Art. 34 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken, Wederzijdse bijstand op het gebied van de onderschepping van inhoudgegevens
Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
De Partijen verlenen elkaar wederzijdse bijstand bij het in „real-time" vergaren of vastlegging van gegevens inzake de inhoud van specifiek berichtenverkeer dat door middel van een computersysteem wordt overgedragen, voor zover toegestaan overeenkomstig de voor hun toepasselijke verdragen en nationale wetten.
Vorige artikelen
- Artikel 29 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 30 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 31 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 32 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 33 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
Volgende artikelen
- Artikel 35 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 36 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 37 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 38 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 39 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken