Art. 6 Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzake Antarctica, Aanwijzingsprocedures

Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzake Antarctica

1. Ontwerp-Beheersplannen dienen te worden ingediend bij de Commissie, de Wetenschappelijke Commissie voor Onderzoek op Antarctica en, indien van toepassing, de Commissie voor de Instandhouding van de Levende Rijkdommen in de Antarctische Wateren. Bij het uitbrengen van haar advies aan de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica houdt de Commissie rekening met eventuele opmerkingen van de Wetenschappelijke Commissie voor Onderzoek op Antarctica en, indien van toepassing, de Commissie voor de Instandhouding van de Levende Rijkdommen in de Antarctische Wateren. Daarna kunnen de ontwerp-Beheersplannen worden goedgekeurd door de Consultatieve Partijen bij het Verdrag inzake Antarctica door een maatregel, aangenomen tijdens een Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica in overeenstemming met artikel IX, eerste lid, van het Verdrag inzake Antarctica. Tenzij in de maatregel anders is aangegeven, wordt het Beheersplan geacht te zijn goedgekeurd 90 dagen na de sluiting van de Consultatieve Vergadering van het Verdrag inzake Antarctica tijdens welke de maatregel werd aangenomen, tenzij één of meer Consultatieve Partijen binnen dat tijdvak de Depositaris ervan in kennis stellen dat zij een verlenging van die termijn wensen of dat zij de maatregel niet kunnen goedkeuren.

2. Met inachtneming van de bepalingen van de artikelen 4 en 5 van het Protocol, wordt geen zeegebied aangewezen als Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied zonder de voorafgaande goedkeuring van de Commissie voor de Instandhouding van de Levende Rijkdommen in de Antarctische Wateren.

3. De aanwijzing van een Speciaal Beschermd Antarctisch Gebied of een Speciaal Beheerd Antarctisch Gebied geschiedt voor onbepaalde tijd, tenzij in het Beheersplan anders is bepaald. Ten minste eens in de vijf jaar,dient een Beheersplan te worden getoetst. Het dient, zo nodig, te worden bijgewerkt.

4. Beheersplannen kunnen worden gewijzigd of ingetrokken in overeenstemming met het eerste lid hierboven.

5. Na goedkeuring worden Beheersplannen onverwijld door de Depositaris toegezonden aan alle Partijen. De Depositaris houdt een register bij van alle tot dusver goedgekeurde Beheersplannen.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen