Art. 9 Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces
Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces
1. De bevoegde autoriteit dient alle noodzakelijke maatregelen te nemen, met inbegrip van passende strafmaatregelen, ten einde de daadwerkelijke toepassing van de bepalingen van dit Verdrag te waarborgen.
2. De nationale wetgeving of de bevoegde autoriteit dient de personen aan te wijzen die verantwoordelijk zijn voor het naleven van de bepalingen welke uitvoering geven aan het Verdrag.
3. De nationale wetgeving of de bevoegde autoriteit dient de registers of andere documenten vast te stellen, welke de werkgever moet aanhouden en voor controle beschikbaar moet stellen; deze registers of documenten moeten aangeven de naam alsmede de leeftijd dan wel de geboortedatum, een en ander voorzover mogelijk deugdelijk gewaarmerkt, van alle beneden achttienjarigen, die hij in dienst heeft of die voor hem werken.
Vorige artikelen
- Artikel 4 Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces
- Artikel 5 Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces
- Artikel 6 Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces
- Artikel 7 Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces
- Artikel 8 Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces
Volgende artikelen
- Artikel 10 Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces
- Artikel 11 Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces
- Artikel 12 Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces
- Artikel 13 Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces
- Artikel 14 Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces