Art. 31 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966, Correctie voor de holte
Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
1. Wanneer D groter is dan wordt het vrijboord vermeerderd met R (mm), waarbij R = bij schepen van minder dan 120 m lengte en R = 250 bij schepen van 120 m lengte en meer.
2. Wanneer D kleiner is dan wordt geen vermindering toegepast behalve bij een schip met een gesloten bovenbouw die over ten minste 0,6 L het middengedeelte van de lengte bedekt met een volledige trunk of met een combinatie van een onderbroken gesloten bovenbouw en trunks die geheel van voor tot achter doorlopen, in welk geval het vrijboord wordt verminderd op de in lid 1 voorgeschreven wijze.
3. Wanneer de hoogte van de bovenbouw of de trunk minder is dan de overeenkomstige standaardhoogte, moet de vermindering van het vrijboord worden gecorrigeerd naar de verhouding tussen de werkelijke hoogte van de bovenbouw of trunk en de toepasselijke standaardhoogte zoals omschreven in voorschrift 33.
Vorige artikelen
- Artikel 26 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 27 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 28 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 29 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 30 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
Volgende artikelen
- Artikel 32 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 32-1 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 33 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 34 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966
- Artikel 35 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966