Art. 25 Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging, SLOTBEPALINGEN
Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging
Iedere Staat kan op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat het Verdrag zich zal uitstrekken tot het geheel van de gebieden voor welker internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is, of op een of meer van die gebieden. Deze verklaring wordt van kracht op het tijdstip waarop het Verdrag voor die Staat in werking treedt.
Deze verklaring, evenals elke latere uitbreiding, wordt ter kennis gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden.
Vorige artikelen
- Artikel 20 Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging
- Artikel 21 Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging
- Artikel 22 Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging
- Artikel 23 Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging
- Artikel 24 Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging