Art. I IPPC, Doelstelling en verantwoordelijkheid

Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten (IPPC)

1. Met het doel te komen tot een gemeenschappelijk en doeltreffend optreden ter voorkoming van het verspreiden en binnendringen van ziekten en plagen van planten en plantaardige producten en ter bevordering van het nemen van passende maatregelen ter bestrijding daarvan, verbinden de Verdragsluitende Partijen zich ertoe de wettelijke, technische en administratieve maatregelen te treffen die in dit Verdrag en in aanvullende overeenkomsten ingevolge het bepaalde in artikel XVI zijn neergelegd.

2. Elke Verdragsluitende Partij aanvaardt, onverminderd de ingevolge andere internationale overeenkomsten aangegane verplichtingen, de verantwoordelijkheid voor het voldoen, binnen haar grondgebieden, aan alle in dit Verdrag gestelde vereisten.

3. De verdeling van de verantwoordelijkheden voor het voldoen aan de in dit Verdrag gestelde vereisten tussen organisaties die Lid zijn van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) en hun lidstaten die Verdragsluitende Partijen zijn, geschiedt in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden.

4. Zover van toepassing, kunnen de bepalingen van dit Verdrag door de Verdragsluitende Partijen worden geacht, naast op planten en plantaardige producten, eveneens betrekking te hebben op opslagplaatsen, verpakkingen, transportmiddelen, containers, grond en elk ander organisme, voorwerp of materiaal waarin zich ziekten en plagen van planten kunnen bevinden of die deze kunnen verspreiden, vooral in het internationale vervoer.

Volgende artikelen