Art. 11 Verdrag inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, Verplichting voorlopige maatregelen te nemen

Verdrag inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven

1. Een Partij neemt op verzoek van een andere Partij die een strafrechtelijke procedure of een procedure tot confiscatie heeft ingesteld, de noodzakelijke voorlopige maatregelen, zoals bevriezing of inbeslagneming, ter voorkoming van de verhandeling, overdracht of vervreemding van voorwerpen die in een later stadium het onderwerp zouden kunnen vormen van een verzoek om confiscatie, of die van dien aard zijn, dat daarmede gevolg zou kunnen worden gegeven aan dat verzoek.

2. Een Partij die een verzoek om confiscatie heeft ontvangen overeenkomstig artikel 13, neemt, indien daarom wordt verzocht, de in het eerste lid van dit artikel genoemde maatregelen met betrekking tot voorwerpen die het onderwerp vormen van het verzoek, of die van dien aard zijn, dat daarmede gevolg zou kunnen worden gegeven aan het verzoek.

Vorige artikelen

Volgende artikelen