Art. 56 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen, SLOTBEPALINGEN
Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
1. Elke Staat kan, uiterlijk op het tijdstip van de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, of op het tijdstip waarop de verklaring bedoeld in artikel 55 wordt afgelegd, het in artikel 51, tweede lid, bedoelde voorbehoud maken. Andere voorbehouden zijn niet toegestaan.
2. Elke Staat kan te allen tijde een gemaakt voorbehoud intrekken. De intrekking wordt ter kennis gebracht van de depositaris.
3. Het voorbehoud houdt op van kracht te zijn op de eerste dag van de derde kalendermaand na de in het voorgaande lid bedoelde kennisgeving.
Verwijst naar
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel 51 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 52 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 53 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 54 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 55 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen