Art. 25 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen, ALGEMENE BEPALINGEN
Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
De onderdanen van een Verdragsluitende Staat en de personen die aldaar hun gewone verblijfplaats hebben, hebben bij alles wat verband houdt met de toepassing van dit Verdrag recht op rechtsbijstand en juridisch advies in iedere andere Verdragsluitende Staat, onder dezelfde voorwaarden als waren zij zelf onderdanen van die andere Staat en als hadden zij aldaar zelf hun gewone verblijfplaats.
Vorige artikelen
- Artikel 20 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 21 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 22 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 23 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 24 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
Volgende artikelen
- Artikel 26 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 27 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 28 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 29 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 30 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen