Art. 33 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken, Wederzijdse bijstand bij de real-time vergaring van verkeersgegevens
Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
1. De Partijen verlenen elkaar wederzijdse bijstand bij het in „real-time" vergaren van verkeersgegevens met betrekking tot specifiek berichtenverkeer dat op hun grondgebied door middel van een computersysteem plaatsvindt. Behoudens de bepalingen van het tweede lid wordt deze bijstand beheerst door de in het nationale recht vervatte voorwaarden en procedures.
2. Iedere Partij verleent dergelijke bijstand in ieder geval ten aanzien van strafbare feiten waarvoor de bevoegdheid tot het in „real-time" vergaren van verkeersgegevens in een vergelijkbaar geval naar nationaal recht eveneens beschikbaar zou zijn.
Vorige artikelen
- Artikel 28 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 29 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 30 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 31 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 32 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
Volgende artikelen
- Artikel 34 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 35 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 36 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 37 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken
- Artikel 38 Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken