Art. 34 Akte van Mannheim
Herziene Rijnvaartakte (Akte van Mannheim)
De Rijnvaartrechtbanken zijn bevoegd:
I. in strafzaken, tot het onderzoek van en de uitspraak over alle overtredingen van de voorschriften betreffende de scheepvaart en de waterpolitie;
II. in burgerlijke zaken, tot het doen van uitspraak na summiere behandeling in geschillen betreffende:
a. de betaling en het bedrag van loods-, kraan-, waag-, haven-, en kadegeleden;
b. de belemmering door particulieren van het gebruik der jaagpaden;
c. de schade, veroorzaakt door schippers en houtvlotters gedurende de reis of bij het aanleggen;
d. de vorderingen, ingesteld tegen eigenaren van voor het slepen van schepen gebruikte trekpaarden wegens aan onroerend goed toegebrachte schade.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Gelderland 15 mei 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:CA4014
- Rb. Rotterdam 24 juni 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:5478
- Rb. Gelderland 4 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1671
- Rb. Gelderland 17 mei 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:3260
- Rb. Gelderland 14 december 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:7179
- Rb. Arnhem 7 september 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BS8675
- Rb. Arnhem 2 februari 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AT2842
- Rb. Arnhem 2 februari 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AT2827
- Conclusie A-G Spier 7 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO6012