Art. 14 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen, TERUGKEER VAN HET KIND
Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
Ten einde vast te stellen of er sprake is van een ongeoorloofde overbrenging of niet doen terugkeren in de zin van artikel 3, kan de rechterlijke of administratieve autoriteit van de aangezochte Staat rechtstreeks rekening houden met het recht van de Staat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft en met de aldaar al dan niet formeel erkende rechterlijke of administratieve beslissingen, zonder dat het nodig is dat de inhoud van dat recht of de erkenning van buitenlandse beslissingen worden vastgesteld in een bijzondere daartoe bestemde procedure, die anders toepasselijk zou zijn.
Vorige artikelen
- Artikel 9 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 10 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 11 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 12 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 13 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
Volgende artikelen
- Artikel 15 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 16 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 17 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 18 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 19 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen