s en in de van toepassing zijnde nationale voorschriften die van kracht zijn overeenkomstig artikel 12 van de APTU Uniforme Regelen, of

– de bijzondere toelatingsvoorwaarden uit hoofde van artikel 7a, of

– de constructie- en uitrustingsvoorschriften in het RID, of

b. indien de houder niet voldoet aan de eis van de bevoegde autoriteit de gebreken binnen de voorgeschreven termijn te verhelpen of;

c. indien niet voldaan wordt aan de voorschriften en voorwaarden die voortvloeien uit een beperkte toelating uit hoofde van artikel 10, § 10.

§ 3. Uitsluitend de autoriteit die een certificaat van het typeontwerp of gebruikscertificaat heeft verleend kan het intrekken.

§ 4. Een gebruikscertificaat wordt opgeschort:

a. indien het technisch onderzoek, de inspecties, het onderhoud en de revisies van het voertuig zoals voorgeschreven in zijn onderhoudsdossier, in de UTP’s, in de bijzondere voorwaarden voor een toelating uit hoofde van artikel 7a of de in de RID vervatte constructie- en uitrustingsvoorschriften niet worden uitgevoerd (of indien de termijnen niet worden nageleefd);

b. indien bij ernstige schade aan een voertuig geen gevolg gegeven wordt aan de opdracht van de bevoegde autoriteit het voertuig te tonen;

c. indien niet voldaan wordt aan deze Uniforme Regelen en de voorschriften vervat in de UTP’s;

d. indien niet voldaan wordt aan de ingevolge artikel 12 van de APTU Uniforme Regelen van kracht zijnde toepasselijke nationale bepalingen of de ingevolge artikel 13 van de APTU Uniforme Regelen daaraan equivalent verklaarde bepalingen. Het certificaat wordt opgeschort voor de betrokken Verdragsstaat of Verdragsstaten.

§ 5. Het gebruikscertificaat vervalt wanneer het voertuig buiten dienst wordt gesteld. Van de buitendienststelling wordt overeenkomstig artikel 13, § 4 kennisgegeven.

§ 6. §§ 1 tot en met 4 zijn van overeenkomstige toepassing op een certificaat van het typeontwerp.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen