Art. 54 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen, SLOTBEPALINGEN
Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
1. Iedere andere Staat kan tot het Verdrag toetreden nadat het overeenkomstig artikel 57, eerste lid, in werking is getreden.
2. De akte van toetreding dient te worden nedergelegd bij de depositaris.
3. De toetreding heeft slechts gevolg in de betrekkingen tussen de toetredende Staat en die Verdragsluitende Staten die niet binnen zes maanden na de ontvangst van de in artikel 59, letter b, bedoelde kennisgeving bezwaar hebben gemaakt tegen de toetreding van deze Staat. Een dergelijk bezwaar kan ook door een Staat worden gemaakt op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring indien deze na een toetreding plaatsvindt. Van elk bezwaar wordt aan de depositaris kennisgeving gedaan.
Verwijst naar
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel 49 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 50 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 51 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 52 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 53 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
Volgende artikelen
- Artikel 55 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 56 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 57 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 58 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 59 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen