Art. 6 Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied, Wederzijdse bijstand
Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied
1. Elke Verdragsluitende Partij verleent naar vermogen bijstand aan andere Verdragsluitende Partijen die om bijstand verzoeken, bij het optreden bij een olielozing, zulks in het kader van het tussen de verzoekende en bijstand verlenende Verdragsluitende Partijen overeengekomen gezamenlijk optreden.
2. Elke Verdragsluitende Partij vergemakkelijkt, onder voorbehoud van haar wetten en voorschriften het verkeer naar, via en uit haar grondgebied van technisch personeel, uitrusting en materialen nodig voor het optreden bij een olielozing.
Vorige artikelen
- Artikel 1 Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied
- Artikel 2 Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied
- Artikel 3 Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied
- Artikel 4 Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied
- Artikel 5 Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied
Volgende artikelen
- Artikel 7 Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied
- Artikel 8 Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied
- Artikel 9 Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied
- Artikel 10 Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied
- Artikel 11 Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied