Art. 17 Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces

Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces

1. Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag, zal, tenzij het nieuwe Verdrag anders bepaalt:

a) de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe Verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijke opzegging van dit Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 13, zodra het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;

b) met ingang van de datum, waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, dit Verdrag niet langer door de Leden bekrachtigd kunnen worden.

2. Dit Verdrag blijft echter in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden, die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen